Hollands Glorie op het Damrak. Maritiem dienstverlener Dockwise gaat naar de beurs. Maar die notering is niet alleen ingegeven door nationaal sentiment. De banken dreigen aan te kloppen bij Dockwise, dat zit opgezadeld met een torenhoge schuld.
dockwise | actueel
De wereldmarktleider in zwaar transport over zee koerst af op de thuishaven. Of, zoals financieel directeur Peter Wit van Dockwise het uitdrukt: “ Dockwise is coming home. ”
De maritiem dienstverlener gaat begin december naar de beurs in Amsterdam, zo maakt het bedrijf deze week bekend. Het is de tweede notering na Oslo. Daarnaast verruilt Dockwise het Britse 3i als grootaandeelhouder voor investeerder HAL, dat al grote belangen heeft in andere ‘Hollands Glorie’-bedrijven als baggeraar Boskalis en tankopslagbedrijf Vopak. Het kersverse Project Holland Fonds (van Delta Lloyd en Rabobank) komt ook aan boord bij Dockwise, dat gigantische olieplatforms, kranen en luxe jachten over de hele wereld vervoert. Bain Capital-dochter Sankaty is de enige niet-Nederlandse grootaandeelhouder. Met de aandelenemissie wil Dockwise 220 tot 250 miljoen dollar ophalen.
Onlangs werd het hoofdkantoor al verplaatst van Bermuda naar Breda. Dockwise zat naar eigen zeggen niet om belastingtechnische redenen op het tropische eiland. Het kantoor was nog een erfenis van fusiepartner Sealift. De verhuizing spaart reiskosten uit, maar het instappen van Project Holland Fonds werpt een nieuw licht op de verhuizing. Dit fonds investeert namelijk alleen in bedrijven met het hoofdkantoor in Nederland.
Volgens financieel directeur Wit was 3i na meer dan twee jaar “geen logische aandeelhouder” meer in een beursgenoteerd bedrijf. Het private-equityhuis nam Dockwise eind 2006 voor meer dan 700 miljoen dollar over van offshorespecialist Heerema (76 procent) en de Noorse rederij Wilh. Wilhelmsen (24 procent). Kort daarna kreeg Dockwise, in 1993 ontstaan door een fusie van Wijsmuller Transport en Dock Express Shipping, een plek op de Oslo Børse. “In Oslo zitten analisten die weten hoe de markt werkt waarin wij opereren. Die hoef je weinig uit te leggen”, zei toenmalig cfo Stefan Malfliet in 2007 in FEM .
De gang naar het Damrak is niet alleen ingegeven door de twee nieuwe Nederlandse grootaandeelhouders, zo verklaart zijn opvolger Wit. Een notering in het verre en onbekende Oslo schrikt ook beleggers af. “Samen met het grote minderheidsbelang van 3i drukte dat de koers.”
Een groot succes is de notering in Oslo inderdaad niet gebleken. De introductiekoers van 25 Noorse kronen is nooit meer gehaald. Een eerste daling werd veroorzaakt doordat scheepsmagnaat John Frederiksen (bekend van zijn bemoeienis met rederij Nedlloyd) direct uitstapte – en in zijn spoor veel andere Noorse investeerders. Vorig jaar dook de koers nog eens omlaag als gevolg van de imploderende olieprijs. De olie- en gasindustrie is veruit de belangrijkste opdrachtgever van Dockwise.
De voornaamste reden voor de aandelenoperatie is echter de torenhoge schuld van Dockwise. Naar goed private-equitygebruik zadelde 3i het Bredase bedrijf op met een enorme schuld (zie grafiek). De financieringslasten explodeerden van 6 miljoen dollar in 2006 naar 96 miljoen dollar een jaar later. Prompt dook Dockwise in de rode cijfers.
De schulden namen nog eens verder toe door het stevige investeringsprogramma van Dockwise. Het bedrijf wil niet alleen boorplatforms vervoeren, maar deze ook op zee installeren met zogenoemde float over -schepen. Dat levert opdrachtgevers tijdwinst op en Dockwise een extra marge. In 2007 en 2008 gaf de transporteur in totaal 537 miljoen dollar uit, waardoor de vloot inmiddels uit twintig half afzinkbare schepen bestaat.
Die enorme schuld op de balans was niet zo’n probleem geweest als de markt was blijven groeien. Tot voor kort had Dockwise het tij mee: onder invloed van de stijgende olieprijs schroefden olie- en gasbedrijven de afgelopen jaren hun budgetten stevig op. Maar toen de olieprijs als gevolg van de economische crisis vorig jaar razendsnel daalde van 147 dollar tot zo’n 50 dollar per vat, schoven vooral kleinere oliebedrijven investeringen voor zich uit.
Maar ook de oil majors worden voorzichtiger: zo investeert Shell volgend jaar zo’n 10 procent minder dan in 2009. Over de hele breedte verwacht bodemonderzoeker Fugro een daling van de marktinvesteringen van 6 procent. “Olie- en gasbedrijven houden de hand meer op de knip”, zegt financieel directeur Wit, die zelf onlangs overkwam van Shell.
De aarzelingen van de belangrijkste opdrachtgevers missen hun uitwerking op Dockwise niet. Het orderboek is dit jaar alleen maar leger geworden. Bedroeg de zogenoemde backlog in het eerste kwartaal van dit jaar 412 miljoen dollar, nu is dat nog maar 339 miljoen dollar. Of dit jaar de geprognosticeerde half miljard omzet wordt gehaald is nog maar de vraag. Overigens worden ook branchegenoten getroffen. Zo zijn slechtere cijfers over 2009 bij Mammoet volgens moederbedrijf SHV “zeer waarschijnlijk”.
De verwachte daling van de resultaten bij Dockwise (zie grafiek) zal door de banken met argusogen worden gevolgd. Van hen moet Dockwise voldoen aan drie financieringseisen, waarvan de leverage ratio (verhouding nettoschuld en het resultaat voor interest en belastingen) de belangrijkste is. Als het resultaat daalt, komt schending van dat bankconvenant in zicht. Volgens Wit kan Dockwise dit jaar nog zeker aan de afspraken voldoen. Maar, zo erkent hij: “Ergens in 2010 was schending van de convenanten een mogelijkheid geweest. Maar dat betekent niet dat we niet aan onze betalingsverplichtingen hadden kunnen voldoen. De cashflow is kerngezond.”
Ook analisten verwachten niet dat op korte termijn de alarmbellen af zullen gaan bij de banken. Maar Dockwise komt wel gevaarlijk dicht in de buurt. “In 2010, als wij de meest nijpende situatie verwachten, is er maar een kleine verandering in onze aannames nodig om de afgesproken leverage ratio te doorbreken”, schrijft de analist van Barclays. Als de convenanten waren doorbroken, dan was dat Dockwise volgens Wit op extra hoge rente komen te staan.
Om die situatie te voorkomen haalt Dockwise nu een flinke som geld op met een aandelenemissie. Daardoor zakt de schuld tot zo’n 650 miljoen dollar. Dockwise is overigens al langer bezig met het verlichten van de financiële verplichtingen. Deze zomer kocht Dockwise bijvoorbeeld al eigen schulden op en werd de verkoopopbrengst van een schip besteed aan schuldreductie. Ook is Dockwise zuiniger geworden. In plaats van 50 miljoen dollar wordt er volgend jaar nog maar 35 miljoen dollar geïnvesteerd.
Niet alleen de banken worden zenuwachtig van de schuldenlast van Dockwise. Want hoewel Wit benadrukt dat zijn bedrijf “zeker geen gammele balans” heeft, kijken ook opdrachtgevers argwanend naar de financiële structuur van de voormalige Heerema-dochter. Zij willen er bij de aanbesteding en planning van grote projecten zeker van zijn dat Dockwise in pakweg 2013 nog bestaat. Wit: “Oliemaatschappijen willen steeds meer langetermijnafspraken.” We lossen met deze herkapitalisatie in één keer drie problemen op: de hoge schuld, de positie van 3i als aandeelhouder en het bezwaar van een notering in Oslo.”
Ondanks de zorgen op de korte termijn is Dockwise optimistisch over de toekomst. Na 2010 nemen de booractiviteiten van oliemaatschappijen, en daarmee het transport van boorplatforms, weer toe, zo schrijft topman André Goedée in een toelichting op de derde kwartaalcijfers. Bovendien worden installaties steeds meer in kant-en-klare modules naar de uiteindelijke productielocaties gebracht. Dergelijke grote onderdelen kunnen alleen door transporteurs als Dockwise worden vervoerd. Goedée wil dan ook naar een omzet van 1 miljard dollar.
Of Dockwise een plek krijgt in een Amsterdamse beursindex hangt af van de handel in het aandeel. Maar financieel directeur Wit denkt al aan de precieze plek op de midkapindex. “Tussen CSM en Draka.”
[ jacco.neleman@reedbusiness.nl]
3i Blijkt een prima rendement gemaakt te hebben op zijn investering in Dockwise, zo blijkt bij navraag. Het private-equityhuis betaalde eind 2006 zelf 125 miljoen euro om de maritiem dienstverlener over te mogen nemen van Heerema en Wilh. Wilhelmsen. Dat geld was binnen het jaar al te terugverdiend . Een herkapitalisatie door Dockwise leverde 3i in 2007 namelijk 191 miljoen euro op. Het aandeel van 26,2 procent – het belang verwaterde na de Noorse beursgang – is nu voor 55 miljoen euro verkocht aan HAL, Project Holland Fonds en Sankaty. De totale opbrengst voor 3i bedraagt dus 246 miljoen euro, bijna twee keer de originele inleg van de Britten. Niet voor niets spreekt een woordvoerster van 3i dan ook over “een zeer succesvolle investering”.
Auteur(s): Jacco Neleman
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 43 , datum 24-10-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business