De komst van de euro in 1999 zorgde voor een ongekende welvaartsgroei in Spanje. Het land hoort inmiddels thuis in het rijtje rijken van de EU. Maar de crisis komt veel harder aan dan elders in de eurozone. De problemen lijken op die van Japan.
spanje en de economische crisis | economie
Ruim voor het einde van de kwalificatiereeks is al zeker dat het Spaanse elftal volgend jaar van de partij zal zijn op het Wereldkampioenschap voetbal in Zuid-Afrika. FC Barcelona is regerend Europees kampioen en de basketballers zijn wereldkampioen. Tenniser Rafaël Nadal behoort tot de beste wereldtennissers. Spanje is een topsportnatie. De successen zijn welkome afleidingen van de dagelijkse werkelijkheid.
Die werkelijkheid is dat sinds het begin van de crisis de werkloosheid ten zuiden van de Pyreneeën het scherpst is gestegen van alle ontwikkelde landen. Nu al is één op de vijf Spanjaarden tussen 15 en 65 werkloos en dat aantal zal volgend jaar nog verder oplopen. Ter vergelijking: in Nederland zal de werkloosheid oplopen naar circa 8 procent.
Dit jaar krimpt de Spaanse economie met 4 procent, verwacht het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Volgend jaar zal er nog steeds een krimp zijn, maar dan van slechts 0,8 procent. ‘Onze banken hebben de crisis weten te vermijden en dat zal het herstel helpen’, aldus een optimistische José Luis Zapatero, de Spaanse minister-president onlangs in een interview in het Amerikaanse weekblad Newsweek .
‘Het herstel in Duitsland zal ons helpen te herstellen. Duitsland is onze belangrijkste markt. We zullen samen uit de crisis komen.’ Kortom, net zoals de rest van de eurozone gaat Spanje dit jaar door een diepe recessie. Volgend jaar klaart het op en daarna komt de zon weer tevoorschijn. Maar wat als het anders loopt?
In dat geval zal dat grote problemen opleveren voor de rest van de eurozone, en niet alleen omdat Spanje, op Duitsland, Frankrijk en Italië na, de vierde grootste economie is van de muntunie, waarin veel landen voor economische groei afhankelijk zijn van de export. Volgens analisten van onderzoeksbureau Variant Perception uit Londen is Spanje op weg het Europese Japan te worden: een lange, pijnlijke periode van economische misère, gekenmerkt door zeer hoge werkloosheid, deflatie, ineenstorting van de onroerendgoedprijzen en omvallende banken. Terug naar 1999. Spanje was één van de twaalf landen van de Europese Unie (EU) die groen licht kregen om de euro in te voeren. Dat vooruitzicht zorgde er al vóór 1999 voor dat de toonaangevende tienjarige Spaanse rente rap terugzakte naar het lage niveau van haar Duitse evenknie. De Europese Centrale Bank (ECB) verwelkomde de euro met een officiële rente van 3 procent, ongekend laag voor Spaanse begrippen.
De lage rente en de instroom van buitenlands kapitaal – van zowel bedrijven als andere Europeanen die een tweede huis aan een van de Costa’s wel zagen zitten – lanceerden de Spaanse economie tot ongekend grote hoogten. De Spaanse huizenmarkt zwol aan. Spanje, goed voor 10 procent van de totale economie van de EU, was goed voor 30 procent van alle gebouwde huizen sinds 2000 in de EU. Een gemiddeld Spaans huis kost anno 2009 170 procent meer dan in 1997. Ter vergelijking: in Nederland is dat 93 procent en in de VS 91 procent.
De tweede helft van de jaren negentig was daarmee het begin van ongekende welvaart voor de Spanjaarden. De economische groei overschaduwde die in de eurozone. Spanje werd gezien als een van de belangrijkste aanjagers van de muntunie. Op zijn beurt trok dat nog meer buitenlands kapitaal naar het Iberisch schiereiland. De banenmachine draaide op volle toeren.
Het gat tussen Spanje en de rijkere landen van de eurozone slonk snel. Op een schaal die het inkomen per hoofd van de bevolking per land aangeeft, scoorde Spanje in 1997 93,3 – de eurozone is met 100 de maatstaf. Een lagere score geeft aan dat een land armer is dan het gemiddelde van de eurozone.
Sinds 2002 ligt de Spaanse score echter boven die magische 100-puntengrens. In 2006 passeerde Spanje Italië op de ranglijst en hijgde het land ook de grote noorderbuur Frankrijk in de nek.
Net toen het erop leek dat Spanje voortaan in één adem met Duitsland, Frankrijk en Nederland genoemd zou worden, in plaats van met Italië, Portugal en Griekenland, sloeg het noodlot toe. Eind 2007 begon het internationale financiële stelsel te haperen. In 2008 sloegen in Spanje alle motoren af. De huizenmarkt stortte ineen waarmee veel banen verloren gingen.
Het werd pijnlijk duidelijk dat de economische expansie al die jaren kunstmatig was en niet fundamenteel van aard. Een decennium van almaar hogere economische groei, aangevoerd door de lage rentes, kwam ten einde.
