Het Jutland van Europa

editorial

Tijdens mijn vakantie in Denemarken moest ik ineens denken aan het dreigement ‘we moeten oppassen niet het Jutland van Europa te worden’. In de jaren tachtig hoorde je het VVD-politica Neelie Kroes nogal eens zeggen. Nederland was toen nog distributieland. In de jaren negentig werd het stil rond Jutland. Denemarken groeide toen nog harder dan Nederland en de werkloosheid was er lager dan hier. Jutland had zijn afschrikkende werking verloren.


Tot pakweg anderhalf jaar geleden. Tijdens een lezing voor economiestudenten van de Erasmus Universiteit waarschuwde AkzoNobel-topman Hans Wijers dat Nederland een Jutland zou worden als de hoofdkantoren van ‘onze’ multinationals zouden verdwijnen uit Nederland. Het lijkt lang geleden, maar in die tijd dreigden verschillende topmannen, onder wie Michel Tilmant van ING en Don Shepard van Aegon, hun hoofdkantoor te verkassen als de kritiek op optieregelingen en topsalarissen niet zou verstommen. Toptalent zou zich in het platte Holland niet meer thuisvoelen, vreesde ook Wijers. Zijn conclusie was helder: zonder hoofdkantoren wordt Nederland zoals Jutland. Als we daarentegen hoofdkantoren pamperen, kunnen we ‘een Singapore’ worden. Wijers’ voorkeur ging uit naar het laatste.

Afgezien van de denkfout dat de aanwezigheid van veel hoofdkantoren automatisch leidt tot een innovatieve en evenwichtige economie; wat is er eigenlijk mis met Jutland? Oké, in de Middeleeuwen werden er bloeddorstige Vikingen gerecruteerd. Eeuwenlang was het een achtergebleven gebied. Maar tegenwoordig is het er opvallend schoon, er is volop ruimte en frisse lucht, er is een creatieve industrie, de landbouw is innovatief. In de grote steden bloeit het culturele leven en voel je je op straat veilig. Saai? Misschien. Toch zijn het zaken waar Singapore jaloers op zou zijn. En menig Nederlander ook.



[ arne.van.der.wal@reedbusiness.nl ]

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief