Snoeptrommel voor vernieuwers

Ondernemers mogen tekeergaan tegen overheidsbemoeienis, ze zijn pragmatisch genoeg om subsidies aan te nemen. SenterNovem-directeur Willem Zwalve verdeelt dit jaar 1,3 miljard aan innovatiegeld. “We moeten zorgen dat onze kennisbasis ijzersterk blijft.”

SenterNovem is een overheidsloket met een fenomenale omzet. In 2008 ging er 2,4 miljard doorheen, vooral via regelingen waarmee EZ en Vrom innovatie en duurzaamheid willen stimuleren. Willem Zwalve gaat als directeur Innovatie over circa 1 miljard daarvan. Goed, Nederland heeft geen steunprogramma’s van 100 miljard ingezet tegen de crisis, we zijn nu eenmaal geen Duitsland of Frankrijk, toch heeft Zwalve in 2009 flink wat extra kunnen verdelen om innovatie en R&D overeind te houden. 


Dit jaar lopen de innovatiesubsidies op tot 1,3 miljard. Bij zijn grootste uitgavenpost, de loonsubsidie voor R&D-personeel WBSO, ging het budget met 10 procent omhoog tot 606 miljoen. Volgend jaar gaat er nog eens 200 miljoen extra naar deze pot waarmee kleinere startende bedrijven tot 60 procent van hun R&D-loonkosten kun-nen aftrekken van de totale loonbelasting.

Voor kenniswerkers is er een echte crisisregeling. Bedrijven zouden moeten bezuinigen op hun R&D-afdelingen, maar ze laten goed personeel liever niet vertrekken. De nieuwe kenniswerkersregeling geeft hun de kans onderzoekers te detacheren op voorwaarde dat die meedraaien in onderzoeksprogramma’s waaraan ook kennisinstellingen deelnemen. Op die manier kunnen er 1.472 mensen aan de slag. Hiervoor is 180 miljoen uitgetrokken.

Europees innovatiegeld stroomt niet rechtstreeks door Zwalve’s loket, wel zorgt zijn organisatie voor de marketing van de onderzoeksprogramma’s. Het gaat per jaar om 350 miljoen, de komende jaren oplopend tot 600 miljoen. “Substantieel geld. Onze inspanningen en de kwaliteit van de Nederlandse kennisinfrastructuur leiden ertoe dat we het relatief goed doen. We hebben, gelet op ons bruto nationaal product (bnp), recht op 5 procent van het budget maar we zitten op ruim 6 procent.”

Over het algemeen zijn de innovatieprogramma’s van SenterNovem gericht op samenwerking tussen bedrijven en wetenschap. Binnen een trits zogenoemde technologische topinstituten wordt kennis ontwikkeld waar de aangesloten bedrijven iets aan hebben. Dit jaar gaat er weer 500 miljoen aan (aardgas)geld naar de beste voorstellen. Zwalve is trots op de topinstituten: “Ze zijn door de Oeso uitgeroepen tot Europese best practice. Het levert een enorme leverage : er gaat 30 tot 50 procent aan overheidsgeld in, de rest komt van de bedrijven en kennisinstellingen.”


Bezwaren


Mooi dat de overheid investeert in innovatie, maar er kleven bezwaren aan. R&D wordt door ondernemers zelf gefinancierd als het écht concurrentievoordelen oplevert. Volgens Zwalve investeren bedrijven te weinig. “Het R&D-budget als percentage van het bnp is in Nederland nog geen 2 procent. Als we de Europese doelstelling van 3 procent in 2010 willen halen, moeten private partijen meer investeren, liefst het dubbele.”


De top-100 van grote bedrijven is goed voor ruim 60 procent van de R&D-uitgaven. Toch profiteert vooral het mkb van de subsidieregelingen. Zo’n 72 procent van de innovatiepot gaat daar naartoe. “Daar zitten de snelle groeiers. Grote ondernemingen voelen zich soms misdeeld maar verdubbeling van R&D-investeringen zal niet komen van de multinationals, maar van het mkb en het buitenland.”

Maar levert het iets op, dat terugpompen van belastinggeld? Daarvoor heeft SenterNovem een uitgebreid monitoring-systeem. Uit onderzoek blijkt dat elke euro die naar de WBSO gaat, 1,7 euro aan privaat R&D-geld oplevert. “We houden een vinger aan de pols en kijken of plannen worden uitgevoerd. De resultaten kunnen bestaan uit octrooien en patenten. Er kunnen ook nieuwe producten, processen en ideeën uitkomen die verder opgepakt worden.”

De trend bij Nederlandse multinationals is om R&D naar het buitenland te verplaatsen, maar er zijn ook bedrijven die juist ons land uitkiezen voor researchcentra. In mei besloot Danone, eigenaar van Numico, zijn Nederlandse R&D te bundelen in Utrecht. “Daar doe je het voor. Al kan ik niet bewijzen dat het een gevolg is van onze inspanningen. Als je nu investeert in R&D, zie je pas over vijf jaar resultaat. Als je een kennispositie wil opbouwen, heb je het over tien of vijftien jaar. Excellentie komt nu eenmaal te voet.”


[ philip.bueters @reedbusiness.nl]

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief