'Provincialen weten elkaar wel te vinden’

Gerrit Oosterhof
 ceo Total Specific Solutions

Gerrit Oosterhof bouwt met Total Specific Solutions aan een flink conglomeraat van IT-bedrijven. “Hart en ziel van een bedrijf, daar kom ik niet aan, anders maak je te veel kapot.”

wat verder ter tafel komt

Letterlijk om de hoek van Paleis Het Loo, in het voormalige posthuis, zit restaurant de Heerlijckheyt. Waar ooit de postkoetsen hun lading losten, luncht Gerrit Oosterhof al jaren. Ooit als directeur van PinkRoccade, dat hier een rekencentrum had, sinds dit jaar als chief executive officer van Total Specific Solutions (TSS), ook gevestigd in Apeldoorn.


TSS is op het eerste gezicht the new kid in town onder de middelgrote automatiseerders. Maar als je twee keer kijkt kom je toch veel oude bekenden tegen. Bijvoorbeeld de investeerder achter de groep IT-bedrijven: Rinse Strikwerda. Eind jaren negentig cashte hij op de beursgang van zijn TAS Groep. Kort daarop sloeg de crisis toe en gleed de detacheerder af, om te worden gered door concurrent Pink. Zijn geld bracht Strikwerda onder in een investeringsmaatschappij. Vanuit Blaricum is die bezig opnieuw een sterk IT-bedrijf neer te zetten. Zo kocht Strikwerda Investments een Philips-softwaredochter en haalde het een onderdeel van TAS terug bij PinkRoccade. Het investeerde ook in jonge bedrijven als Co-Maker (software voor autoleasing) en het snelgroeiende e-commercebedrijf Esize. Ook een offshorebedrijf in Roemenië werd ingelijfd. De echte klapper kwam eind vorig jaar.

PinkRoccade was inmiddels onderdeel van Getronics, dat op zijn beurt door KNP werd ‘gered’. Dat zette Pink weer grotendeels in de etalage. TSS haalde de onderdelen binnen die de lokale overheid en de zorg automatiseren. Daarmee verdriedubbelde het zijn omzet, tot 175 miljoen euro. Het aantal werknemers in de 10 werkmaatschappijen steeg tot 1.700. Oosterhof: “TSS is als holding in feite een start-up die pas een jaar bestaat, boven bedrijven die soms 30 jaar oud zijn.” Het bedrijf waar hij dit jaar aan de slag is gegaan, is er een om rekening mee te houden.

“Of Strikwerda wil bewijzen dat hij het nog kan? Strikwerda is gewoon een IT-ondernemer die return on investment wil. Hij blijft strikt op de achtergrond. Ik heb hem het afgelopen jaar welgeteld één keer gesproken en dat ging over koetjes en kalfjes, niet over mijn aantreden. Dat gelooft niemand, maar het is écht zo!” Dat Oosterhof vorig jaar voor TSS werd gepolst, is omdat hij vanuit de Pink-dochters werd getipt. Ook Oosterhof is namelijk een oude bekende bij PinkRoccade. “Ik heb weleens een bedrijf verkocht aan Strikwerda. Hij is een Fries, ik een Twentenaar; die provincialen weten elkaar wel te vinden!”

Oosterhof is geboren en getogen in Enschede, de plek waar hij altijd is blijven wonen “op een risicovolle verhuizing naar Almelo na”. Aan het begin van zijn carrière koos hij toch voor het avontuur. Hij monsterde op zijn zestiende aan bij de Koninklijke Marine. “Ik was een eenvoudige mulo-jongen, wilde niet op school blijven, en wat van de wereld zien.”

Aan boord van Harer Majesteits Evertsen specialiseerde Oosterhof zich in de automatisering van toen: veel digitaler dan telexen was het nog niet. “Ik had al na drie jaar besloten dat het niet iets was om je hele leven te doen. Het grootste deel van de tijd zat je toch op zee, dat stappen in het buitenland wordt natuurlijk geromantiseerd.”

Tijd om een accountancystudie te volgen was er wel. Weer aan wal was Oosterhof even hoofd algemene en financiële zaken van Rijksmuseum Twente, voordat hij een lange carrière bij bedrijfsverenigingen maakte. “Ik controleerde op een gegeven moment het betaald voetbal. Daar sjoemelde men massaal met reiskosten. Ik herinner me dat Rinus Israël bij PEC met de auto van Amsterdam naar Zwolle reed, liefst twee keer per dag. Tot ik in de Voetbal International las dat hij al kaartend gezellig met de trein reisde. Leuk om met dat artikel in de hand langs te gaan bij PEC.”

Van lieverlee verschoof Oosterhofs werkterrein van ‘de handhavende kant’ naar de IT. In de jaren negentig verkochten de bedrijfsverenigingen hun IT-afdelingen aan partijen als Ordina en PinkRoccade. Ook Oosterhof zelf waagde de overstap naar de commercie: hij werd directeur bij PinkRoccade. Acht jaar later benaderde een grote klant hem, de Belastingdienst. “Mooi hoor, in de raad van bestuur zitten, maar je zit de hele dag naar spreadsheets te kijken. Als je dan gebeld wordt voor een klus die inhoudelijk geweldig is, is dat prachtig.”

