Frank De Moor was de eerste Belg die hier topman werd. Zes jaar later heeft corporate Nederland de ceo van Macintosh Retail Group vol vertrouwen omarmd. Die liefde is wederzijds. “Nederland is het makkelijkste land waar ik heb gewerkt.”
Frank De Moor (47) is de eerste Belg die in Nederland bestuursvoorzitter werd. En hoewel landgenoten als Michel Tilmant en Rudy de Becker zijn gekomen en gegaan, is De Moor vooral dieper geworteld in de Hollandse moerasdelta. Corporate Nederland heeft hem met twee commissariaten in het hart gesloten. En na ruim zes jaar als topman van retailbedrijf Macintosh is hij nog niet van plan te vertrekken.
Het bedrijf is onder De Moor uitgegroeid van een Maastrichtse detailhandelsholding tot een grote non-foodretailer met een omzet van 1,4 miljard euro, inclusief btw. Macintosh is het moederbedrijf van de fietsketen Halfords, telefoonwinkelgroep BelCompany en interieurdiscounter Kwantum. Maar na de overnames van Scapino (voor 140 miljoen euro in 2006) en Brantano (voor 158 miljoen euro een jaar later) is De Moor vooral schoenverkoper geworden. In twee slagen werd Macintosh schoeiselmarktleider van de Benelux, met de merken Manfield, Invito, ProSport, Scapino en Dolcis. Intensieve samenwerking van de ketens heeft nu zijn prioriteit.
Zijn Maastrichtse hoofdkantoor telt 25 man en een verhuizing naar de Randstad zit er niet in. “Dat is ook nergens voor nodig! We zitten in het centrum van Europa. Ik ben in Parijs in 1 uur en 20 minuten. In 2 uur en 10 minuten in Londen. En als die snelle trein eindelijk eens gaat rijden in Nederland, ben ik binnen twee uur in Amsterdam.”
Bij zijn aantreden in 2003 was De Moor al een Belgisch exportproduct. Langer werkte hij in Afrika, Amerika en Frankrijk dan in zijn thuisland. Maar nergens anders is De Moor zo omarmd als in Nederland. Niet alleen kent hij ondernemers als Jan Zeeman en Frits Goldschmeding goed, hij is ook nog eens bevriend geraakt met topmannen als Feike Sijbesma van chemiereus DSM en Ben Noteboom van uitzendconcern Randstad. Al in 2004 vroeg Abel Slippens hem hoogstpersoonlijk om commissaris te worden van zijn voedingshandel Sligro. Vorig jaar voegde hij daar een commissariaat bij medicijngroothandel Mediq aan toe. Dit jaar komt hij in één klap de top-50 binnen van FEM’s jaarlijkse lijst van machtigen in het Nederlandse bedrijfsleven.
De Moor had dan ook het tij mee. “Mijn eerste commissariaat kreeg ik in de hoogtijdagen van de code-Tabaksblat. “Sligro zocht een buitenstaander, en iemand met retailervaring.” De Moor is positief gestemd over de Nederlandse corporate governance . “De gescheiden raad van commissarissen vind ik een mooi Nederlands product. Je krijgt minder gauw tunnelvisie – het stockholmsyndroom is een typisch probleem van de one-tier-board . Ik denk dat Fortis daarvan een mooi voorbeeld is. Als men elke dag te horen krijgt wat de waarheid is, dan gaat iedereen dat vanzelf geloven.”
Toch had het weinig gescheeld of De Moor was in een IT-afdeling van een multinational opgegaan. De Moor heeft in dikke letters bèta op zijn voorhoofd geschreven: met een licentiaat in de econometrie en de bedrijfsinformatica op zak zette hij de eerste softwaredatabank van voedingsmiddelengigant Procter & Gamble op. Ironisch genoeg deed hij dat met een andere Belgische expat, de huidige ceo van Philips Lighting, Rudy Provoost. De Moor: “Die was psycholoog en schreef toen al elke dag haiku’s. Ik vroeg hem: wat doe jij hier in hemelsnaam? Ik was al een vreemde eend in dat bedrijf, hij helemaal.” Grijnzend: “Hij antwoordde: ‘Als je gekken wilt bestuderen, moet je bij een zo groot mogelijk bedrijf gaan werken.’”
Het was de gouden tijd van de IT, zo herinnert De Moor zich. Drie jaar hield hij het vol, om vaak tot diep in de nacht “ data error overflows , van die pagina’s lange dumps van hexadecimale getallen door te ploegen, op zoek naar die ene fout.” Maar uiteindelijk wilde De Moor liever werken onder de mensen, zoals in zijn jeugd, in de kruidenierszaak van zijn vader in de buurt van het Belgische Aalst. Toch heeft de liefde voor cijferwerk hem niet verlaten.
Vaak nog vraagt De Moor aan door hem ingehuurde marketingbureau’s om de statistiek onder hun onderzoeksconclusies. “Dan vraag ik hun de t-toetsen om na te gaan of hun conclusies wel statistisch relevant zijn. Dan zie je ze bedenkelijk kijken. En daarna verontrust. En dan weet je het, haha!” Dat Macintosh in deze maanden veel marktonderzoek doet, komt paradoxaal genoeg door de crisis. “Als mensen onzeker worden, kan de mode alle kanten op. Dan moeten we er met onderzoek achter zien te komen wat de consument wil.” Eén ding is zeker: in tijden van crisis kiezen mensen vaker voor zwart. De Moor: “De kleur zwart geeft zekerheid. Dat is niet goed voor onze business, want met een zwart kledingstuk valt elke andere kleur te combineren. Hoe meer kleuren in de mode zijn, des te meer extra bijpassende schoenen mensen moeten kopen.”
De Moor weigert de menukaart. “Een menu moet je aan de chef laten. Dan krijg je altijd verse ingrediënten.” In dit Siciliaanse restaurant geeft De Moor vaker carte blanche. Zijn ervaring? Eufemistisch glimlachend: “Er zijn ergere dingen dan hier eten.”
U bent een pessimist?
“We hebben een premier in België, die zegt: een optimist is een slecht geïnformeerde pessimist.”
U bent dus een pessimist.
“Eigenlijk niet. De voorganger van die premier vond optimisme een morele plicht. Dat vind ik ook.”
U laat zich vrijwillig slecht informeren?
“Nee, ik geloof in de menselijke vooruitgang. Dat geloof pendelt. Maar als je op de zaak enthousiast bent, dan heb je bij mij al gauw een streepje voor.”
Hebt u nog meer morele plichten?
“Ik ben een jezuïetenproduct. Ik heb er een wijze les aan over gehouden: laat nooit iemand jouw leven bepalen. Houd je geest vrij. Hoe onafhankelijker je bent, des te krachtiger. Plus est en vous , zeiden de jezuïeten. De lieve Heer heeft jou meer verstand gegeven, daar moet je wat mee doen. Daar geloof ik wel in: je kunt ofwel gewoon met de maatschappij meedraaien, ofwel proberen de Champions League te bereiken. Voor het eerste heb ik niet het karakter.”
Wanneer wist u dat u een Champions Leaguespeler was?
“Altijd. Zo ben ik opgevoed. Ik zat op een eliteschool. Er waren zelfs leerlingen die door de chauffeur werden gebracht. Ik was een van de armere, maar wel een van de slimste.”
Wat vindt u van Nederland als zakenland?
“Nederland is het makkelijkste land om te werken. Nederlanders zijn oprechte mensen. Ik heb weleens heel hard gevloekt in de ondernemingsraad. Daarop verzocht een dame me vriendelijk of ik voortaan de naam des Heeren niet ijdel wilde gebruiken. Dat zou ik in België nooit hebben meegemaakt.”
Wat zijn uw plannen voor de komende decennia?
“Dat vroeg men mij bij Procter & Gamble ook. Of ik niet een carrièreplanning wilde maken. Ik heb het geweigerd. Ik vond dat klinkklare nonsens. Nee, agenda’s en ik, dat zijn twee gezworen vijanden.”
Heeft u hier wortel geschoten?
“Het is niet voor niets dat ik hier zit. Waarom ik hier gemakkelijk ben opgenomen? Ik denk omdat ik buitenstaander ben. Ik word niet zo snel gelinkt aan een of andere club. En ik ben als Belg waarschijnlijk net iets exotischer. Soms zitten Nederlandse collega’s met vragen waar je nergens rechtstreeks mee naartoe kan. Als mensen echt weten dat je naar hun verhaal luistert, en ook je mening geeft, dan krijg je ook heel veel terug.”
Dit is uw tweede recessie. Hoe ervaart u deze?
“Ja, dit is mijn tweede. Ik heb meer recessiejaren meegemaakt. Mijn enige echt goede jaren waren vanaf de tweede helft van 2005, tot aan de eerste helft van 2007.”
En dat blijkt achteraf één grote zeepbel.
Grijnzend: “Ja, maar we hebben ’t wel mooi meegemaakt. Wat u gehad hebt, dat kan men niet meer van u afpakken, hè? Dat was een calvinistische reactie van u. Als je ‘t overleeft, word je er alleen maar sterker van. En als je dood bent, zal ‘t je worst wezen. Kijk, dat is de optimist in mij, hè!”
[ Wilbert.Geijtenbeek @Reedbusiness.nl ]
Waar?
Ristorante Il Giardino, Maastricht
Wat?
Coquille, garnalen, gemarineerde tonijn, mozzarella di buffalo en parmaham. Papardelle Siciliana met rucola, scampi en eekhoorntjesbrood. Tarbot met saffraansaus, courgette en aardappel. Baba au rhum. Limoncello van de zaak.
kassa
wat verder ter tafel komt
Auteur(s): Wilbert Geijtenbeek
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 38 , datum 19-9-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business