Nederlands design is wereldberoemd sinds Droog het in de jaren negentig een podium gaf. Crisis en klimaatzorgen kunnen de Nederlanders nu weer een flinke impuls geven. Dat bewees Droog-oprichtster Renny Ramakers met een tentoonstelling in New York.
droog design | EXECUTIVE LIFE
NY400,het feestje ter gelegenheid van 400 jaar vriendschappelijke banden tussen Nederland en de Verenigde Staten, zit er weer op. De Hollanders deden New York al bij eerdere jubilea aan voor een promo-toer, maar dit keer brachten ze nieuwe waar mee. Vormgeving, made in Holland , in de tentoonstelling ‘Pioneers of Change’.
Dat is voor niemand nieuw: New Yorkers zijn, net als de rest van de wereld, gek op design uit Nederland. Het Museum of Modern Art nam Marcel Wanders en Hella Jongerius in de vaste collectie op, de überhippe Moss Gallery verkoopt Nederlands ontwerp en ook Droog, ooit opgericht om de Nederlanders een podium te geven, heeft er sinds februari zijn eigen winkel.
De faam van de designers gaat terug tot 1993. Droog plukte werk van verschillende designopleidingen en presenteerde het op de meubelbeurs van Milaan. De ontwerpers uit Nederland maakten no-nonsense ontwerpen, soms van gerecyclede en natuurlijke materialen. Zo leverden ze commentaar op de gestileerde overdaad van de jaren tachtig. De expositie sloeg in als een bom en de buitenwereld plakte al snel een stempel op het nieuwe fenomeen: Dutch design.
Inmiddels gaat het allang niet meer om stoelen, kasten en vazen. Toen kunstcriticus Renny Ramakers, samen met Gijs Bakker oprichter van Droog, dit jaar de opdracht kreeg om het beste werk uit ons land aan de New Yorkers te tonen, werden die op Governors Island getrakteerd op tien opmerkelijke presentaties.
Een robot van Erwin Driessens en Maria Verstappen, die het lichaam van de liggende bezoekers scant, om vervolgens met een kwastje her en der te strelen. Het Go Slow Café met onder anderen het duo Sloom en Marije Vogelzang, waarin oudere New Yorkers met veel rust en aandacht koken en serveren. Christien Meindertsma was er met de gigantische kleden die ze breit uit de wol van verschillende soorten Nederlandse schapen.
“Dit zijn voor mij echt de koplopers. Dit zijn pioneers of change . Het is een andere manier van kijken naar de dingen, waar zeker ook producten uit kunnen voortkomen”, verklaart Ramakers haar selectie. Het werk sluit aan op de nu heersende crisistijd. “In de States kijkt de generatie Obama anders tegen de wereld aan dan de generatie Bush. Door de crisis is de vertrouwde luxe er inmiddels not done. Wij proberen het begrip luxe anders te definiëren, als alles waaraan schaarste is. En dan kom je onder meer uit bij rust, stilte, duurzaamheid, aandacht en zorg voor elkaar.”
Het zou best wel eens kunnen dat de designwereld er nu hetzelfde voorstaat als in 1993. Ook toen trad er een zekere moeheid op na de strak gestileerde overdaad en het harde kapitalisme uit het eind van de jaren tachtig. De huidige crisis sluit een vergelijkbare periode af. En misschien heeft de wereld nu meer dan ooit een Nederlandse kijk op productvormgeving nodig. “Ik denk dat je door te laten zien hoe goed door creatieven in Nederland wordt nagedacht over de veranderingen in de samenleving, Nederlands design weer een boost kan geven”, bevestigt Ramakers. Nederlanders zijn over het algemeen conceptueel sterk, maar hebben ook oog voor materiaal en afwerking in de producten die ze afleveren. “We zijn niet uniek in de wereld, maar we opereren wel aan de frontlijn. Ik vind het leuk die nieuwe mentaliteit in het buitenland te promoten.”
Nou rinkelt de kassa niet direct bij de installaties en performances die de afgelopen weekeinden op Governor Island te zien waren. Voor werk dat iedereen voor minder dan 100 dollar in huis kan halen, was ook plaats. “Dat past natuurlijk ook bij de crisis: betaalbaar design.” In de pop-up store was bijvoorbeeld de asymmetrische stormbestendige Senz Umbrella een absolute hardloper, naast huishoudartikelen van Royal VKB. “Er was echt een run op de winkel,” zegt Ramakers. “Sommige producenten en ontwerpers waren al in de VS actief, maar ik denk dat we voor anderen distributiemogelijkheden in de VS hebben geopend.”
Ook beleidsmakers hebben vormgeving de afgelopen jaren omarmd als exportproduct. De ministeries van Economische Zaken, OCW en Buitenlandse Zaken betalen bijvoorbeeld de Pioneers of Change-expositie in New York, die gedurende twee weekeinden 25.000 bezoekers trok. Met het doel Nederlandse vormgeving wereldwijd onder de aandacht te brengen, is op kosten van Den Haag ook DutchDFA opgericht, een vierjarig programma waarmee de designwereld op beurzen en congressen promotie maakt voor de Hollanders. Ramakers: “Toen wij met Droog begonnen stelde Nederland internationaal niets voor op het gebied van product design. Wat dat betreft kwamen we als een geschenk uit de hemel. Dutch design is nu een begrip, maar het blijft belangrijk om dit op een goede manier te promoten.”
[ philip.bueters @reedbusiness.nl ]
Renny Ramakers en Gijs Bakker richtten Droog in 1993 op met als doelstelling Nederlands ontwerp een podium te bieden. Door exposities en andere initiatieven, maar ook door ontwerpen uit te laten voeren en te verkopen. Inmiddels krijgt Nederlands ontwerp voldoende podia, zodat de Droog-missie vorig jaar werd aangescherpt. Als Droog Lab gaat het de komende jaren op zoek naar nieuwe impulsen voor de vormgeving: defining the next generation of global design . Intussen draait Droog als producent van designartikelen gewoon door, met een bonte mengeling van klassiekers en nieuw werk, lang niet allemaal van Nederlandse grootheden. Eigen winkels zijn er in de Amsterdamse Staalstraat, Tokio en New York. Amsterdam loopt goed, New York heeft last van de crisis. Vooral Frankrijk is een flinke afnemer van design uit de Droog-stal. Hoe commercieel is Droog BV? “Natuurlijk streven we naar groei, maar wel met behoud van principes. Ik weet best hoe we zoveel mogelijk geld kunnen verdienen, maar we kunnen met de winkel niet het omgekeerde doen waar we voor staan.” Droog BV draait tegenwoordig break-even volgens Ramakers. “De afgelopen jaren hebben we vooral veel geïnvesteerd in productontwikkeling en promotie. “Productie en distributie waren voorheen uitbesteed. Dat hebben we weer naar ons toe gehaald. In feite zijn we dus nog maar net begonnen.”
Auteur(s): Philip Bueters
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 41 , datum 10-10-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business