Tot een jaar geleden leidde Oosterhof bij de Belastingdienst een grote reorganisatie van de IT-afdeling. “Het probleem van de Belastingdienst was organisatorisch: de interne automatiseerder had slecht contact met opdrachtgevers als de douane en de afdelingen die aanslagen opleggen of toeslagen uitkeren.” Oosterhof formeerde businessunits, die dichter op de klant zitten.

Met de techniek zelf heeft Oosterhof zich niet bemoeid. Daar kwam juist ophef over: het leek een chaos bij de fiscus, ondanks kostbare IT-investeringen bij nogal vaste leveranciers. “Dat is het tweede probleem van de Belastingdienst: als early adopter van automatisering, kampt het met verouderde systemen. Die moet je rustig en met beleid vernieuwen. Dat je daarbij niet in zee gaat met nieuwkomers spreekt voor zich.”

Toen PinkRoccade een klus van 20 miljoen binnensleepte, was dat voor NRC Handelsblad voldoende om te suggereren dat er een schijn van belangenverstrengeling was. “Dat heeft me echt geraakt. Ze mogen alles van me zeggen, desnoods dat ik incompetent ben, maar niet dat ik niet integer ben. Hoe stellen mensen zich dat voor? Dat ik bij een tenderprocedure binnenwandel en zeg: laat alles uit je handen vallen, de klus gaat naar Pink? Ik denk dat ik dan met een grote klap op het grind had gelegen.”

Oosterhofs huidige klus bij TSS: de samenwerking tussen de bedrijven beter vormgeven, de rapportage en communicatie strakker regelen. “Maar integreren, dat gaan we bewust niet doen. Hart en ziel van de bedrijven laten we intact, daar komen we niet aan want daar maak je veel mee kapot. Bij Pink kochten we en integreerden dan de boel. Dat kostte veel energie. Soms moest je na twee jaar vaststellen dat je de helft van je werknemers en de helft van je klanten kwijt was. Ik breng hooguit partijen bij elkaar. Maar ze zullen zelf met een overtuigende aanbieding voor samenwerking moeten komen.”

Als het een los conglomeraat blijft, wat is dan het bestaansrecht van TSS?


“TSS geeft de stabiliteit waardoor het voor grotere klanten aantrekkelijk wordt om met onze bedrijven te werken. En natuurlijk hebben we dochters, zoals Yonder in Roemenië, die uitstekend voor andere TSS-onderdelen kunnen werken.”


Blijft u op koopjacht?


“Onze enige aandeelhouder is investeerder, dat heeft zijn voordelen. We hebben ook wel wat acquisities in de pijplijn. Het liefst haal ik een bedrijf binnen dat een markt bedient waarin we nog niet actief zijn. Maar de kwaliteit is belangrijk: we gaan alleen voor bedrijven met een topdriepositie in hun markt.”


U heeft anderhalf jaar de Belasting-IT

gereorganiseerd. Die klus is toch niet af? 


“Natuurlijk moet je niet suggereren dat je klaar bent als je gereorganiseerd hebt. Maar als je een externe inschakelt, moet je het daarna met eigen mensen doen. De IT loopt nu goed. De aannemer is klaar, de opdrachtgever moet nu zijn rol nog leren spelen.”


Uw carrière begon avontuurlijk, maar verliep lang semi-ambtelijk. Bent u nu ondernemer of bestuurder?


“Een publiek bedrijf is helemaal niet grijs. Ik geef toe, de nadruk van mijn competenties ligt aan de bestuurlijke kant. Ik heb toch ook wel bewezen dat ik kan ondernemen: het is nooit slecht gegaan in de bedrijven die ik leidde. Daar horen ook risico’s bij, zoals acquisities die wel of niet lukken.”


Vooral privé bent u honkvast: u bent met geen stok uit Enschede weg te slaan.


“Het is een fantastische, bruisende stad, mijn vrouw en zoon hebben het er erg naar hun zin. Dat heeft wel met zich meegebracht dat ik grote delen van de week in hotels en de auto zat. Mijn jaarkilometers hebben de 100.000 vaak overschreden.”


Zoonlief woont nu ook met zijn gezin in Enschede.


“Nog wel gelukkig. Ik heb inmiddels een schitterende kleindochter van bijna anderhalf, daar steek ik veel tijd in. Daar geniet je als grootouder echt op een heel andere manier van. En het belangrijkste: zodra het echt moeilijk wordt, kun je het altijd weer naar de ouders brengen!”


[ philip.bueters @reedbusiness.nl ]

Waar?


De Heerlijckheyt, Apeldoorn 


Wat?SFlbTapas ‘Heerlijckheyt’, karaf water, espresso, cappuccino


kassa


wat verder ter tafel komt

‘Ze mogenalles zeggen, maar niet dat ik nietintegerben’

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief