Vorig jaar maakten de Chinese multinationals bij elkaar opgeteld vijf keer zo veel winst als de Amerikaanse multinationals. En nu komen ze naar Nederland.
chinese top 500 | ondernemen
Junqing Lu (1962) kent de stille kracht van het Chinese bedrijfsleven. Als voorzitter van de World Eminence Chinese Business Association (Wecba) behartigt hij de belangen van de 30.000 rijkste en succesvolste Chinese bedrijven en entrepreneurs.
“Wij bevorderen de onderlinge samenwerking, ook met de overheid”, waarmee Lu nauwe banden onderhoudt. Sinds vorig jaar organiseert hij ook congressen buiten China. Na successen in Indonesië en Thailand, volgt van 27 tot 29 oktober het eerste congres in het Westen: de Wecba The Hague Executive Conference. “Nederland en de EU zijn belangrijke investeerders in China. Op hun beurt moeten Chinese bedrijven naar Europa komen, zelfs nu het investeringsklimaat niet zo goed is”, stelt Lu. “Toch is men bereid te gaan. Peking ondersteunt zulke initiatieven, Huawei is daar een goed voorbeeld van.”
Met de productie voor export en expansie in de groeiende thuismarkt was de Chinese entrepreneur verzekerd van succes. Die tijden zijn voorbij, ondanks Pekings megasubsidie om de crisis het hoofd te bieden door de binnenlandse markt te stimuleren. “De grote investeringen uit die pot gaan vooral naar infrastructuur”, zegt Lu. “De thuismarkt biedt onvoldoende ruimte aan Chinese bedrijven om zich op dezelfde weg verder te blijven ontwikkelen. Ze hebben geen andere keus dan naar het buitenland te gaan.” Alleen zo kunnen de nieuwe multinationals groeien, en niet alleen in omvang. “De overheid wil de consumptie stimuleren. Dat betekent ook dat Chinese bedrijven andere dingen en dingen anders moeten gaan doen. Dat verklaart de ambigue houding van Peking dat aan de ene kant oproept de thuismarkt te ontwikkelen, en aan de andere kant bedrijven aanspoort de wereld in te trekken”, legt hij uit.
De eerste halte op de weg van expansie in het rijke Westen ligt doorgaans in de Verenigde Staten. “Daar zijn minder obstakels om de markt binnen te komen. De Europese markt is diverser, gefragmenteerder dan de Noordamerikaanse.” Bovendien kiest de Amerikaane consument voor de laagste prijs, iets waar Chinese bedrijven thuis al bekend mee zijn. “In Europa kijkt men ook naar kwaliteit en design.” Dat is een heel andere, voor Chinese entrepreneurs vaak nieuwe, benadering. Juist dat is een hoofdreden om naar Europa komen, naast de omvang. “De EU-markt is op de lange termijn zeer belangrijk. Als Chinese bedrijven daar niet aanwezig zijn, verliezen ze de wereldmarkt”, waarschuwt Lu. “Men heeft geen keus: investeren in Europa is een noodzaak.”
Nederland is een logische kandidaat. Al jaren is het de op een na grootste EU-handelspartner van China. Met minder inwoners dan Sjanghai is het echter ongeschikt als zelfstandige markt. De Chinese entrepreneur ziet Nederland als een multicultureel land. “Het is een strategische beslissing om vanuit Nederland de EU-markt te betreden.”
Die weg heeft Lu zelf ook bewandeld. Na zijn studie Chinese Letterkunde werkte hij een decennium als ambtenaar. In 1995 begon hij als particuliere uitgever en organisator van congressen. Tegelijkertijd werd hij voorzitter van de entrepreneursclub van Sichuan. Twee jaar later liet hij zich uitkopen om op nationaal niveau een combinatie van beide te beginnen: de Eminent Chinese Business Group en later onder meer de Wecba.
Het ging niet altijd vanzelf. Lu moest nog veel leren, vooral op het gebied van management. “Ik heb geleerd gebruik te maken van de kracht van de partners. Wil je een beker melk, koop je immers ook niet een hele boerderij.” De lessen die hij zelf geleerd heeft geeft hij graag mee aan Chinese groeiers. “Destijds groeide ik te hard, te groot. Het creëren van expertise en bekendheid is echter belangrijker dan omvang.” Volgens Lu geldt dat ook voor de Chinese bedrijven die de Europese markt op willen.
“Ondanks het warme welkom, hebben Chinese bedrijven de Europese markt onvoldoende bestudeerd en zich er onvoldoende op voorbereid. Zo spreekt het management in 99 procent van de bedrijven niet of nauwelijks Engels. Men weet vrijwel niets van buitenlandse culturen of regelgeving.” Er moet daarom een nieuwe generatie managers worden klaargestoomd om wereldwijd mee te kunnen spelen. Dat gaat 30 jaar duren, schat Lu. “De eerste pioniers zijn nu in het buitenland. De ervaring die ze opdoen delen ze hier met jongere entrepreneurs, dat proces duurt een jaar of tien. Die nieuwe groep gaat het op hun beurt proberen. De derde generatie is dan op een vergelijkbaar niveau als de westerse multinationals.” Financiële ondersteuning is tijdens deze opvoeding erg belangrijk.
Daarom is Lu momenteel betrokken bij het opzetten van een investeringsbank “die onder meer hulp gaat bieden aan Chinese bedrijven in Europa”. Hopelijk wint hij daarmee de harten van de entrepreneurs in het thuisland, want ondanks aanmoediging vanuit Peking blijft het moeilijk hen te motiveren voor de stap naar het Westen. Het congres in Den Haag helpt Lu daarbij. “Ik verwacht dat we daar een goede uitwisseling van gedachten zien tussen Chinese en Nederlandse top-entrepreneurs, dat ze elkaar de kracht en mogelijkheden van beide markten tonen. De grote Nederlandse ondernemingen ontwikkelen zich soepel in China, zij zijn het bewijs.”
Kanshebbers voor marktintroductie via Nederland zijn volgens Lu een bouwer van elektrische bussen die 600 kilometer kunnen rijden zonder tussentijds op te laden en een bedrijf dat agrarisch afval zoals bladeren goedkoop verwerkt tot vloeren en meubels. “Echte innovaties ja, geen namaak. Vroeger werd er veel nageaapt, dat klopt. Peking reguleert de thuismarkt hoe langer hoe beter. Chinese bedrijven hebben trouwens net zoveel last van namaak. Zowel de overheid als het bedrijfsleven besteedt veel aandacht aan intellectual property rights , je moet wel als je de wereldmarkt op wilt.” Nederland, Europa, dan de wereld, Lu windt er geen doekjes om: “Chinese bedrijven moeten de internationale uitdaging aangaan, anders verliezen ze de toekomst.”
[ Bouko de groot - sjanghai ]
China- summit
Hoe aantrekkelijk is Europa, en in het bijzonder Nederland, werkelijk voor Chinese ondernemingen? Tot nu toe slagen de Amerikanen er beter in om Chinese bedrijven naar hun land te trekken. Op de Nasdaq en de beurs van New York zijn tientallen ondernemingen genoteerd. Ook in de reële economie zijn de Chinezen sterk aanwezig. Van de koelkasten van Haier tot Hummer, dat onlangs werd gekocht door de Chinese machinefabriek Tengzhong. Nederland is op enkele gebieden interessant voor China: energie en grondstoffen, duurzame energie, nieuwe materialen, milieubescherming, gezondheidszorg en geriatrie, biotechnologie, biologie en uiteraard schoon water. Chinese venture capital -maatschappijen zouden ook op zoek zijn naar investeringen op het gebied van nieuwe media, gaming, hightech industriële oplossingen en consumentenartikelen in de hogere prijsklasse. Meer weten? Meldt u aan voor Wecba: www.wecbathehague.nl
Betweters
“Er is veel animo om in Europa te acquireren. En Nederland heeft binnen de EU alle ingrediënten om maximaal competitief te zijn voor Chinese investeerders, ook op belastinggebied”, zegt Jan Holthuis, senior partner bij HIL International Lawyers, de grootste China specialist in Nederland. “Chinese bedrijven doen het graag stapje voor stapje. Ze verkennen eerst de markt met een kleine Europese partner, om daarna de grote investering te doen.” Grote deelnemingen in grote Europese bedrijven gaan vaak mis. “De onderlinge ervaringen en managementstijlen zijn volstrekt anders.” Men stuurt een Chinees team naar Europa, doorgaans internationaal onervaren, om daar alles op de Chinese manier te besturen “met de focus op cost cutting . Vrijwel de hele top is dan Chinees, zelfs lokaal. Het helpt ook niet dat ze Chinese groeiverwachtingen van 30 procent per jaar meenemen, terwijl ze in hun handen mogen knijpen met 3 procent.” Uiteindelijk vertrekken ze teleurgesteld. “Ze zouden succesvoller zijn als ze meer openstaan voor de Europese partner”, zoals hun Europese collega’s dat doen in China. Holthuis signaleert ook een andere trend: investeren in Europa voor een sterkere positie in China. “Zijn je producten ‘Europees’, dan kun je meer marge maken.”
Auteur(s): Bouko de Groot
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 42 , datum 17-10-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business