De overheid is niet met haar tijd meegegaan. Ze is log en traag. Hoog tijd dat de overheid zich drastisch vernieuwt, zeker nu er drastische bezuinigingen voor de deur staan.
ex-burgemeester luigi van leeuwen | interview
ederland heeft een probleem. Door de crisis geeft het rijk veel geld uit terwijl er relatief weinig geld binnenkomt. De staatsschuld groeit en het kan niet anders of het rijk moet, als de economie weer aantrekt, de tering naar de nering zetten. Dat vraagt om drastische maatregelen en gedurfde keuzes. Maar zal de politiek zulke maatregelen ook nemen? Zijn er politici met lef die zulke keuzes durven te maken?
Over dat probleem schreven Luigi van Leeuwen en Jan Eikema het boek Politiek is niet voor bange mensen . Bekende politici zijn ze niet, maar ervaring in de politiek hebben beide schrijvers wel. Van Leeuwen (70), bloedgroep VVD, was van 1975 tot 1988 burgemeester van Capelle aan den IJssel en vervulde datzelfde ambt daarna zestien jaar lang in Zoetermeer. Van 2005 tot 2007 was Van Leeuwen, gehuwd met voormalig VVD-partijvoorzitter Dian van Leeuwen-Schut, waarnemend burgemeester van Wassenaar. Jan Eikema verruilde begin jaren negentig van de vorige eeuw het ambtenarenbestaan voor het ondernemersschap en richtte het adviesbureau Awareness op dat zich bezighoudt met beleidsmarketing. Ministeries en gemeenten behoren tot de voornaamste klanten van Eikema.
Volgens beide auteurs is het hoognodig dat de overheid zich vernieuwt. Ze is vaak log en traag en weinig geneigd tot luisteren. Procedures duren eindeloos. De productiviteit is te laag, de kosten zijn te hoog. Kan het anders? Ja, de overheid kan kleiner en beter en de auteurs doen in hun boek een aantal suggesties om dat doel te bereiken. In hun ogen móet de overheid ook kleiner en beter, omdat er anders van de noodzakelijke bezuinigingen niets terechtkomt en de kloof tussen overheid en burger alleen maar groter wordt. Van Leeuwen: “Bijna elk onderwerp in Nederland is uitgekauwd. Over bijna alles zijn rapporten geschreven. Het wordt tijd dat er een richting wordt bepaald.”
Politici met lef. Zijn die er nog?
“Ik zie ze niet. De hele gang van zaken rond de grote aankomende bezuinigingsoperatie zegt genoeg. Werkgroepen onder leiding van ambtenaren moeten met plannen komen. Waarom komen politici er zelf niet mee?”
Vroeger waren er wel aansprekende politici. Wie vond u aansprekend?
“Pieter Oud, de man die na de oorlog het liberalisme heeft vormgegeven in Nederland. Hans Wiegel, die van de VVD een brede volkspartij heeft gemaakt. Frits Bolkestein, omdat hij dingen ter discussie stelde en tegen de stroom in durfde gaan. Joop den Uyl, een kanjer van een politicus, al was ik het vaak niet met hem eens. En Jan Marijnissen, omdat de SP onder zijn leiding van een kleine actiepartij uitgroeide tot een grote partij. Het zijn allemaal gezichtsbepalende mensen geweest die handelden vanuit een duidelijke ideologie. Dat laatste mis ik bij de huidige generatie.”
Niet zo gek, toch? Nederland is rijk en welvarend. De tijd van grote ideologische verschillen is voorbij.
“Dat klopt wel, maar het is belangrijk om vergezichten te hebben. Neem Maleisië. Daar heeft premier Mahathir Mohammad zich jaren geleden ten doel gesteld dat Maleisië in 2020 net zo welvarend moest zijn als de VS. Hij heeft sterk ingezet op technologische ontwikkeling. Het onderwijssysteem is aangepast, er kwam zelfs een nieuwe hoofdstad. In Nederland vinden we zo’n vergezicht jammer genoeg niet nodig.”
“Daarbij blijven er altijd onderwerpen waarover je flink van mening kunt verschillen. Neem het vraagstuk van de invloed van de overheid. Waarom is er niemand die een koers uitzet waarbij we minder afhankelijk worden van de bureaucratie? Iemand die met elan verkondigt dat de productie bij de overheid omhoog moet? De overheid lijdt aan aangroei, aan vervetting.”
“Ik ben bang dat veel plannen die de komende tijd worden gemaakt, zullen neerkomen op lastenverzwaringen. Ik hoor Hamer (fractievoorzitter PvdA, red.) en Kant (fractievoorzitter SP) al weer zeggen dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Nou, die sterkste schouders dragen in Nederland al veel lasten.”
Aangroei, vervetting?
“Ja. Als er iets mis is, wordt er een spoeddebat gehouden in de Kamer en klinkt er al snel de roep om nieuwe regels en wetten. Terwijl er al zo veel geregeld is. Bestaande wetten worden alleen niet goed uitgevoerd. Er zijn 156.000 rijksambtenaren. Daarvan behoren er 52.000 tot de overhead: stafdirecteuren, coördinatoren, etcetera, etcetera. Die zijn niet nodig. Je kunt met 100.000 rijksambtenaren toe. Of neem de deelraden in Rotterdam. Er zijn 233 deelgemeenteraadsleden. Die gaan over een budget van 300 miljoen euro. Dat is dus bijna één lid op één miljoen euro. Dat is idioot. Of neem de aanpak van de zogeheten prachtwijken. Eindhoven wil al niet mee meedoen. Ze worden gek van de verplichtingen terwijl de eerste euro van het rijk nog moet binnenkomen.”
Wat kun je er aan doen?
“Bij elke begroting zie je hetzelfde beeld. De discussies gaan over 15 procent van de uitgaven, over de resterende 85 procent praat niemand. Begin nu eens met 30 procent te bezuinigen op alle productieve uitgaven – en dan reken ik salarissen niet mee. Die 30 procent stop je in een fonds. Ambtenaren die echt kunnen aantonen dat ze niet uitkomen met hun nieuwe budget kunnen uit dat fonds putten. Dat leidt tot creativiteit, tot samenwerking. Je zult zien: uiteindelijk bespaar je 20 procent op de oorspronkelijke uitgaven. Die kun je besteden aan nieuw beleid of aan lastenverlichting.”
Is dat weleens ergens toegepast?
“Ik heb zoiets in Capelle aan den IJssel gedaan, toen ik daar burgemeester was. Het ambtenarenbestand liep daardoor terug van 500 naar 348. En niemand die het heeft gemerkt. Natuurlijk, het was vervelend voor de mensen die hun baan verloren. Maar is het niet zieliger als mensen nutteloos werk doen? Dan kun je hen toch beter cursussen aanbieden zodat ze elders aan het werk kunnen.”
Nog meer tips?
“Decentraliseer! In Nederland krijgen gemeenten 90 procent van hun inkomsten van het rijk. In Denemarken is dat maar 30 procent. Maak van die 90 procent nu eens 75 procent, om mee te beginnen. Je zult zien dat gemeenten dan efficiënter met hun geld omgaan. Met ‘eigen’ geld ga je nu eenmaal anders om dan met gekregen geld. Critici zeggen dat er dan grote verschillen zullen ontstaan tussen gemeenten onderling. Nou en? Het is toch logisch dat het aanvragen van een vergunning voor de bouw van een villa in Wassenaar veel duurder is dan de aanvraag voor een flatje in Rotterdam?”
Wat moet de overheid allemaal laten?
“In de jaren tachtig is aan gemeenten en provincies gevraagd waar ze géén behoefte aan hadden. Daar zijn 1.100 tot 1.200 voorstellen uit voortgekomen. Veel daarvan zijn gesneuveld, maar de operatie heeft ook tot een aantal concrete veranderingen geleid, zoals de Winkeltijdenwet. Gemeenten hebben meer te zeggen gekregen over de ruimtelijke ordening en het toezicht van het rijk op de financiën van gemeenten is veranderd. Tot voor kort moest je voor elke specifieke uitkering een aparte accountantsverklaring hebben. Je zou zo’n ‘wat-is-niet-nodigoperatie’ nog eens kunnen uitvoeren.”
Moet de overheid behalve dingen laten ook nog dingen doen?
“Productiever werken. En beter luisteren naar de burger. Burgers zijn veranderd. Ze zijn over het algemeen welvarend, goed ingelicht en mondig. Het aantal mensen met een universitaire of hbo-opleiding is vele malen groter dan in de jaren zestig. Bovendien is er internet. Maar op een aantal goede uitzonderingen na, is de overheid niet met haar tijd meegegaan. Procedures duren lang, de overheid denkt topdown, inspraak van burgers is vaak een formaliteit. Terwijl een overheid burgers ook kan uitnodigen om over zaken mee te denken. ‘Kom maar op met je ideeën’, dat moet de grondhouding van de overheid zijn. Zo kunnen in Breda burgers met ideeën komen. Als die veel adhesiebetuigingen krijgen, is de gemeente verplicht er iets mee te doen. Zo krijg je niet alleen goede plannen, je stimuleert ook het actieve burgerschap.”
Burgers kunnen ook knap lastig zijn.
“Dat is zo. Burgers zijn lang niet altijd lieverdjes. Maar dat ontslaat de overheid niet van haar plicht goed werk af te leveren. Ik heb nog meegemaakt dat er verzet was tegen het plan om in brieven aan burgers de naam te noemen van de ambtenaar die de betreffende kwestie had behandeld. In New York is het voor burgers die een klacht hebben ingediend mogelijk om op internet te volgen, waar die klacht zich in het ambtelijk apparaat bevindt. Zo’n maatregel past bij een moderne overheid.”
[ koos.schwartz @reedbusiness.nl ]
luigi van leeuwen (70)
Opleiding
economie (Erasmus Univ.)
Loopbaan
1966-1971: lid gemeenteraad Rotterdam 1970-1976: lid Rijnmondraad 1975-1988: burgemeester Capelle aan den IJssel 1988-2004: burgemeester Zoetermeer 2005-2007: waarnemend burgemeester Wassenaar 1994-1997: bijzonder hoogleraar lokale heffingen (Erasmus Univ.) 1998-2005: bijzonder hoogleraar openbare financiën der lagere overheden (Tilburg) 2007-heden: adviseur bij gemeenten, provincies, bedrijven
Auteur(s): Koos Schwartz
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 43 , datum 24-10-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business