Hoe moet de auto van de toekomst er uitzien? Zelden was die vraag moeilijker tebeantwoorden dan met de klimaatzorgen en crisis van tegenwoordig. Drie topontwerpers uit de industrie, allemaal opgeleid aan de TU Delft, doen een poging.
autodesign | ondernemen
Een invuloefening was het nooit, maar tot nu toe had een auto-ontwerper een paar vaste waarden waarmee hij aan de slag kon. Een auto, die had een flinke verbrandingsmotor tussen de voorwielen met daarachter een passagierscompartiment dat aan steeds hogere eisen moest voldoen. Dikke bumpers en kreukelzones voor de veiligheid, telkens meer ruimte, comfort en prestaties. Met die uitgangspunten was het de kunst er een Duits-dynamische, joyeus-Franse of chique-Britse wagen omheen te plooien.
Die ontwerproutine gaat rigoureus op de helling door klimaatzorgen en globalisering. Is het wel zo vanzelfsprekend dat een wagen een grommende verbrandingsmotor heeft? Dat hij 4 of 5 inzittenden met 250 kilometer per uur over een Autobahn jaagt, en dat de passagiers een aanrijding met 60 kilometer per uur zonder kleerscheuren moeten kunnen doorstaan? En wat is er nog over van de nationale identiteit die automerken vroeger hadden? Jaguar is Indiaas, het land dat samen met China de afzetmarkt van de toekomst vormt en zo invloed heeft op hoe auto’s eruit zullen zien.
Nee, niets is meer zeker, zegt Adrian van Hooydonk. “Vroeger kon je voortborduren op het verleden, nu is alles gaan zweven, van de aandrijftechniek tot het design.” De Nederlander is director of design bij BMW. Hij studeerde Industrieel Ontwerpen aan de TU Delft, net als Fedde Talsma, chief exterior designer Design bij Volvo en de Vlaming Lowie Vermeersch, hoofd van de legendarische ontwerpstudio Pininfarina. Omdat hun faculteit 40 jaar bestaat, kwamen de alumni vorige week bijeen om hun licht te laten schijnen over mobiliteit van de toekomst.
Één ding wordt met het jaar duidelijker: de grote verbrandingsmotor heeft z’n tijd gehad. Vroeg of laat legt die het af tegen elektrische aandrijving, al dan niet gecombineerd met een bescheiden motor of brandstofcel. Dat zet de standaard proporties van een auto al volledig op z’n kop: waarom nog een ‘neus’, als elektromotoren vlak bij de wielen een plek kunnen krijgen? “Voor het eerst in de geschiedenis krimpt de technologie in onze industrie. Dat schept nieuwe designmogelijkheden”, zegt Van Hooydonk.
Als de opdracht van autobouwers is te komen met een ultra-efficiënte wagen, kan dat wel zouteloze modellen opleveren. Dat vooroordeel probeert Van Hooydonks team te ontkrachten met de Vision Effecient Dynamics, de conceptcar die BMW in september op de autobeurs in Frankfurt tentoonstelde. Een hybride sportcoupé die de snelle BMW M3 aankan, met een CO₂-uitstoot van toch slechts 99 gram. Ondanks de smalle energiebesparende bandjes en het 3 cilinder minidieseltje zet BMW een verleidelijke sportauto neer. “Bij zo’n conceptcar moet je altijd overdrijven. Er is veel uit te leggen over de technologische veranderingen die op til zijn. Designers hebben daarin een rol: het product moet die toekomst duidelijk en aantrekkelijk maken.”
Bij het terugdringen van CO₂-uitstoot zal de auto flinke stappen terug moeten in gewicht en formaat. In feite, zegt Volvo-ontwerper Talsma, ben je dan terug bij de 2CV en de Fiat 600. Wagens van nauwelijks 500 kilo waarin gezinnen zich verplaatsten. Dat was voordat comfort, veiligheid, status en rijplezier hoge eisen stelden aan de auto. Volgens Talsma kunnen auto’s vooral een stuk lichter als de industrie voertuigen ontwikkelt die aanrijdingen voorkomen. “Als je erin slaagt een zero crash vehicle te ontwikkelen, ben je af van alle kreukelzones en andere gewichtsverhogende voorzieningen.”
Vermeersch zoekt het daarvoor met zijn Sintesi in een voertuig dat is volgestouwd met intelligentie. Hij heeft het geschopt tot designdirecteur bij Pininfarina in Cambiano. Via radiosignalen communiceert zijn ontwerp continu met andere voertuigen. “Nu behandelen we de auto nog als los object. Zodra ze met elkaar in verbinding staan, is het veilig nemen van kruispunten eenvoudig.” De perfecte doorstroming scheelt een hoop energie, de wagens hoeven niet meer te worden ontworpen ‘om heel goed te kunnen crashen’. De Sintesi ontvangt ook draadloos de weginformatie, die op het dashboard wordt geprojecteerd. “Stel je voor hoe de wegen er zouden uitzien zonder al die gigantische borden en wegportalen!” Vermeersch heeft niet de illusie dat zijn autonetwerk snel Europa zal veroveren. “Zo’n totaal nieuwe infrastructuur zie ik er in China wel van komen. Daar is een overheid die, laten we zeggen van bovenaf, grote projecten kan doorzetten.”
De ontwerpers mogen dan vooruitlopen op een technologische revolutie, hun industrie zal minder snel bewegen. “Je gaat er nu eenmaal werken omdat je gek bent op auto’s zoals ze nu zijn”, zegt Vermeersch. En uiteindelijk schreeuwt de consument niet direct om een omslag. Talsma: “We leveren nu eenmaal meer dan alleen mobiliteit. We zullen nooit massaal elektrowagens kopen zolang de auto staat voor veel meer zaken.”
[ philip.bueters @reedbusiness.nl ]
Magie van Delft
Nederland heeft geen autobouwers van belang. Toch levert de faculteit Industrieel Ontwerp van de TU Delft aan de lopende band talentvolle auto-ontwerpers af die het in het buitenland ver schoppen. BMW (Adrian van Hooydonk) Volvo (Fedde Talsma) en Renault (Laurens van den Acker) hebben Nederlanders als hoogste ontwerpbaas. Ook bij Audi (Wouter Kets), Mercedes-Benz (Sarkis Benliyan), Ducati (Bart Janssen Groesbeek) en Smart (Alexander Pothoven) laten ze zich gelden. Allemaal ‘Delfterikken’, afgestudeerd aan de faculteit Industrial Design Engineering (IDE). Wat de magie is van Delft? Vooral de afwezigheid ervan, blijkt op de reünie die de TU vorige week organiseerde. Juist de analytische benadering van ontwerpproblemen rond mobiliteit maakt de TU-ontwerpers geliefd. Het typische polderen beheersen ze natuurlijk ook als geen ander: tussen de emotionele creatieve kant van ontwerpen aan de ene kant en de techneuten die het allemaal moeten realiseren aan de andere. Sommige industrieel ontwerpers volgden overigens nog een designopleiding, zoals aan het vermaarde Royal College of Art in Londen. De creatieve kant van het vak staat bij de TU namelijk minder centraal. “De TU biedt een brede, solide basis. Maar je moet het vak in de praktijk leren”, zegt Benliyan, die bij Mercedes interieurs ontwerpt.
Auteur(s): Philips Bueters
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 40 , datum 3-10-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business