Waarom zagen bijna alle economen de kredietcrisis niet aankomen? De vraag houdt economen en niet-economen uit hun slaap. Het vak moet op de schop.
slechte voorspellers | economie
‘Het is waar dat we de crisis niet hebben voorspeld. Maar toen de crisis uitbrak, hebben we die wel opgemerkt, wat eigenlijk net zo goed is als de crisis voorspeld hebben’.
Het antwoord van de nepbankier bezorgt de toeschouwers van een voorstelling van het Britse satirische duo John Bird en John Fortune de slappe lach. Veel mensen kunnen er met hun hoofd niet bij. Hoe is het mogelijk dat duizenden economen het economisch onheil niet zagen aankomen? Zelfs de Britsequeenvroeg economen tijdens een ontmoeting verbaasd hoe het mogelijk was dat ze de ergste financiële en economische crisis in ruim een halve eeuw niet hebben zien aankomen.
“Economen hebben het contact met de realiteit verloren, de mens in de economie verwaarloosd en te lang gedacht dat economie een exacte wetenschap was in plaats van een sociale wetenschap.” Die conclusie trekt Kees Koedijk, hoogleraar economie en decaan van de faculteit economie van de Universiteit van Tilburg, uit de gebeurtenissen van de afgelopen jaren. Paul Krugman, hoogleraar economie aan de Amerikaanse universiteit van Princeton, Nobelprijswinnaar voor de economie in 2008 en columnist voor The New York Times , zoekt de verklaring in het bijna fundamentalistische geloof van veel economen in de volledige rationaliteit van de financiële markten en de partijen die daar hun brood verdienen. De aannames dat iedereen op de financiële markten rationeel handelt en die markten altijd perfect werken, is de hoeksteen van bijna alle toonaangevende economische modellen.
Economen hadden blind vertrouwen in die modellen, hoewel daarin zoiets als de groei van de geldhoeveelheid geen plek had. Dat is raar, want economie heeft natuurlijk alles met geld te maken. Hetzelfde geldt voor financiële instellingen. De modellen zijn gebouwd op de aanname dat de economie wordt aangedreven door consumenten en door producenten van goederen en diensten, wat economen de ‘reële economie’ noemen. Alles daarbuiten, inclusief de banken, speelt een ondergeschikte rol.
Door die modellen hebben economen de mogelijkheid dat zo’n crisis zich zou voordoen eigenlijk gewoon genegeerd, zei Franklin Allen, hoogleraar economie aan de Amerikaanse Wharton-universiteit van Pennsylvania onlangs in een interview. Ook factoren als het menselijk gedrag en verwachtingen ontbraken vaak in de meest gangbare modellen, vulde Sydney Winter, een collega van Allen aan diezelfde universiteit aan. ‘Meest opmerkelijk is echter dat veel serieuze mensen zich verbonden aan het scenario dat de huizenprijzen bijvoorbeeld alleen maar zullen stijgen. Een werkelijk bizar scenario.’
Niet alle economen gingen de mist in. Dirk Bezemer, hoogleraar toegepaste micro-economie aan de Rijksuniversiteit Groningen, identificeerde onlangs in een onderzoek twaalf economen die in een vroeg stadium de misère hebben voorspeld. Het bekendste voorbeeld is de New Yorkse hoogleraar economie Nouriel Roubini, die in 2005 voorspelde dat de huizenprijzen in de daaropvolgende drie jaar met ten minste 30 procent zouden dalen, en in 2006 waarschuwde dat misère op de huizenmarkt de VS in een recessie kon storten. De bekende Amerikaanse beurshandelaar en schrijver Peter Schiff schreef in 2006 dat ‘de Verenigde Staten een Titanic is’ en zei ook: ‘Ik zie een serieuze financiële crisis op de VS afkomen.’ Bezemer verwijt de centrale bankiers dat zij al die waarschuwingen – niet van de eersten de besten – in de wind sloegen.
Verschillende economen hebben zich gebogen over de vraag hoe het nu verder moet met hun vak. “Wat nodig is, is het herstel van het contact met de realiteit, het mensbeeld moet er in volle breedte ingebracht worden. Studenten economie moeten betere kennis krijgen van geschiedenis en meer interesse ontwikkelen voor andere disciplines. Het belang van de samenleving moet voorop staan”, aldus Kees Koedijk.
De eerste stap naar verbetering is inderdaad erkennen dat er een probleem is. Maar daarvan is nog lang niet iedere econoom overtuigd. ‘Economen die de crisis niet hebben voorspeld zijn nutteloos, dat is het gangbare beeld. Het is net zo belachelijk als zeggen dat doktoren waardeloos zijn, omdat ze aids of de gekkekoeienziekte niet hebben voorspeld. De meeste crises zijn door hun aard niet te voorspellen’, valt Gilles-Saint Paul, een Franse topeconoom die onder meer economisch adviseur is van het Franse ministerie van milieu, de critici aan. Het laatste woord over zelfschuld onder economen is nog niet gezegd.
[ edin.mujagic @reedbusiness.nl ]
De eerste winnaar van de Nobelprijs voor de economie was de Nederlandse econoom Jan Tinbergen. Na hem waren het louter mannen die de meest prestigieuze prijs voor economen hebben gekregen. Tot 2009. De winnaars van dit jaar zijn de Amerikaanse economen Elinor Ostrom (geboren in 1933) en Oliver WIlliamson (geboren in 1932). Ostrom is de eerste vrouw die de prijs wint. Zij krijgen de prijs voor hun onderzoek naar de vraag hoe economische transacties tot stand komen buiten de markt om. Ostrom heeft zich vooral beziggehouden met samenwerking bij gemeenschappelijk bezit, zoals de natuur. Williamson richtte zijn pijlen op de vraag waarom mensen samenwerken binnen bedrijven en niet hun diensten op de markt aanbieden. Aan de prijs is, behalve eeuwige roem, ook een geldbedrag van 10 miljoen Zweedse kronen, net iets minder dan een miljoen euro, verbonden. Dat bedrag moeten de winnaars wel delen. Daarmee lijden zij ook onder de financiële crisis. De krona is in waarde gedaald sinds vorig jaar. Hadden ze de prijs vorig jaar gewonnen, dan hadden ze net iets meer dan een miljoen euro in handen gehad.
Auteur(s): Edin Mujagic
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 42 , datum 17-10-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business