Met één bestelbusje en een gemeentelijk poetscontract begon Johan Geurts in 1967 een schoonmaakbedrijf. Nu is zijn Facilicom ‘s lands grootste facilitaire dienstverlener, met een omzet van 1 miljard euro in schoonmaak, catering, beveiliging en onderhoud.
facilicom | ondernemen
Elke ochtend om zes uur is hij de eerste die de deuren opent. Johan Geurts (80) richtte het bedrijf in 1965 op en is nog onverminderd betrokken bij zijn Facilicom. Het hoofdkantoor van het bedrijf staat er een beetje zonderling bij, in de Schiedammer haven temidden van zwaar-transportbedrijf Mammoet en olieleverancier SBM Offshore. Toch kan dit familiebedrijf zich met beide havengiganten meten. Vorig jaar beukte Facilicom door de omzetgrens van 1 miljard euro, die het bedrijf draait met facilitaire diensten als catering, beveiliging en gebouwenonderhoud.
Maar vooral met schoonmaken, want Facilicom begon ooit als de Gebouwen Onderhoud-Maatschappij (GOM). Het was het jaar 1965 en Geurts, die toen een kleine groothandel in vloerwassen bezat, ontmoette de heer Vermeulen, een ambtenaar van de gemeente Rotterdam. Zijn voornaam is Geurts alweer vergeten, maar zeker is dat deze adjunct-directeur Gemeentewerken van de havenstad hem aanzette tot het oprichten van een schoonmaakbedrijf.
Die sector was in die dagen een kartel, stevig in stand gehouden door de branchevereniging VSO. Doordat het kartel de prijzen voor schoonmaakwerk hoog hield, zocht de gemeente, grootafnemer van poetsdiensten, een buitenstaander die het kartel kon doorbreken. Die vond de havenstad in Geurts, die terugblikkend op die tijd stelt: “We waren totale amateurs in het vak.”
Met één bestelbusje en een contract om drie Rotterdamse Nijverheidsscholen dagelijks schoon te houden, begon Geurts zijn karwei. Door zijn schoonmakers in shifts van drie uur zonder pauze te laten werken, kon hij naar eigen zeggen 30 procent onder de prijs van het kartel (shifts van vier uur plus een betaald half uur pauze) duiken. Binnen twee jaar volgden nieuwe contracten met andere gemeenten en bedrijven, verspreid over het land.
GOM was geboren en groeide vervolgens hard – een decennium later ook met activiteiten buiten het schoonmaakwerk. In 1979 begon de dienstverlener met bedrijfsbeveiliging, door naast schoonmakers ook portiers en receptionisten te leveren. In 1985 kocht Geurts het wankelende bouwbedrijf Breijer. Met die acquisitie werden gebouwenonderhoudsdiensten aan het pakket toegevoegd. Nog een jaar later betrad het bedrijf ook de cateringmarkt. Zo ontstond ’s lands grootste facilitaire dienstverlener – in de FEM 500 lijst van grootste Nederlandse bedrijven neemt Facilicom plek 167 in.
Een kwarteeuw geleden was het bedrijf klaar om de visie van Geurts te verwezenlijken. In zijn ogen was een bundeling van verschillende diensten voor afnemers aantrekkelijker. Geurts: “We hadden voor onze schoonmaakdiensten alleen contact met het hoofd interne dienst van elke afnemer. Die ging ook over de catering, de beveiliging, de loodgieter en de afbladderende verflaag van zijn bedrijf.” Dus, zo bedacht Geurts, die zal tegen een aantrekkelijk bod in één klap al zijn diensten van één partij willen afnemen.
De oprichter bleek zijn tijd echter enkele decennia vooruit, in de praktijk viel die behoefte erg tegen. Geurts: “Ik heb me vergist. Waarom dat toen niet gelukt is? Ik weet het nog steeds niet. Ik heb wel een vermoeden. De hoofden interne dienst wilden niet al hun eieren in één mand gooien. Als zij al hun contracten bij mij hadden afgesloten, dan werd hun baan feitelijk overbodig. Ik denk dat dat het is.” Veel synergie heeft zijn bedrijf nooit kunnen halen uit de bundeling van diensten.
Pas nu zijn schoonzoon Hans Gennissen (49) het bedrijf de recessie door loodst, zijn de klanten van Facilicom onder druk van kostenbesparingen geneigd bulkcontracten te sluiten. Een dergelijk contract sloot olieopslaggigant Vopak dit jaar al af. Facilicom heeft zich ten doel gesteld over 3 jaar 15 procent van zijn omzet, zo’n 200 miljoen euro, met soortgelijke bundelcontracten te maken. Nu is dat nog 7 procent.
Dergelijke doelstellingen zijn heilig voor het familiebedrijf. Een andere wet, waarmee niet wordt gezwabberd, eist een jaarlijkse omzetgroei van minstens 15 procent. Dat is sinds 1995 autonoom gelukt. Ook wil Facilicom elke acquisitie uit eigen kas betalen. Een beursgang van de marktleider in facilitaire dienstverlening is dan ook geen optie. Voor de kaspositie – het bedrijf heeft geen cent schuld – is het niet nodig. Bovendien is de familie niet op een exit uit. Feitelijk, zo filosofeert Gennissen, zou een beursgang het einde van het bedrijf hebben betekend. “We zijn een soort warenhuis van verschillende merken. Externe aandeelhouders zijn geneigd om die op te splitsen en uit te verkopen.” Banken komen bij de familie dan ook niet binnen. Gennissen: “Ik spreek onze banken nooit. Ja, hooguit wanneer wij hun filialen schoonmaken. Ik weet dat onze bankiers één keer per jaar met mij proberen te lunchen.” Lachend: “Nou, dat lukt niet elk jaar.”
Facilicom wil dan ook blijven doorgroeien. Gennissen benadrukt dat hij, ondanks de crisis, niet wil afwijken van de doelstelling van 15 procent groei per jaar. Dat zou betekenen dat Facilicom in 2012 meer dan 1,5 miljard euro omzet. Gennissen: “Het moet mogelijk zijn. De crisis is geen reden om onze langetermijndoelstelling aan te passen.” Dat moment wil ook de oprichter zelf nog meemaken. Geurts is nog altijd lid van de raad van bestuur en hoopt ook de komende vijf jaar zeker door te gaan. Tegen de tijd dat Gennissen zijn functie neerlegt – iets wat hij “ergens in de komende twintig jaar” zal doen – zijn er vijf kleinzoons die het bedrijf zouden kunnen voortzetten. Onveranderd zelfstandig.
[ Wilbert.Geijtenbeek @Reedbusiness.nl ]
Auteur(s): Wilbert Geijtenbeek
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 34 , datum 22-8-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business