Beleggers die koersverliezen hebben geleden door fraude of misleiding van bedrijven kunnen in de VS hun gram halen. Kunnen zij dat voortaan in Nederland ook?
Rommelen met cijfers? Mooie, maar loze beloftes doen? Een ongebreideld optimisme tentoonspreiden om beleggers en analisten te paaien en de koers van het bedrijf eens lekker op te krikken?
Bestuurders van Amerikaanse bedrijven die snode plannen hebben of aanprutsen, lopen grote risico’s. Als hun misleiding uitkomt en de koers van het bedrijf inzakt, is de kans aanwezig dat beleggers en masse een procedure starten om een deel van de geleden schade terug te eisen. Zulke procedures staan bekend als class actions – vrij vertaald: een groepsactie van gedupeerde beleggers tegen een bedrijf. In Europa was dat lange tijd niet mogelijk.
Maar die situatie lijkt veranderd. Onlangs trof Shell een schikking met een grote groep Europese beleggers, waaronder het ABP, pensioenfonds Zorg en Welzijn (voorheen: PGGM) en een twintigtal kleinere Nederlandse pensioenfondsen. Zij voelden zich benadeeld door een koersval van 8 procent van het aandeel Shell begin 2004. Die val, die zeker voor die tijd én voor het doorgaans stabiele aandeel ongekend diep was, was een gevolg van de onthulling dat Shell jarenlang een veel te hoge opgave had gedaan van zijn bewezen olie- en gasreserves. De affaire leidde tot een hoop commotie, tot de omvorming van Shell tot één bedrijf en tot het vertrek van de bestuurders Phil Watts, Walter van de Vijver en Judy Boynton.
Misleid Aanvankelijk bewandelden de pensioenfondsen het pad dat in dat soort situaties het meest wordt bewandeld. In de VS hebben aandeelhouders veel minder invloed op het bedrijfsbeleid dan in Europa. Overnames, strategiewijzigingen, beloningskwesties, een Amerikaanse aandeelhouder heeft er (haast) niets over te zeggen. De wil van de ceo is er wet. Europa is wat dat betreft aandeelhoudersvriendelijker dan de VS. Maar dat ligt anders als aandeelhouders zijn misleid door bestuurders. In zo’n situatie is het voor Europese beleggers niet of nauwelijks mogelijk de geleden schade, ten gevolge van het koersverlies, op een bedrijf te verhalen. In de VS daarentegen is dat zeer wel mogelijk.
Simpel gezegd kan een gedupeerde belegger een rechtszaak beginnen en kunnen anderen zich daarbij aansluiten. Bij zo’n groep (class) kan iedereen aanhaken die zich gedupeerd voelt door de handelswijze van het bedrijf. Investeerders kunnen ook voor een Alleingang kiezen en zelf een rechtszaak beginnen. Ervaringen leren a) dat de bedrijven het liever niet op een rechterlijke uitspraak laten aankomen en de zaak schikken, en b) dat met zo’n schikking vaak hoge bedragen zijn gemoeid. Ahold weet er alles van. Een class action tegen het bedrijf kostte Ahold ruim een miljard dollar.
Voor gedupeerde beleggers die op zoek zijn naar financiële genoegdoening is de VS een soort Walhalla en de VS zou de VS niet zijn als er geen advocatenkantoren waren die dit soort zaken als specialiteit hebben. Zo’n kantoor is het in 1997 opgerichte Grant & Eisenhofer dat naar eigen zeggen in de afgelopen 5 jaar 12 miljard dollar heeft binnengesleept voor zijn cliënten, vaak pensioenfondsen. Over heel 2008 kwam de teller uit op 326 miljoen dollar. Tot de bedrijven die het advocatenkantoor achter de vodden zat en die hun zaak verloren of schikten, behoren DaimlerChrysler, Tyco International, farmaceut Merck en Robert Murdochs News Corp. Tot de voornaamste klanten van Grant & Eisenhofer behoort het ABP.
Uniek De pensioenfondsen die zich door Shell gedupeerd voelden, verlieten echter de ‘Amerikaanse weg’. Omdat het onduidelijk was of de Amerikaanse rechter zou accepteren dat Europese investeerders die aandelen van het Nederlands-Britse Shell op Europese beurzen hadden gekocht hun zaak in de VS zouden uitvechten, kozen zij voor een andere route. Via de Nederlandse wet bleek het mogelijk de geleden schade als groep met Shell af te handelen. Volgens Grant & Eisenhofer, dat als advocaat van de pensioenfondsen optrad, was dat uniek. Shell zal, als alle gedupeerden akkoord gaan, 385 miljoen dollar uitbetalen aan de Europese benadeelden. De Amerikaanse aandeelhouders zijn nog verwikkeld in een class action tegen Shell.
Betekent die schikking dat er ook in Europa class actions komen tegen sjoemelende bedrijven? Dat er bedrijven zullen zijn die, zoals Tyco International, bijna 3 miljard dollar moeten schokken aan boze beleggers?
De man die dat moet weten is Jay Eisenhofer, mede-oprichter van Grant & Eisenhofer, die zelf in een flink aantal geruchtmakende zaken als vertegenwoordiger van gedupeerde beleggers heeft opgetreden. Dat Eisenhofer in Nederland een aantal journalisten tekst en uitleg verschaft over zijn firma én over de Shell-zaak en daarna nog een paar andere Europese landen bezoekt, lijkt er op te wijzen dat hij plannen heeft.
Als Eisenhofer al op oorlogspad is, weet hij dat goed te verbergen. Ja, zegt hij, de uitkomst in de Shell-zaak was uniek. Ja, de uitkomst biedt mogelijkheden. Maar of die worden benut, hangt vooral af van grote beleggers, zoals pensioenfondsen. Als zij denken dat er na de Shell-zaak kans is op soortgelijke successen, dan kan de afloop van die zaak gevolgen hebben. Verder wil Eisenhofer weinig over de toekomst kwijt.
Zijn er zaken mogelijk tegen Fortis? Tegen Royal Bank of Scotland? ING? Tegen andere grote financiële instellingen? Wie weet, zegt Eisenhofer. In de VS lopen al rechtszaken tegen Fortis en Royal Bank of Scotland. Maar het is aan de beleggers te bepalen of zij in Europa actie willen ondernemen.
Zo’n belegger is APG, vermogensbeheerder van onder meer het ABP. Paul Frentrop, hoofd Corporate Governance van APG, verwacht niet dat de Shell-zaak spectaculaire gevolgen zal hebben. “Als wij schade lijden, proberen we die te verhalen. Dat doen we in het land dat daartoe de beste mogelijkheden biedt – daar zijn onze klanten het meest bij gebaat. Daar is niets vreemds aan. Russische tycoons hebben elkaar voor de rechtbank in Londen getroffen. Voor ons is en blijft de VS het land waar wij de meeste kans hebben op succes.”
De uitkomst van de Shell-zaak verandert daar weinig aan. Frentrop: “In de VS is de wetgeving er echt op gericht om beleggers, juist ook de kleine, de mogelijkheid te geven schade te verhalen op een bedrijf. In Nederland is dat niet mogelijk. Je kunt naar de Ondernemingskamer gaan en die kan hoogstens zeggen dat er bij een bedrijf sprake is geweest van wanbeleid. Dat is het dan. De Nederlandse wet geeft slechts de mogelijkheid om een schikking collectief af te handelen. Zie de Dexia-zaak, waar dat ook gebeurde.”
Voor APG is de uitkomst van de Shell-zaak dan ook geen oplossing voor een probleem dat opdoemt. Als Amerikaanse rechters steeds vaker weigeren om Europese partijen te laten meelopen in een class action tegen een Europees bedrijf, dan kan dat APG ertoe verleiden om vaker aandelen te kopen van bedrijven op de New York Stock Exchange, zo oppert Frentrop. Menig Europees bedrijf is nog op die beurs genoteerd. Als de aandelen in New York gekocht zijn, is het, vermoedt Frentrop, moeilijker voor een Amerikaanse rechter om Europese beleggers uit te sluiten van deelname aan een class action.
[ koos.schwartz @reedbusiness.nl ]
Geruchtmakend
Grant & Eisenhofer is in de VS bij grote zaken als ‘leider’ opgetreden namens een groep gedupeerde aandeelhouders. Tot de bedrijven die kennismaakten met de dadendrang van het kantoor behoren Tyco International, DaimlerChrysler, de farmaceuten Merck en Bristol-Myers, en News Corp. Een paar geruchtmakende zaken: Tyco International betaalde het hoogste schikkingsbedrag in een door Grant & Eisenhofer aangevoerde class action: 2,9 miljard dollar, Tyco’s accountant PricewaterhouseCoopers nog eens 225 miljoen. Tyco-baas Dennis Kozlowski had de winst van zijn bedrijf tussen december 1999 en juni 2002 in totaal 5,8 miljard dollar hoger voorgesteld dan die was. Volgens Grant & Eisenhofer staken medewerkers in totaal 488.000 uur in de zaak. DaimlerChrysler schikte een zaak voor 300 miljoen dollar. Bij de overname van Chrysler had de Daimler-top gezegd dat er sprake was van een fusie tussen gelijken. In werkelijkheid ging het om een overname. Grant & Eisenhofer stelde dat Daimler de Chrysler-aandeelhouders een overnamepremie had moeten betalen. Auto-onderdelenmaker Delphi fleurde in 1999-2001 zijn resultaten kunstmatig op. Toen dat uitkwam, begon ABP een class action. Het APB claimde een schade van 14 miljoen dollar. Uiteindelijk schikte Delphi de zaak met alle gedupeerden samen voor 325 miljoen. Daarvan betaalde accountant Deloitte 38 miljoen.
Jay Eisenhofer
Jay Eisenhofer is mede-oprichter van advocatenkantoor Grant & Eisenhofer. Namens beleggers zit hij bedrijven achter de broek die fraudeerden of misleidende informatie hebben verstrekt. De laatste vijf jaar heeft het kantoor naar eigen zeggen 12 miljard dollar binnengehaald voor beleggers.
Krijgen we na de schikking die Shell met Europese beleggers heeft getroffen meer van zulke zaken in Europa?
“De uitkomst in de Shell-zaak is uniek. Niet eerder heeft een Europees bedrijf een schikking getroffen met een grote groep gedupeerde Europese beleggers. Als beleggers daarin mogelijkheden zien, is het aan hen die te gebruiken.”
De schikking is getroffen op basis van Nederlandse wetgeving. Dat was nog niet eerder vertoond. Een juridische vondst van u?
“Nee. Het idee kwam van een van de advocaten van Shell.”
Hun idee? Maar Shell gaat toch 385 miljoen dollar betalen.
“De details ken ik niet. Ik vermoed dat Shell er veel aan gelegen was om een goede relatie met grote beleggers te onderhouden. Shell heeft de kwestie nu met hen geregeld en hoeft in Europa geen nieuwe claims meer te verwachten.”
Hoeveel heeft Grant & Eisenhofer er aan overgehouden?
“De kantoren die aan de zaak gewerkt hebben, wij waren niet de enige, verdelen 40 miljoen. Daaruit moeten ook onze kosten worden gedekt.”
Dat is 10 procent van het bedrag dat Shell betaalt. Niet eens zo veel.
“Er zijn zaken geweest die hogere percentages hebben opgeleverd. Maar de tijd van de 30-procentzaken is voorbij.”
Het gaat u naast genoegdoening voor uw cliënten er ook om dat bedrijven hun corporate governance verbeteren. Maar het is niet of nauwelijks te bewijzen dat uw acties die governance beïnvloeden.
“Dat klopt, maar we denken dat dat wel zo is. We doen niet alleen fraudezaken. We procedeerden tegen News Corp dat had beloofd een soort beschermingsconstructie in te trekken, maar dat niet deed. Ook doen we een zaak tegen Merck dat had verzwegen dat een van hun medicijnen bijwerkingen had. Bedrijven met een goede governance presteren beter. Dat is aangetoond.”
Europese bedrijven verzorgen hun governance beter dan Amerikaanse. Presteren zij ook beter dan Amerikaanse bedrijven?
“Een van de essentiële zaken van good governance is disclosure , openheid. Daar vechten wij voor.”
De VEB doet het liever zelf
De Vereniging van Effectenbezitters heeft ‘gemengde gevoelens’ over kantoren als Grant & Eisenhofer. “Enerzijds vervullen ze een goede functie”, zegt Paul Coenen, hoofd juridische zaken van de VEB. “Zij kunnen namens een groep onbekende gedupeerden procederen. Dat leidt ertoe dat ondernemingen alert blijven en rekening houden met de belangen van beleggers.” Anderzijds, vervolgt Coenen, brengen de kantoren zaken naar de VS waarvan de juridische afwikkeling eigenlijk in Europa zou moeten plaatsvinden. Nadeel van een uitspraak in een class-actionzaak is dat die in principe geen voor Nederland geldende jurisprudentie oplevert, Een tweede nadeel is dat de kantoren die een class action winnen er zelf met een flink deel van de vergoedingen voor gedupeerde beleggers vandoor gaan. Ten slotte kunnen class actions de (mogelijke) juridische afwikkeling van een zaak in Europa blokkeren. Soms ondergaan ondernemingen liever een class action in de VS dan een gerechtelijke procedure in Europa. Vanwege die nadelen zal de VEB niet snel kiezen voor een Amerikaanse class action. “Als wij een procedure starten, zitten we graag zelf in de drivers seat . Een procedure in Nederland is dan de aangewezen weg.”
Auteur(s): Koos Schwartz
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 37 , datum 12-9-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business