Spanje kan echter nog steeds trots melden dat de Spaanse banken er stukken beter voor staan dan hun Duitse, Nederlandse en Britse branchegenoten. Dat is aan twee factoren te danken.
De eerste is wat economen ‘dynamische voorzieningen’ noemen. De Spaanse centrale bank introduceerde dat in 2000. Dat systeem verplichtte de Spaanse banken tot wel vier keer zo veel kapitaal achter de hand te houden als de banken uit de rest van Europa om mogelijke tegenvallers in de toekomst te kunnen opvangen.
Grote Spaanse banken beweren daarnaast dat hun risicomanagement ervoor heeft gezorgd dat ze vooral hypotheek-leningen hebben verstrekt aan huishoudens die hun eerste huis kochten, en met redelijke hoogte als deze wordt afgezet tegen de waarde van de huizen. Hypotheekleningen voor tweede huizen en leningen aan bouwbedrijven namen de Spaanse spaarbanken voor hun rekening, aldus de grote banken.
Analisten van Variant Reception menen echter dat de Spaanse banken de werkelijke problemen waarmee ze te maken hebben, verbergen. In juli dit jaar schudde de Spaanse centrale bank, die te boek staat als conservatief, zijn conservatieve veren van zich af. Geconfronteerd met de internationale financiële crisis en dalende huizenprijzen, stond hij toe dat banken minder reserves hoeven op te bouwen op riskante leningen. Dat zorgde ervoor dat veel Spaanse banken dit jaar geen verliezen hoefden te melden.
Daarnaast vermoeden de Londense analisten dat de bezittingen van Spaanse banken overgewaardeerd in hun boeken staan. Zij schrijven bijvoorbeeld de leningen waarop geen aflossingen meer binnenkomen niet af, maar kopen het onderpand zelf op. Daarmee veranderen ze slechte leningen in activa. Dat zorgt voor soelaas op de korte termijn, maar ondertussen zijn de Spaanse banken eigenaar van een lange lijst van appartementen, villa’s en huizen die voorlopig niet te verkopen zijn. Er staan in Spanje ruim 1 miljoen huizen te koop, ongeveer evenveel als in heel de VS.
Onlangs meldden ook veel Spaanse projectontwikkelaars dat ze hun schulden hebben geherfinancierd. Variant Reception stelt dat banken daarmee het omvallen van die bedrijven willen voorkomen. De bank verstrekt een nieuwe lening in de hoop dat de economie over een paar jaar voldoende zal zijn hersteld zodat de projectontwikkelaars de leningen kunnen terugbetalen. In de tussentijd kunnen zij in elk geval de rentelasten dragen.
Tot slot proberen de banken af te komen van al die duizenden huizen waarvan ze eigenaar zijn. Ze bieden hoge kortingen aan, 100 procent financiering met een looptijd van 40 jaar, tegen een uiterst lage rente én de garantie dat ze die huizen in de toekomst zullen terugkopen. Vroeg of laat zal het spel echter over zijn, aldus Variant Reception. De Spaanse banken zullen dan 250 miljard euro aan slechte leningen moeten afschrijven, is de sombere conclusie.
De grote problemen waarmee Ierland te maken heeft is wat Spanje te wachten staat, menen de Londense analisten. In Ierland moest de overheid bijna alle banken nationaliseren en worstelt de regering nu met de vraag hoe van al die slechte leningen, die als een kolossale rem op de economie drukken, af te komen zonder dat de economie verder wegzakt. Variant Reception-economen voorspellen verder Japanse toestanden in Spanje. Na het barsten van de zeepbel in de jaren tachtig, verkeerde de Japanse economie een decennium lang in een diepe economische misère.
De gevolgen voor de rest van Europa zullen groot zijn omdat landen uit het midden van Europa sinds de invoering van de euro de financierders zijn geweest van de Spaanse extravaganza. De bouw van de appartementencomplexen aan de Costa’s en de uitbundige consumptie van de Spaanse huishoudens sinds de komst van de euro zijn voor een groot deel betaald met het spaargeld uit de rest van Europa, lees: via banken uit andere Europese landen. Jarenlang prijkte op de Spaanse betalingsbalans een gapend tekort, dat op momenten in absolute termen zelfs groter was dan dat van de VS, hoewel de Ame-rikaanse economie vele malen groter is.
Wie zal er, met de werkloosheid die richting de 25 procent kruipt, voldoende verdienen om zijn hypotheeklening af te kunnen lossen, vragen de analisten van Variant Reception zich af. Daarmee zullen niet alleen de Spaanse banken, maar ook die uit de rest van Europa te maken krijgen met een nieuwe ronde van afschrijvingen. Dat betekent dat het herstel van kredietverlening in Europa op zich zal laten wachten. Groei van kredietverleningen is volgens veel economen nu echter net de cruciale voorwaarde voor houdbaar economisch herstel.
[ edin.mujagic @reedbusiness.nl ]
Auteur(s): Edin Mujagic
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 40 , datum 3-10-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business