De aandelenbeurzen lijken de laatste maanden niet te stuiten. Is er sprake van een campingrally en is het wachten op de eerste zwarte maandag in oktober, of is dit het begin van een stevig herstel?
beurs | actueel
Het is een jaar geleden dat Lehman Brothers omviel. Het is een half jaar geleden dat veel aandelenbeurzen op hun dieptepunt stonden. Nu worstelen deskundigen met de vraag hoe het verder gaat met de economie. Is de crisis voorbij of duurt die nog jaren? Gaat het om een V-crisis en hebben we het laagste punt van de V gehad? Of is er sprake van een W-crisis en krijgen we nóg een flinke dip voor de kiezen?
De deskundigen verschillen van mening. Waar megabelegger Fidelity onverdeeld optimistisch is over het herstel van de mondiale economie, waarschuwen anderen dat de tijd van massaontslagen en andere malheur juist nog moet komen en dat de gifbeker nog lang niet leeg is.
En de beleggers? Na een ongekend spectaculaire daling van de koersen tussen september 2008 (Lehman) en maart 2009, zijn beleggers gaan speculeren op betere tijden. Wie hoog stijgt, kan diep vallen, luidt een zegswijze, maar op de beurs geldt het omgekeerde net zo goed: wat diep is gevallen, kan snel stijgen.
Dat was al langer bekend. In 1997 en begin 1998 veerden de koersen snel op na de Azië-crisis. Na het dieptepunt van de dotcomcrisis in maart 2003 werd 2003 toch een jubeljaar voor beleggers. Datzelfde scenario voltrok zich het afgelopen half jaar. Het tempo waarin de aandelenkoersen zich herstellen, is zelfs nog hoger dan in 2003. In een half jaar tijd is de AEX-index met meer dan 50 procent gestegen; de Midkap-index zelfs met ruim 75 procent. Ook indices als de Duitse DAX, de Franse CAC-40, de Amerikaanse Dow Jones en de Britse FTSE-100 zijn inmiddels ver verwijderd van de dieptepunten die in de eerste maanden van dit jaar werden gemeten.
Uitblinkers op veel beurzen zijn de banken en de verzekeraars. Het aandeel ING steeg de laatste zes maanden met 280 procent, Aegon met 110 procent. Midkapper SNS Reaal staat 125 procent hoger dan een half jaar geleden.
Ook in andere landen lijkt het vertrouwen in de financials weergekeerd. Van de 30 fondsen die de DAX bepalen, haalden Commerzbank (210 procent) en Deutsche Bank (121) het afgelopen half jaar de hoogste stijgingspercentages. In Frankrijk behoren Dexia (370 procent), Société Générale (140) en verzekeraar AXA tot de uitblinkers van de CAC-40. In de VS voeren Bank of America (250 procent), American Express (175) en J.P. Morgan Chase (117) de lijst aan van sterkst gestegen Dow-Jonesfondsen. De sector die het zwaarst werd getroffen door de kredietcrisis, recupereert op de beurs als snelste.
Naast banken en verzekeraars zijn de cyclische fondsen in trek – een teken dat het vertrouwen in de economie weer toeneemt. In Nederland is uitzender Randstad daarvan een voorbeeld. Het aandeel steeg in 6 maanden tijd van 10 naar 29 euro.
De extreem cyclische aandelen van ASML en staalmaker ArcelorMittal, die op het dieptepunt van de crisis 50 procent minder staal produceerde dan tijdens de hoogtijdagen in 2008, zijn 60 procent meer waard dan een half jaar geleden. Nog sterker stegen de conjunctuurgevoelige Midkap-fondsen Draka (kabels, 190 procent), Aalberts (147) en ASMI (142). In Duitsland presteren (vracht)automakers MAN, Daimler en BMW opvallend goed. In Frankrijk geldt hetzelfde. In de VS zijn cyclische fondsen als Alcoa (aluminium), Caterpillar (tractoren) en Du Pont de Nemours (chemie) na de banken de snelste stijgers.
Populair op de beurzen zijn ook bedrijven die hun aangetaste balans op orde hebben gebracht met een emissie, of ondernemingen die met banken overeenstemming bereikt hebben over hun kredietvoorwaarden. Een Nederlandse exponent daarvan is TomTom – met een koersstijging van ruim 350 procent de blikvanger onder de AEX-fondsen (zie kader).
Achterblijvers zijn er ook. Ze zijn vooral te vinden onder de uitgeverijen, supermarkten, olieconcerns, telecombedrijven en farmaceuten. Bijna zonder uitzondering zijn het fondsen die niet erg conjunctuurgevoelig zijn en die op de beurs redelijk overeind bleven in de periode dat de waarde van banken en cyclische fondsen verschrompelde.
Gaat het hier om een nieuwe campingrally? Of zit er een stevig economisch fundament onder de koerssprong? Ferdinand Vaandrager, hoofd Aandelen Benelux van RBS, nuanceert de koersstijgingen van de laatste maanden. “De koersen zijn het afgelopen jaar ook heel hard gedaald. De stijgingen die we nu zien, zijn een gedeeltelijk herstel.” Bij deze jubelstemming is het belangrijk om goed onderscheid te maken tussen de bedrijven die er echt goed voorstaan en de kwalitatief zwakke bedrijven, die de laatste maanden net zo hard zijn meegestegen.
Toch zijn de analisten van effectenhuizen als Theodoor Gilissen, SNS Securities en RBS het unaniem erover eens dat er voor de komende maanden meer in het vat zit. Ze wijzen daarbij onder meer naar de sterk verbeterde winstvooruitzichten voor de bedrijven en de steeds gunstigere signalen over de wereldwijde economische ontwikkelingen. Door stevig in de kosten te snijden en de balans op te schonen, staan veel bedrijven er halverwege 2009 een stuk beter voor dan een jaar eerder. Analisten verwachten een stijging van de winst per aandeel van gemiddeld 25 procent in 2010. Volgens Vaandrager is een positieve verrassing hierop zelfs mogelijk.
De afgelopen maanden is de verhouding tussen de aandelenkoers en de winst per aandeel (de koers-winstverhouding, kw) langzaam opgelopen. Op het dieptepunt wilden beleggers nog maar zeven keer de winst neertellen voor een aandeel. Inmiddels is de gemiddelde kw, op basis van de verwachte winst in 2010, opgelopen tot 12,4. Dat is historisch nog steeds aan de lage kant. Vlak voor het uitbreken van de dotcomcrisis waren niveau’s van 20 en 30 normaal. Volgens Vaandrager keren die tijden niet zo snel terug. Volgens hem zijn de hogere beurskoersen vooral ingegeven door winstverbeteringen en niet door een hogere kw-verhouding. Daar komt bij dat de macro-economische vooruitzichten wat lichtpuntjes laten zien. Lang werd gedacht dat de Verenigde Staten en Europa zouden afstevenen op een depressie. Het bleef bij een recessie. De vooruitzichten voor Duitsland, Frankrijk en de VS zijn verbeterd. Economen rekenen zelfs op een bescheiden groei voor de tweede helft van dit jaar.
Een ander argument voor winst- en koersstijgingen de komende maanden is het herstel van de voorraadniveau’s bij bedrijven. Toen Lehman een jaar geleden omviel, zijn bedrijven acuut op de rem gaan staan. Nu zijn ze door hun voorraden heen en moeten ze weer investeren. Hier profiteren met name bedrijven in toeleverende industrie van. Met het herstel van de koersen keert ook het vertrouwen in de markt terug. Dat kan onder meer worden afgeleid uit de beweeglijkheid van de aandelenkoersen. In februari dit jaar was de volatiliteit ongekend hoog. Nog altijd is die aan de hoge kant, maar lang niet meer zo extreem als een half jaar geleden.
Betekent dit ook dat de beleggers weer langzaam terugkeren op de beurs? De omzetvolumes laten nog geen stijging zien, maar volgens Vaandrager zetten particulieren weer hun eerste schreden op de beurs. Veel institutionele beleggers hebben na de crisis hun beleggingsmix gewijzigd. Ook andere pensioenfondsen zijn, vergeleken met een jaar geleden, terughoudend als het om aandelen gaat.
Aan de andere kant biedt de lage rente een stimulans om in aandelen te stappen. Obligaties en deposito’s lijken in deze tijd veilig, maar leveren met de lage rente weinig op. En dat terwijl de positieve winstvooruitzichten van bedrijven nog niet geheel in de huidige beurskoersen zijn verwerkt.
[ koos.schwartz @reedbusiness.nl ]
[ corina.ruhe @reedbusiness.nl ]
Het aandeel TomTom heeft binnen de AEX de grootste koersstijging laten zien sinds het dieptepunt begin maart. Volgens Sander Spijker en Edwin Weststrate van het internationale financieel adviesbureau Duff & Phelps, heeft de producent van navigatie-apparatuur op tijd de balans op orde gebracht, waardoor de markt weer vertrouwen heeft gekregen in het aandeel. TomTom kwam in de problemen omdat het bedrijf op het hoogtepunt van de markt kaartenmaker Tele Atlas kocht na een stevige strijd met de Amerikaanse concurrent Garmin. TomTom was uiteindelijk bereid om 2,5 miljard euro te betalen. De acquisitie werd met vreemd vermogen gedaan, terwijl het bedrijf voor die tijd schuldenvrij was. Volgens Weststrate is het grote probleem dat Tele Atlas te weinig bijdraagt aan het operationele resultaat, waardoor de schuldpositie ten opzichte van het operationele inkomen (nettoschuld/ebitda) hoger dreigde te worden dan was afgesproken met de banken. De enige uitweg voor TomTom was het eigen vermogen te verhogen. Dankzij een claimemissie van 430 miljoen euro heeft TomTom de zwaarste lasten van zich af weten te schudden. De relatieve schuldpositie is flink afgenomen. Voeg daarbij een stevige kostenreductie en TomTom wordt, ondanks een verwatering van het aandeel, weer bejubeld op de beurs.
Auteur(s): Corina Ruhe, Koos Schwartz
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 38 , datum 19-9-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business