Het pessimisme over het welslagen van de klimaatconferentie in Kopenhagen vanaf 7 december neemt toe. Milieu-minister Jacqueline Cramer (PvdA) wil echter nog niet van een mislukking horen.
minister van vrom jacqueline cramer | interview
et wordt spannend begin december in Kopenhagen , maar onze minister van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieu (Vrom), Jacqueline Cramer, stapt straks strijdlustig de laatste onderhandelingsronden voor een nieuw klimaatverdrag in. Twee jaar lang is ze ‘als 1 van de 25 milieuministers die wereldwijd de kar trekken’ betrokken geweest bij de voorbereidingen voor de eindronde van het verdrag. Een akkoord is niet alleen van levensbelang voor latere generaties, ook het Nederlandse bedrijfsleven kan profiteren van een nieuw klimaatverdrag. Door de lat voor Nederland hoog te leggen, liggen er kansen in de ontwikkeling van duurzame energiebronnen en bij de aanleg van waterwerken in landen die last krijgen van een stijgende zeespiegel.
Grote klimaatconferenties hebben zeker effect, zo is bewezen. Maar sinds er voor het eerst over gesproken werd tijdens de conferentie van Rio de Janeiro, zeventien jaar geleden, is de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd alleen maar toegenomen. Later frustreerde de VS een in Kyoto bereikt akkoord (1997) door het verdrag niet te ratificeren. Zoals gebruikelijk bij klimaatconferenties wil Europa de uitstoot van broeikasgassen beperken, maar wil de VS dat alleen als snel groeiende landen als China, India en Brazilië meedoen. En die landen voelen er weinig voor concrete beloftes te doen. Toch is Cramer optimistisch.
Gaat het lukken in Kopenhagen?
“Misschien ben ik te optimistisch, maar als je de cijfers en de prognoses kent en als je ziet hoe iedereen op de wereld, tot presidenten en eerste ministers toe, doordrongen is van het probleem én dat publiekelijk nadrukkelijk uit, dan kán ik mij dus niet voorstellen dat er mensen zijn die níet de verantwoordelijkheid voelen tot een akkoord te komen. Het is voor generaties na ons gewoon een blamage als wij niet in staat zijn nu stappen te nemen. Zo betrokken voel ik mij, en dat geldt ook voor een heleboel milieuministers en regeringsleiders, ook Barack Obama en Hu Jintao (president van China, red.). Die zitten er bovenop. Dat geeft mij veel hoop op een goede uitkomst.”
Met welk resultaat komt u tevreden terug uit Kopenhagen?
“Als er hoofdlijnen liggen van een akkoord om tot emissiereductie van broeikasgassen te komen in westerse landen en ontwikkelingslanden. Daarnaast moet er voldoende geld op tafel komen om onmiddellijk een start te maken met het opvangen van de gevolgen van klimaatveranderingen voor ontwikkelingslanden. Plus een perspectief voor een langetermijnfinanciering. En er moet een programma zijn om ontbossing tegen te houden.”
Het is nog maar de vraag of de Amerikaanse klimaatwet op tijd door de senaat komt. Heeft het zin met 20.000 man naar Kopenhagen te trekken als de VS met lege handen aanschuift?
“Dat is een goede vraag. Het zal tot het laatste moment onduidelijk blijven wat de VS kan inbrengen. Er kunnen twee dingen misgaan: dat men ‘nee’ stemt, of dat men het over Kopenhagen heen tilt. Als er geen akkoord is over een klimaatwet is de opstelling van Obama cruciaal. Hij moet er dan met zijn gezag voor zorgen dat die wet er over een paar maanden wel is. Dan krijg je dezelfde situatie als in Kyoto, met het verschil dat bij Obama een veel grotere bereidheid bestaat om wel mee te gaan in een stevig akkoord dan destijds het geval was. Het hangt wel af van de senaat of dat lukt. Of het zin heeft te gaan? Daar heb ik geen antwoord op. Ik hoop dat ik daar achteraf ook geen antwoord op hoef te geven, omdat die vraag niet meer gesteld hoeft te worden.”
Hoeveel gaat die financiering van het opvangen van de klimaatgevolgen voor ontwikkelingslanden kosten?
“We hebben internationaal vastgesteld dat dat bedrag neerkomt op 5 tot 7 miljard per jaar voor 2010-2012. Daarna loopt het op naar zo’n 100 miljard in 2020. Veel mensen denken dat dat allemaal door de overheden wordt opgebracht. Dat is niet zo. De helft van dat bedrag komt van het bedrijfsleven, een ander deel van de ontwikkelingslanden zelf en dan houden we een bedrag over waar wij als westerse overheden van moeten bepalen wat ons eerlijke deel in de financiering daarin is. Voor de EU zal dat uitkomen op een bedrag ergens rond de 15 miljard. Ik hoop dat we daar als EU nog uitkomen voorafgaand aan Kopenhagen, dan kunnen we de latere verdeling binnen Europa later regelen.”
De EU heeft toegezegd de emissiereductie te verhogen van 20 naar 30 procent als er een akkoord komt in Kopenhagen. Nederland heeft zich nu al vastgelegd op 30 procent. Brengen we onze concurrentiepositie geen schade toe door voorop te willen lopen?
“Het is mijn stellige overtuiging dat je alleen maar meer kansen hebt als je blijft investeren in een economie die op een energiezuinige en duurzame leest is geschoeid. Dat is de toekomst. Steeds meer bedrijven zijn het daarover met ons eens. Ik zit niet met het bedrijfsleven rond de tafel als hun tegenstander. Zo heb ik mijn functie ook nooit gezien. Ik heb in mijn werkzame leven altijd de relatie tussen economie en milieu gelegd en zie veel meer kansen dan er nu benut worden. Als je ziet wat we kunnen exporteren en op welke gebieden Nederlandse bedrijven voorop lopen. We hebben een dijk van een sector als het gaat om klimaatadaptatie (het bouwen van zeeweringen tegen de gevolgen van het veranderende klimaat). We hebben nu al werk te over. Kun je nagaan wat er gebeurt op het moment dat al die gelden loskomen voor klimaatadaptatie in de derde wereld.”
Toch blijkt het in Nederland moeilijk voor bedrijven die zich richten op groene technologie om grote successen te boeken. Econcern ging over de kop, de windmolenbouw ging ten onder.
“Tja, Econcern… het is natuurlijk een voorwaarde dat een bedrijf goed wordt gerund. Dat de windmolenbouw is verdwenen, had te maken met zwalkend overheidsbeleid. In die tijd bestond er een subsidieregeling die afliep als de pot op was. Dat had tot gevolg dat de markt niet wist wat er volgend jaar zou worden afgesproken. Op die basis kon het bedrijfsleven niet investeren. De regeling waarmee we nu willen beginnen, is niet meer zo afhankelijk van een subsidiepotje omdat het een opslag is op de energierekening. Dat hebben ze in Duitsland al jaren en dat blijkt een veel betere manier. Het enige verschil is dat we de regeling wel zo gaan inrichten dat er een mix van duurzame energiebronnen wordt gestimuleerd waarbij we de subsidie voor de kostbaarste technologie geleidelijk opvoeren.”
Die kostbaarste technologie is zonne-energie. Krijgt die de meeste aandacht?
“Alle duurzame energiebronnen zullen profiteren. Zonne-energie is altijd het zwakke broertje geweest omdat het zo duur was. Maar het heeft wel de toekomst. De vraag is dus: hoe krijg je zo snel mogelijk die investeringen in zonne-energie opgevoerd? Ik heb hier mensen van de zonne-energiesector om mijn tafel gehad. Zij zeggen dat de zonneceltechnologie in plusminus 2015 zo ver ontwikkeld is, dat die zou kunnen concurreren met andere duurzame energiebronnen en fossiele brandstoffen. De filmceltechnologie die nu in ontwikkeling is, werkt qua energieproductie en qua kosten veel efficiënter dan de zonnepanelen die we nu kennen. In Limburg gaan ze zich nu echt opmaken om de zonnepanelenproducent van Nederland te worden. Dan moet je met die sector een plan durven maken en dat plan durven uit te voeren. Om nu alles vol te leggen met dure ouderwetse panelen, ja, dat is dan niet zo verstandig.”
