Nedfield

Nedfields beerput

Curator Marcel Groenewegen mag de puinhopen opruimen bij het failliete Nedfield, voorheen Tulip. Uit zijn eerste verslag blijkt dat de computerhandel aan elkaar hing van vage financieringen.

F ortis Bank en de Luxemburgse financier DAM dreigen voor bijna 23 miljoen euro het schip in te gaan bij het faillissement van computerhandel Nedfield. Fortis en DAM claimen samen 22,7 miljoen euro op het failliete bedrijf, dat tot voor kort bekend stond als Tulip Computers. Maar volgens directeur Mark Elbertse en president-commissaris André Deleye hebben zij helemaal geen recht op die miljoenen. Dat blijkt uit het eerste verslag dat curator Marcel Groenewegen onlangs deponeerde bij de Utrechtse rechtbank. Groenewegen moet uitzoeken wie er gelijk heeft.


Nedfield werd in 1979 opgericht als Tulip Computers, en ging in 1984 naar de beurs. Na een surseance en doorstart in 1998 wist het computerbedrijf nooit meer te overtuigen. Nadat de belangrijkste dochters Devil en 2L International eerder dit jaar onderuit waren gegaan, vroeg de onderneming op 29 juni uitstel van betaling aan. Dankzij een boedelkrediet van 330.000 euro kon Groenewegen nog enkele maanden zoeken naar een oplossing. Die werd niet gevonden. Begin september sprak de rechter het faillissement uit.

Groot voordeel van het bankroet is dat een objectieve buitenstaander nu eens een deksel van de beerput licht. De afgelopen jaren schermde directeur Elbertse consequent met zonnige vooruitzichten, terwijl Nedfield steeds verder wegzonk in een moeras van schimmige deals en creatieve financieringen.

In zijn eerste verslag probeert curator Groenewegen vooral chocola te maken van de ondoorzichtige schulden en tegoeden in de boedel. Dat blijkt nog lang niet mee te vallen. De betwiste claim van Fortis en DAM is daarvan een goed voorbeeld.

De miljoenen betreffen geen regulier bankkrediet, want er was allang geen fatsoenlijke bank meer die de Nedfield Groep krediet wilde geven Er waren slechts leningen van particulieren en vage vehikels, als president-commissaris Deleye (2,8 miljoen euro) en financier Leadgate uit Uruguay (2,3 miljoen).

Waarom Fortis en DAM dan toch aanspraak maken op bijna 23 miljoen euro? De claim blijkt het gevolg van de financiering van de aankoop van de Duitse computerhandel Devil in 2006. Een jaar later verving Nedfield deze financiering door het gewraakte arrangement met Fortis Bank en DAM. Fortis-woordvoerder Arien Bikker onthoudt zich van commentaar. “Bij faillissementen is de curator de aangewezen partij om informatie te verschaffen.”

Ook de lening van Deleye roept vragen op. De curator ontdekte dat de president-commissaris 2,5 maand voordat Nedfield in surseance ging nog snel even zekerheden voor deze lening regelde. Daaronder vielen de aandelen in de werkmaatschappij, die de merknaam Tulip in eigendom heeft. In het weekend voor de surseance werd deze werkmaatschappij verkocht aan een externe vennootschap waarvan Deleye, zo blijkt uit het register van de Kamer van Koophandel, bestuurder is. Curator Groenewegen stak een stokje voor de afronding van de transactie.

Schimmige tegoeden


De failliete boedel bevat niet alleen curieuze schulddossiers. Nedfield blijkt eveneens te beschikken over een indrukwekkende portefeuille met schimmige tegoeden, waar de curator zijn tanden in moet zetten.


Een interessant dossier is dat van Commodore. Die voormalige dochter werd in 2005 voor 24 miljoen euro verkocht. De verkoopsom werd nooit voldaan, maar wél schaamteloos verwerkt in de resultaten. Na jarenlange dubieuze transacties en holle toezeggingen de vordering in te lossen, kreeg Nedfield uiteindelijk 51 procent van de aandelen in Commodore terug. Begin dit jaar zou het belang zijn uitgebreid tot 75 procent, maar het is onduidelijk of die transactie is afgerond. Groenewegen moet uitzoeken of de aandelen Commodore nog iets waard zijn. Weinig kans, want de elektronicaproducent wist nooit een enkele ambitie waar te maken.

Dan is er nog een ander stuk ‘tafelzilver’, dat bij nadere beschouwing van blik blijkt te zijn. Het betreft een pakket schuldbewijzen van Ego Lifestyle, de computermaker die vorig jaar werd ondergebracht in het beursfonds Begemann. Volgens de boeken van Nedfield zouden deze stukken een waarde hebben van 21 miljoen euro.

In ruil voor omvangrijke vorderingen op Ego Lifestyle en zijn aandeelhouders kreeg Nedfield eind vorig jaar deze zogenoemde promissory notes . Maar omdat Ego Lifestyle in augustus zelf failliet ging, hadden de stukken beter omschreven kunnen worden als Monopoly-geld of, als het toch een Engelse term moet zijn, Mickey Mouse money .

Door het faillissement is, kortom, nu in volle omvang duidelijk geworden hoezeer Nedfield aan elkaar hing van dubieuze financieringen en activa. Het is de vraag waarom de mensen achter de onderneming, met name directeur Elbertse en president-commissaris Deleye, de tent niet veel eerder hebben opgedoekt. Blijkbaar was het interessanter om door te gaan met de bouw van een financieel spiegelpaleis. Ook is de vraag waarom toezichthouders dit hebben toegestaan. Zowel Nedfield/Tulip als Ego/Begemann zijn beursgenoteerde bedrijven. Dat daarmee jarenlang kon worden aangerommeld, is geen aanbeveling voor de Nederlandse beurs.

Wellicht kan Groenewegens onderzoek meer licht werpen op de praktijken bij Nedfield. Waarschijnlijk zal zijn kantoorgenoot Marlous de Groot daarbij overigens het meeste werk moeten doen. Groenewegen zelf werd eind vorige maand benoemd tot curator van Dirk Scheringas DSB Beheer. Dat is zo mogelijk een nog uitdagender dossier.

[ Mathijs.smit @reedbusiness.nl ]

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief