Bankensecteur

Beperk ‘gods werk’

Hoe langer politici en toezichthouders treuzelen met het kortwieken van banken, hoe moeilijker het wordt. Neelie Kroes,the muscles from Brussels, geeft het voorbeeld.

bankensector | actueel

Even een stuk rauw vlees naar buiten gooien zodat journalisten, bloggers en andere opiniemakers iets hebben om hun tanden in te zetten. Zoiets moet de Britse premier Gordon Brown hebben gedacht toen hij op 7 november tijdens de G20-bijeenkomst in het Schotse St. Andrews opperde een heffing in te voeren op financiële transacties. Brown hoopte zo goede sier te maken bij zijn kiezers, en bovendien leidde hij mooi de aandacht af van het onvermogen van de G20 om concrete resultaten te boeken in de aanloop naar de klimaattop van december in Kopenhagen.


Het voorstel van Brown kwam neer op de zoveelste poging een variant van de zogeheten Tobin-tax in te voeren, een minieme heffing op kapitaaltransacties (zie kader). In Franse en Duitse regeringskringen bestaat sympathie voor het idee van de econoom James Tobin, en ook een aantal prominenten uit de financiële wereld – van Lord Turner, voorzitter van de Britse toezichthouder FSA tot de Amerikaanse Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz – heeft zich er recent achter geschaard.

Toch moet Brown geweten hebben dat zijn proefballonnetje geen schijn van kans had. Met het voorbehoud dat hij bij zijn voorstel maakte – ‘Laat me duidelijk zijn: Groot-Brittannië beweegt niet tenzij andere meebewegen’ – gaf Brown zelf de voorzet die de Amerikaanse minister van financiën Timothy Geithner binnen enkele uren feilloos inkopte. ‘Een belasting op dagelijkse financiële transacties is niet iets wat wij steunen’, verklaarde Geithner, daarmee Browns voorstel effectief om zeep helpend.

Brown krabbelde nog terug door te zeggen dat zijn plan voor een Tobin-tax slechts een van de mogelijkheden was die hij overwoog om de financiële sector aan banden te leggen. Uiteindelijk leek het Brown, Geithner en de overige aanwezigen in St. Andrews toch maar het beste om af te wachten met welke voorstellen het Internationaal Monetair Fonds het komend voorjaar komt ter bevordering van een stabiel financieel stelsel.
Dat getalm van politici en toezichthouders – de eindeloos lijkende reeks bijeenkomsten, voorstellen, onderzoeken en proefballonnen – staat in schril contrast met de daadkracht die ze ruim een jaar geleden aan de dag legden bij de reddingsoperaties waarmee ze het mondiale financiële systeem ternauwernood overeind hielden.

Als een van de fundamentele oorzaken van de crisis wordt algemeen beschouwd dat de bankensector werd gedomineerd door instellingen die too big to fail zijn; te groot, te complex, te ondoorzichtig en te wijdvertakt om ten onder te kunnen gaan zonder het risico dat de rest van het systeem in de val wordt meegesleept. Dergelijke banken nemen overmatige risico’s in de wetenschap dat overheden en concurrenten het zich nauwelijks kunnen permitteren hen failliet te laten gaan.

De ironie is dat de crisis heeft geleid tot instellingen die nog veel ‘bigger’ to fail zijn geworden dan voorheen: Bank of America zit opgescheept met Merrill Lynch, J.P. Morgan met de restanten van Bear Stearns, Wells Fargo werd gedwongen Wachovia over te nemen. De Britse overheid verplichtte het gezonde Lloyds tot een shotgun wedding met het doodzieke HBOS.


Uit hun holen


Over de maatregelen die dergelijke bankgedrochten in toom moeten houden, bestaat in grote lijnen óók overeenstemming. Allereerst moet er weer onderscheid komen tussen saaie commercial banks die spaargelden van particulieren en bedrijven opnemen en weer uitzetten en daarmee nauwelijks risico nemen, en sexy investment banks die voor hun klanten en met eigen geld actief zijn en risico’s nemen in de kapitaalmarkten. Banken die nu in beide takken van sport actief zijn, moeten worden gesplitst.


Bovendien moeten de eisen die toezichthouders aan kapitaalbuffers en liquiditeit stellen strenger worden naarmate banken groter zijn en meer risicovolle activiteiten ontplooien. Nout Wellink, voorzitter van het Bazels Comité dat toezichtseisen voor banken vaststelt, zei deze week dat in december nieuwe regels langs deze lijnen zullen worden vastgesteld. Overigens toonde Wellink zich geen voorstander van een volledige splitsing in commercial en investment banks. Banken moeten ook hun structuur vereenvoudigen en een testament opstellen waarmee toezichthouders in staat worden gesteld ze te ontmantelen op het moment dat ze een te groot risico voor het financiële systeem vormen. Stel nog wat aanvullende eisen aan belonings- en bonusregelingen en de contouren van een gezonder en stabieler financieel stelsel worden zichtbaar.

Als dergelijke fundamentele hervormingen op de lange baan worden geschoven, wordt de kans steeds kleiner dat ze ooit worden ingevoerd. Het gevoel van urgentie vervliegt naarmate de bankensector verder uit het dal klimt. Internationale afstemming wordt lastiger als overheden en toezichthouders stiekem weer meer aandacht zullen krijgen voor het beschermen van hun eigen financiële sector. De banken zelf, een jaar geleden nog bereid om bijna alles te accepteren zolang ze maar overeind werden gehouden, kruipen ook weer uit hun holen en beginnen zich te verdedigen tegen al te ingrijpende hervormingen.

Tekenend daarvoor zijn de recente uitlatingen in een interview met The Times van Lloyd Blankfein, topman van Goldman Sachs. Nadat Blankfein de centrale rol van banken in het creëren van banen en welvaart had benadrukt, concludeerde hij: ‘Wij dienen een maatschappelijk doel’, en even verderop in hetzelfde interview: ‘Ik doe Gods werk.’ Zijn bank verdiende in het voorbije kwartaal 3,2 miljard dollar, voornamelijk als gevolg van de handelsactiviteiten voor eigen rekening. Op 36 van de 65 handelsdagen verdiende Goldman Sachs meer dan 100 miljoen dollar. Het gemiddelde salaris van Blankfeins ruim 30.000 medewerkers zal dit jaar naar verwachting uitkomen op zo’n 700.000 dollar.

Een van hen, Lord Brian Griffiths, vice-chairman bij de bank en afkomstig uit een familie van mijnwerkers, voegde daar in een toespraak over moraal en de markt in de Londense St. Paul’s Cathedral aan toe: ‘Ongelijkheid moet aanvaard worden als een manier om grotere welvaart voor iedereen te bereiken.’ De aanwezigheid van zijn bank in Londen zou daarmee een investering zijn in de Britse economie.


The muscles from brussels


De meest voortvarende en ingrijpende maatregelen om de bankensector aan te pakken zijn vooralsnog afkomstig uit Brussel. Eurocommissaris van mededinging Neelie Kroes erkende in juni van dit jaar al dat zij in feite het werk uitvoert dat banktoezichthouders zouden moeten doen. In een speech kondigde ze toen, waarschuwend dat dit de laatste keer moet zijn dat banken zo’n puinhoop veroorzaken, aan dat ze een grondige verbouwing van enkele banken op het oog had.


Inmiddels hebben Commerzbank, ING en RBS, drie banken die vorig jaar met staatssteun overeind zijn gehouden, zich op last van Brussel praktisch moeten halveren. Weekblad The Economist betitelde Kroes als The muscles from Brussels , normaal gesproken de bijnaam van de Belgische actiefilmheld Jean-Claude van Damme. De 68-jarige Kroes moet het alleen niet hebben van brute fysieke kracht, maar van haar ijzeren overtuiging dat de Europese bankensector danig moet worden opgeschud. Kroes lijkt daarbij verder te gaan dan het herstellen van evenwichtige concurrentieverhouding en bezig te zijn met een strafexpeditie tegen banken die staatssteun hebben ontvangen. Haar maatregelen ogen niet helemaal consistent: terwijl RBS zijn risicovolle investment bank mag behouden, moet ING zijn veel stabielere verzekeringstak afstoten.

Die ad-hocmaatregelen zijn niet de manier om het Europese bankenlandschap opnieuw in te richten. Daarvoor is wel degelijk de grondige, genuanceerde en internationaal afgestemde aanpak nodig waar politici en toezichthouders naar streven. Maar de daadkracht die Kroes aan de dag legt, daar hadden de aanwezigen in St. Andrews een voorbeeld aan kunnen nemen. 


[ jeroen.kerkhof @reedbusiness.nl ]

Tobin-tax

Het voorstel dat Gordon Brown op de G20-top in St. Andrews deed, had veel weg van de invoering van een Tobin-tax. Die dankt zijn naam aan de Amerikaanse Nobelprijswinnaar James Tobin , die zijn oorspronkelijke idee lanceerde in de jaren zeventig. Destijds bepleitte Tobin een minieme heffing op valutatransacties. Die zouden daarmee voor speculanten onaantrekkelijk worden, wat moest leiden tot minder extreme schommelingen in wisselkoersen. In de jaren negentig leefden de ideeën over een Tobin-tax vooral voort onder antiglobalisten. De populariteit van het idee hield vervolgens vooral aan vanwege gedachten om de opbrengsten ervan te besteden aan hulp voor ontwikkelingslanden of voor het tegengaan van klimaatveranderingen. Tobin zelf nam, voor zijn overlijden in 2002, afstand van zijn idee; vanwege de sterk geliberaliseerde en internationaal vervlochten kapitaalmarkten zou zijn voorstel praktisch nauwelijks in te voeren zijn. Voor zover Brown meer voor ogen had dan het oplaten van een proefballonnetje, betekende zijn voorstel een ommezwaai. In september zei hij dat maar één of twee landen hun medewerking hoeven te weigeren om de invoering van zo’n heffing praktisch onmogelijk te maken. Toen Brown in 2002 nog minister van financiën was, zag hij ‘zeer substantiële nadelen’ aan een Tobin-tax en vond hij het moeilijk achter een idee te staan waarvan de bedenker al afstand had genomen.

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief