Terwijl in de verte het eerste gerommel van de naderende kredietcrisis klonk, publiceerde FEM in januari 2008 een artikel over de stand van zaken in de Nederlandse maakindustrie. Onze economie draaide weliswaar op volle toeren, die in het Verre Oosten zat nog enkele versnellingen hoger.
Tot onze verrassing ging het veel beter met de maakindustrie dan we hadden gedacht. Natuurlijk, honderden bedrijven zijn de afgelopen jaren gesneuveld in de concurrentiestrijd met goedkoper producerende ondernemingen in lagelonenlanden. Toch wist een aanzienlijk deel van onze maakindustrie zich te handhaven, dankzij slimme procesinnovatie, nieuwe producten en daaraan gekoppelde diensten. In enkele gevallen had een onderneming het roer tijdig omgedraaid en daarmee haar positie versterkt.
Maar dat was voordat de kredietcrisis ontaardde in een ongekend zware recessie. Sindsdien wordt opnieuw de noodklok geluid over het lot van de Nederlandse industrie. Als toeleverancier sterk afhankelijk van de haperende Duitse exportmachine, ging die misschien wel haar laatste fase in. Kunstmatige steun in de vorm van deeltijd-WW en milieusubsidies houden de moed er even in, maar zijn in feite uitstel van executie.
Onlangs gingen we opnieuw langs de bedrijven die we vorig jaar hebben geportretteerd. De uitdaging, om dat vreselijke woord maar eens te gebruiken, is er alleen maar groter op geworden. Toch vertonen de issues die tijdens de hoogconjunctuur van begin 2008 speelden opvallend veel gelijkenis met de problematiek van nu. Het draait nog steeds om superieure producten en diensten, verbetering van de productiviteit en duurzaamheid. De marktomstandigheden zijn veel slechter, maar de beste bedrijven lijken daar daar behendig mee om te springen. De sterke kanten van de nog resterende Nederlandse industrie blijven flexibiliteit, innovatie en inspringen op de wensen van de klant.
Dat wil niet zeggen dat alles koek en ei is. Door de vergrijzing neemt het aantal vakmensen de komende jaren snel af. Tegelijk zakt Nederland op de concurrentie-index van het World Economic Forum . Dat is onder meer te wijten aan verstikkende bureaucratische regels en de achteruitgang van de kwaliteit van het onderwijs. Steeds meer Nederlanders hebben een diploma. Prima, maar wat hebben we daaraan als elementaire kennis en vaardigheden als rekenen en taal onvoldoende worden beheerst? Om maar niet te spreken van de teloorgang van de praktische handvaardigheden die sinds het opdoeken van de ambachtsscholen zijn verdwenen. Nederland heeft zijn onderwijs verwaarloosd en moet de komende jaren aanzienlijk meer investeren dan voorheen. Dat is een belangrijke politieke keuze en die zal heel snel moeten worden gemaakt.
[ arne.van.der.wal @Reedbusiness.nl ]
gedoemd?
Nee. Nederlandse industrie doet het relatief goed.
Hoe?
Product- en dienstinnovatie, productiviteitsverbetering. Toekomst? Alleen bij verbetering concurrentiepositie, dus kwalitatief hoogwaardig onderwijs.
Auteur(s): Arne van der Wal
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 45 , datum 7-11-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business