Met Londen als financieel centrum kwam de crisis in Groot-Brittannië extra hard aan. Het leed is nog niet voorbij, maar het kordate optreden van de overheid helpt. Het land herstelt sneller dan Nederland.
Op 4 september 2008 mag Gordon Brown in Liverpool een zaal vol zakenmensen toespreken. De ‘eerste financiële crisis van het nieuwe tijdperk’, zoals de Britse premier de economische en financiële crisis noemt, is net losgebarsten. Maar dankzij het beleid van Labour is de Britse economie volgens Brown (58) ‘goed gepositioneerd’ om de crisis te doorstaan. Niet dat de Britse economie geen last van de crisis zal krijgen, maar de kans is volgens Brown groot dat Groot-Brittannië het ergste bespaard zal blijven. Met dank aan de flexibele arbeidsmarkt, de lage werkloosheid en flinke overheidsinvesteringen.
Een maand later blijkt uit cijfers dat de Britse werkelijkheid heel wat minder robuust is. De neergang van de economie is al ver vóór de toespraak van Brown begonnen. Fabrieken sloten hun deuren, in de Londense City werden bankiers bij bosjes ontslagen en de Britse bricks and stones kelderden rap in waarde. Vooral dat laatste is van grote invloed op de economie. De huizenmarkt speelt in het Verenigd Koninkrijk een veel belangrijkere rol dan in de eurozone of de VS. Relatief veel Britten hebben een hypotheek met variabele rente, en ze hebben bovendien gemiddeld twee keer zoveel schulden dan andere Europeanen. Renteveranderingen zorgen dan voor grotere schommelingen in het besteedbare inkomen en hebben een sterker effect op de consumptie dan in Nederland.
In het tweede kwartaal van 2008 kromp de Britse economie licht. Alleen de dienstensector perste er nog een beetje groei uit. Ten tijde van Browns optimistische toespraak in september, holde de Britse economie in galop op de afgrond af, vooral omdat Londen als het financiële hart van de wereld rake klappen kreeg (zie kader ‘Darling droomt van winst op banken’).
Pas een jaar na de one-man-show van Brown in Liverpool is er min of meer goed nieuws te melden. De economie krimpt minder snel, zo werd vorige week duidelijk. In het tweede kwartaal moest de economie 0,8 procent van het bruto binnenlands product (bbp) prijsgeven. Hoewel de val nog niet ten einde is, is de krimp aanzienlijk kleiner dan in de eerste maanden van dit jaar, toen de schade 2,4 procent van het bbp bedroeg.
Optimisten zien daarin een teken dat de Britse economie begint op te krabbelen. Dat is niet het enige lichtpunt. De huizenprijzen zijn in augustus voor de vierde maand op rij gestegen. Bovendien hebben de zes grootste Britse banken in de afgelopen maanden meer nieuwe hypotheken verstrekt. Het is een voorbode van meer goed nieuws van de huizenmarkt in de komende maanden.
Ook zijn de industriële- en de dienstensector voor het eerst sinds begin vorig jaar gegroeid. Vooral de groei van de dienstensector geeft moed. Door de hervormingen in de jaren tachtig is het belang van de industrie in Groot-Brittannië behoorlijk gedaald. Dat van de diensten is juist sterk gestegen. Ruim 80 procent van de Britten werkt in de dienstensector, minder dan 20 procent vindt emplooi in de industrie. Die cijfers zijn vergelijkbaar met Nederland, maar verschillen sterk van een land als Duitsland, waar 30 procent van de banen industrieel is.
Het herstel is voor een groot deel te danken aan de Britse overheid en de centrale bank. Die hebben met honderden miljarden ponden de voor Groot-Brittannië uiterst belangrijke bankensector overeind gehouden. Ook staat Londen garant voor leningen aan het mkb en is de btw verlaagd om de consumptie op peil te houden. Dat klinkt goed, maar de cruciale vraag is hoe duurzaam het herstel is.
De ingrepen hebben namelijk rampzalige gevolgen voor de schatkist van Brown. Eind juli was er sprake van een tekort van 8 miljard pond, omgerekend 9 miljard euro. Normaliter houdt Londen in die maand juist miljarden over. Juli is traditioneel de maand waarin veel geld naar de schatkist vloeit. Britse bedrijven betalen dan bijvoorbeeld een deel van hun winstbelasting.
Het zijn niet alleen de flink hogere uitgaven van de regering die voor een gapend gat zorgen. Ook aan de inkomstenkant is de crisis duidelijk voelbaar. Omdat bedrijven hun winsten zagen verdampen, daalde de opbrengst van de winstbelasting met 38 procent. De afgenomen consumptie kortwiekte ook de btw-inkomsten: min 34 procent.
Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) verwacht dat er eind dit jaar op de begroting van Gordon Brown een gapend gat van 11,3 procent van het bbp zichtbaar zal zijn. Volgend jaar zal het Britse tekort niet minder dan 13 procent van het bbp bedragen.
Door dat alles bedraagt de Britse staatsschuld inmiddels ruim 800 miljard pond, en nadert die met rasse schreden de grens van 100 procent van het bbp. Kredietbeoordelaar Standard&Poor’s haalde in april al de gele kaart te voorschijn: als het zo doorgaat komt de Triple A status van Londen als schuldenaar in gevaar. Triple A is de hoogste rating. Nederland, Duitsland en Frankrijk hebben die score ook.
Een lagere rating zou Groot-Brittannië dezelfde status geven als de Belgische of Spaanse overheid. Dat betekent dat Londen enkele procentpunten meer rente moet betalen om zijn uitdijende schulden te herfinancieren. Uitgaande van de 10-jarige staatsrente komen de extra kosten, per 1 miljard schuld, uit op 3 miljoen pond.
Hoe hoog de schuld ook is, het is een feit dat de overheid met haar optreden de Britse economie voor erger behoed heeft. Bovendien heeft ze daarmee de kiem gelegd voor het redelijk snelle herstel, stelt Jeremy Stretch, een econoom van Rabobank in Londen. Volgens hem hebben de renteverlagingen van de Britse centrale bank nog grotere problemen onder huizenbezitters voorkomen en de koopkracht van die groep voor een diepe val behoed. Hetzelfde geldt voor de btw-verlaging. “De macro-economische gegevens wijzen erop dat het ergste achter de rug is. De Britse economie is op weg naar groei.” Die groei zal op de middellange termijn wel lager zijn dan voor de crisis.
Ook Maarten Spek, economisch analist bij Interest & Currency Consultants uit Utrecht, is optimistisch. “Net zoals de Amerikaanse economie, is de Britse economie harder gestimuleerd dan die in de eurozone. Hierdoor verwacht ik binnenkort een hogere groei in Groot-Brittannië dan in de rest van West-Europa.”
Wat de Britse economie ook als muziek in de oren klinkt, zijn berichten van voorzichtig herstel op het Europese vasteland. De eurozone is de belangrijkste markt voor Britse exporteurs. Dat onlangs bleek dat de Franse en Duitse economieën onverwacht zijn gegroeid in het tweede kwartaal, is echter nog geen reden voor de Britten om een feestje te bouwen in de dichtstbijzijnde pub. Het economisch herstel in die landen komt volledig voor de rekening van overheidsbestedingen en export. Zonder een krachtig herstel van de wereldeconomie is dat onvoldoende om door te groeien.
Wat de Britse exporteurs wel zal helpen is de scherpe val van het Britse pond (zie kader ‘Britse pond verzuipt’). Als het pond goedkoper wordt, worden Britse spullen ook goedkoper voor Nederlanders, Fransen en Duitsers. Dat effect moet nog komen. Het ziet er bovendien naar uit dat de huizenprijzen volgend jaar met 2 procent zullen stijgen. Dat is niet de spectaculaire stijging waar de Britten sinds de jaren negentig aan gewend zijn, maar in ieder geval geen daling meer. Met de stijging kan ook een krachtig vliegwieleffect optreden, waarbij de consument de toekomst een stuk rooskleuriger gaat zien en met extra uitgaven de economie verder op weg helpt.
Het enige wat die mooie verwachtingen kan dwarsbomen, is de werkloosheid. Met 7,8 procent is die sinds de jaren negentig niet zo hoog geweest. Volgens schattingen daalt de Britse werkloosheid pas als de economische groei hoger is dan 2,5 procent. De Britse centrale bank voorspelt dat die grens pas in 2011 in beeld komt. Tot die tijd zal het verwachte herstel fragiel zijn. De flexibele arbeidsmarkt en de lage werkloosheid hebben de Britten niet kunnen behoeden voor de volle laag van de crisis, zoals Brown hoopte. Maar het helpt de Britten wel redelijk snel de weg omhoog te vinden.
[ edin.mujagic @reedbusiness.nl ]
britse economie | conjunctuur
Het Britse pond komt maar niet uit de op hol geslagen achtbaan . Deze maand was het ook weer raak. Maarten Spek van Interest & Currency Consultants uit Utrecht, onafhankelijk adviseur op het gebied van rente en valutamanagement: “De centrale bank besloot onlangs voor een extra 50 miljard pond obligaties op te kopen. Met de positieve macro-economische cijfers over de Britse economie was dat een schok voor de financiële markten. Is er iets aan de hand? Het viel bovendien samen met de cijfers waaruit bleek dat het begrotingstekort behoorlijk was. Extra stimulering in combinatie met een hoog tekort is dodelijk voor een munt.” Spek verwacht dat het pond de komende maanden nog iets zal verzwakken ten opzichte van de euro, waarbij de koers zal oplopen naar circa 0,89 pond per euro. “Daarna zullen de groeiverwachtingen voor de Britse economie oplopen, omdat de regering de economie sterk gestimuleerd heeft en het effect ervan voor een groot deel nog moet komen.” Het pond zal sterker worden. De koers zal dalen richting 0,82 pond per euro. Een zwakker pond betekent dat de Britse spullen goedkoper worden voor buitenlanders. Een fles whisky van 10 pond kostte, in euro’s, begin vorig jaar ongeveer 14 euro. Inmiddels is dat nog maar net 11 euro. De forse waardedaling van het pond heeft echter nog niet geleid tot dikkere orderboeken bij de Schotse whiskymakers of andere Britse bedrijven. Het duurt altijd een tijdje voordat een daling van de wisselkoers exporteurs de wind in de zeilen geeft. Veel bedrijven hebben met bestaande leveringscontracten te maken, waarin de prijs vastgelegd is. Pas bij het nieuwe contract wordt de prijs aangepast.
Een groot deel van de Britse financiële sector is van de staat. ‘Londen’ is 100 procent eigenaar van de hypotheekverstrekker Northern Rock en heeft ook een belang van 70 procent in Royal Bank of Scotland en van 43 procent in Lloyds Banking Group. De participaties zijn ondergebracht in de UK Financial Investments, de organisatie die waakt over de Britse staatsbelangen in financiële instellingen. Een reeks opbeurende halfjaarcijfers van een aantal grote Amerikaanse en Britse banken heeft tot gevolg dat de papieren verliezen op de belangen in RBS en Lloyds snel teruglopen. Op dit moment noteert de Britse overheid nog maar een verlies van 600 miljoen pond op die belangen. Begin juni was dat nog 9 miljard pond. Op het belang in RBS zou Alistair Darling, de Britse minister van Financiën, in theorie nu zelfs een boekwinst kunnen maken, als er kopers waren voor zijn aandelen in RBS. De aandelen werden aangekocht tegen een gemiddelde koers van 50,50 pence terwijl de beurskoers nu op 56,20 pence staat. Van de drie grote lokale Britse banken – Royal Bank of Scotland, Lloyds Banking Group en Barclays – heeft alleen de laatste bank het zonder overheids-steun gered. Barclays kon net op tijd vermogensbeheerder BGI verkopen aan BlackRock. RBS ging ironisch genoeg ten onder omdat het de strijd om ABN Amro won van Barclays. De internationale Britse banken HSBC en Standard Chartered zijn, onder meer door hun sterke positie in Azië beter door de crisis gekomen. Dat het verlies op Lloyds en RBS er op papier een stuk minder dramatisch uitziet dan enkele maanden terug is nog geen reden tot juichen. De overheid kan op dit moment onmogelijk genoeg beleggers bereid vinden om in een keer 70 procent in RBS of 43 procent in Lloyds te kopen zonder dat de koers in elkaar zakt. Daar komt bij dat veel analisten nog steeds zeer kritisch zijn over de toekomst van deze banken. Dat de halfjaarcijfers beter uitpakken dan verwacht is voornamelijk toe te schrijven aan het gunstige beursklimaat. De kredietverlening ligt zo goed als stil en de banken hebben nog voor honderden miljoenen aan besmette leningen op de balans. De Verenigde Staten hebben al 4 miljard dollar verdiend op de bankenportefeuille. Daar kan Darling voorlopig alleen nog maar van dromen.[ cr ]
Auteur(s): Corina Ruhe
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 36 , datum 5-9-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business