Gelooft u echt dat dat omslagpunt in 2015 komt? Vijftien jaar geleden werd ons beloofd dat wind en zon snel concurrerend zouden worden. Dat zijn ze nog steeds niet. Worden we niet een beetje bedonderd?
“Wij kunnen de wereld nooit tot in de detail voorspellen, maar wat ik zie, is dat als de urgentie er is het razendsnel kan gaan. Ik wil niet te veel uitweiden over gloeilampen, spaarlampen en ledlampen, maar als je ziet wat er in twee jaar tijd in de lichttechnologie is gebeurd: dat is gigantisch! Dat komt alleen maar doordat er een duidelijk signaal was: we gaan de kant van de ledlamp op.”
Spreekt u ook met het bedrijfsleven overKopenhagen?
“Ik maak een tour door Nederland waarbij ik probeer jonge innovatieve ondernemers aan oude rotten uit het bedrijfsleven te koppelen. In het kader van Kopenhagen heb ik contact met chief executive officers (ceo’s) van grote Nederlandse energie-intensieve bedrijven, zoals Philips, DSM, AkzoNobel, Shell en KLM. Die heb ik gevraagd meer te doen dan alleen een verklaring te tekenen dat Kopenhagen een succes moet worden. Ze moeten die boodschap ook zelf verspreiden en hun verantwoordelijkheid nemen om binnen hun sector tot actie over te gaan. Ik kan wel roepen dat het belangrijk is, maar het is veel effectiever als zij dat binnen hun bedrijfstak doen, bij elke lezing die ze houden. Een gideonsbende is misschien een te activistisch woord voor deze groep ceo’s, maar laten we zeggen dat zij een voorhoede vormen. En ja, dan is het inderdaad de bedoeling dat Peter Voser van Shell er in de VS voor pleit dat men daar een emissiehandelssysteem invoert.”
In de Volkskrant wees u onlangs op de enorme milieubelasting van de rundvleesconsumptie. Denkt u aan een biefstukbelasting?
“Neeeee zeg, houd op! Een vleestax helpt helemaal niet. Het enige wat ik wil bereiken is dat mensen zich bewust worden van de gevolgen van rundvleesconsumptie. Maar die discussie over die milieubelasting is nodig. Maar ja, hoe moet je die dan voeren zonder dat mensen zeggen: mevrouw Cramer, bent u voor een vleestax? Het probleem is dat de wereld er 3 miljard mensen bij krijgt die allemaal moeten eten en dan heb je ook nog eens de welvaartsgroei in veel landen. Het is een gegeven dat mensen meer vlees gaan eten als ze welvarender zijn. Maar als je ziet hoeveel landbouwgrond dat opsoupeert: dat is 80 procent van het landbouwareaal. Als de huidige ontwikkelingen doorzetten, hebben we zo veel grond nodig dat er geen regenwoud meer overblijft. Ik vind het belangrijk mensen te informeren over de ecologische voetafdruk die ze achterlaten. Weten wij veel dat dat stukje vlees op ons bord, dat misschien heerlijk is, de planeet in gevaar brengt? Ik pleit voor matiging. Als je nu eens kiest voor de ene dag kip, de andere dag geen vlees en een dagje vis, dan is die afdruk vele malen minder.”
[ koos.schwartz @reedbusiness.nl ] [ wouter.van.bergen @reedbusiness.nl ]
Jacqueline Cramer (58)
Opleiding
biologie, Universiteit van Amsterdam
Loopbaan
1976-1989: universitair docent en promotie, UvA 1989-1999: senior onderzoeker STB-TNO, gedetacheerd bij o.m. Philips en AkzoNobel 1999-2007: zelfstandig milieu-adviseur 1990-2007: bijzonder hoogleraar milieukunde, milieumanagement en duurzaam ondernemen, UvA, Katholieke Universiteit Brabant, Erasmus Universiteit en UU Sinds 2007: minister van Vrom Voor haar ministerschap was Cramer SER-kroonlid en commissaris bij o.m. Shell Nederland
Auteur(s): Wouter van Bergen, Koos Schwartz
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 47 , datum 21-11-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business