Europese Monetaire Unie

Tweespalt dreigt in de Eurozone

Met de komst van de euro en de interne markt zouden Europese economieën meer op elkaar lijken. Dat blijkt ijdele hoop geweest te zijn. De verschillen zijn toegenomen en zullen door de crisis nog maar verder toenemen, met alle gevolgen van dien.

In 1990 riep de Italiaanse zanger Toto Cutugno gepassioneerd alle Europese landen op zich te verenigen. Zijn lied ‘Samen: 1992’, met het aanstekelijke refrein ‘unite, unite Europe’ won dat jaar het Eurovisie Songfestival. Bijna twintig jaar later lijkt Europa gehoor te hebben gegeven aan zijn oproep. Van Griekenland tot Finland is Europa één grote interne markt geworden. Al bijna elf jaar is er ook de euro, de belichaming van de Europese eenwording. Hoewel het erop lijkt dat Europa inderdaad één is geworden, is de werkelijkheid anders. De verschillen binnen de eurozone zijn niet kleiner maar juist groter geworden. En ze nemen toe, als gevolg van de uiteenlopende aanpak van de crisis. 


Eerst even terug in de tijd. 1999 Was het begin van het grootste monetaire experiment ooit. Op de financiële markten van elf landen van de Europese Unie verving de euro de nationale munten. Drie jaar later kwamen ook de euromunten en bankbiljetten in omloop in nu inmiddels twaalf EU-landen. Griekenland mocht in 1999 nog niet meedoen, maar in 2002 wel.

Het was een groep landen die, in economisch opzicht, onderling nogal van elkaar verschilden. Maar de hoop was dat de euro de katalysator zou zijn om die landen meer naar elkaar toe te trekken. De verschillen in bijvoorbeeld economische groei, welvaart en werkloosheid, zouden afnemen. Maar dat is niet gebeurd.
In 1999 bedroeg het verschil tussen het land met de hoogste en de laagste inflatie in de eurozone 2 procentpunten. Tien jaar later, in 2008, is dat verschil opgelopen naar 3,7 procentpunten, bijna een verdubbeling.

Ook in termen van economische groei zijn de verwachtingen niet uitgekomen. Tussen 2002 en 2006, de eerste jaren van de euromunten en bankbiljetten, noteerde Ierland de snelste groei, gemiddeld 5,5 procent per jaar. Hekkensluiter was Portugal, met slechts 0,7 procent groei per jaar. Een verschil van 4,8 procentpunten. Fast forward naar 2009 en het ziet er allemaal nog beroerder uit. Ierland is gedegradeerd van dé Europese ster tot hekkensluiter, met een verwachte economische krimp van 9 procent. De economie van Cyprus zal juist groeien met 0,3 procent, een verschil van 9,3 procentpunten. Net als op het inflatiefront geldt ook hier: bijna een verdubbeling.

Een tegenwerping kan zijn dat hier appels en peren worden vergeleken. Immers, Cyprus is pas sinds vorig jaar een euroland. Echter, ook wie alleen naar de oorspronkelijke eurolanden kijkt, ziet het verschil toenemen. Van die groep zal Frankrijk dit jaar relatief het beste presteren, met een verwachte krimp van 3 procent. Het verschil tussen het best en het slechtst presterende land komt daarmee uit op 6 procentpunten. Ook op veel andere gebieden (zie ‘Ieder zijn eigen weg’) blijkt dat de hoop uit 1999 ijdele hoop is geweest.

Ruzie


Dat zou veel minder erg zijn als er aanwijzingen zouden zijn dat de wegen die de verschillende landen bewandelen dichter bij elkaar komen. Daar ziet het er echter niet naar uit. 


Net als de rest van de wereld is ook de eurozone al langer dan een jaar in de greep van de diepste economische crisis in ruim een halve eeuw. Van een gecoördineerde Europese aanpak van de crisis is echter weinig te merken. Spanje wil op korte termijn de btw en enkele andere belastingen verhogen, om zo het begrotingstekort terug te dringen. In Duitsland daarentegen wil de regering de belastingen juist aanzienlijk verlagen, om de economie aan te zwengelen. De regering in Berlijn heeft de grondwet aangepast zodat de deelstaten en de federale regering in de toekomst heel beperkt of zelfs helemaal niets mogen lenen. Schuld aflossen zal gebeuren via minder uitgaven, niet via hogere belastingen. In Nederland wil de regering ook bij wet vastleggen hoe de extra schuld moet worden afgelost. De schuld is vooral opgelopen doordat er tientallen miljarden euro’s nodig waren om de financiële sector te redden.
Maar daarmee zijn Nederland en Duitsland uitzonderingen in de eurozone. De Franse president Nicolas Sarkozy zei onlangs dat zelfs met een record begrotingstekort bij de overheid, zijn land meer moet uitgeven om de economie aan te jagen. Volgens Guillaume Sciard, beheerder van ruim 3 miljard euro aan obligaties bij Barclays Wealth Managers France, zit de Franse schuld in een neerwaartse spiraal. Hij verwacht dat Frankrijk voor 2012 zijn triple A-kredietscore zal kwijtraken. Dat is de hoogst mogelijke score die een land kan krijgen. Nederland en Duitsland hebben die status. Sciard voorspelt dat Duitsland uiteindelijk als het enige Europese land zal overblijven met de triple A-status.

Door die uiteenlopende aanpak is het waarschijnlijk dat de verschillen verder zullen oplopen, wat grote gevolgen zal hebben in de eurozone.

Neem nu de Europese Centrale Bank (ECB). Die bepaalt de officiële rente voor de hele eurozone. Hoe kleiner de verschillen in ontwikkeling, hoe groter de kans dat de ECB-rente voor elk land acceptabel is. Economen spreken dan van de ‘één-maat-past-iedereen’-rente. Maar als de verschillen toenemen verandert dat in de ‘één-maat-past-niemand’-rente.

Dat opent de deuren voor oplopende spanningen binnen de eurozone. Binnen de ECB zal de strijd verhevigen tussen twee groepen centrale bankiers: de groep die de rente laag wil houden om de groei te ondersteunen en de groep, waar Nederland en Duitsland in zitten, die de rente juist wil verhogen om inflatie tegen te gaan.

Die onenigheid zal de euro vervolgens verzwakken, wat tot nog meer onenigheid zal leiden. Landen als Nederland en Duitsland zullen dat niet accepteren omdat een zwakke munt de inflatie aanjaagt. Immers, alles wat de eurozone invoert, zoals olie, wordt dat duurder, uitgedrukt in euro’s. Daarmee zal ook een tweede belofte uit 1999 overboord worden gegooid. De belofte was dat de euro even hard en stabiel zal zijn als de Duitse mark en de gulden.

Al jaren zijn er economen die vraagtekens plaatsen bij de levensvatbaarheid van de euro op de lange termijn. De laatste tijd hebben sommige hardnekkige euro-optimisten zich bij dat kamp aangesloten. De effecten van de crisis en de aanpak ervan zijn daarmee nu al zichtbaar in de euro-zonelanden. Voorlopig zijn ze nog zonder gevolgen, maar dat zal veranderen. De grote hit uit 1986 van de Zweedse band Europe, The Final Countdown , lijkt meer van toepassing op de eurozone dan op het winnende nummer van Cutugno uit 1990.


[ edin.mujagic @reedbusiness.nl ]

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief