Roland van Bommel maakt zich zorgen over de toekomst van kleine, zelfstandige drankproducenten. “Maar het kan niet zo zijn dat er slechts twee grote drankenmakers overblijven”, aldus de vertrekkende topman van whiskystoker William Grant & Sons.
roland van bommel | interview
De maker van de bekendste single malt whisky ter wereld, Glenfiddich, werd de afgelopen vijf jaar geleid door een Nederlander. Roland van Bommel vertrekt volgende maand als bestuursvoorzitter van het Schotse familiebedrijf William Grant & Sons. Klaar, zoals dat heet, voor een nieuwe uitdaging. “Ik blijf commissaris bij het Britse retailbedrijf Mavelock. Misschien neem ik er wat commissariaten bij, of kies ik nog voor een nieuwe grote klus.”
Voorlopig legt Van Bommel (geen telg van de Brabantse schoenenfamilie) zich echter toe op de voorbereiding van de New York Marathon. “Mijn persoonlijke record is 4 uur, 4 minuten en 30 seconden. Ik hoop het nu binnen 4 uur te doen, maar het doel is vooral het halen van de eindstreep.”
Van Bommel maakte carrière bij Unilever, Rémy Cointreau en Maxxium. Ondanks zijn indrukwekkende staat van dienst behoort de 58-jarige Van Bommel niet tot de bekende namen in het Nederlandse bedrijfsleven. “Ik ben al zo lang weg uit Nederland. Dan sta je niet meer in de limelight .”
Ook zijn eigen band met zijn geboorteland is niet meer zo sterk. Omdat Van Bommel nauwelijks meer in Nederland is, vindt het interview plaats via de telefoon. “Je hebt in Groot-Brittannië wel een behoorlijk aantal Nederlanders in het bedrijfsleven, zoals Marc Bolland bij het supermarktconcern Morrisons. Die mensen kom ik uiteraard weleens tegen bij bijeenkomsten. Maar ik maak geen deel uit van een hechte Nederlandse gemeenschap.”
Een terugkeer naar Nederland nu zijn tour of duty bij William Grant erop zit, acht Van Bommel dan ook onwaarschijnlijk. “Ik denk in Groot-Brittannië te blijven, of weer naar een ander buitenland te gaan.”
Van Bommel (1951, Rotterdam) studeerde aan Nyenrode en de universiteit van Houston, Texas. Na zijn dienstplicht in Nederland werkte hij voor verzekeraar Equity & Law en Nutricia. Vervolgens stapte hij over naar zeep- en voedingsgigant Unilever, waarvoor hij in Nederland, Indonesië en Bangladesh zat.
Unilever bood Van Bommel uiteindelijk niet wat hij zocht. “Op mijn 34ste wilde ik weleens leiding geven aan een eigen toko. Bij een gestructureerd bedrijf als Unilever was dat destijds onmogelijk.” Van Bommel begon daarom in 1986 als directeur van de Nederlandse drankengroothandel Jacobus Boelen, dochter van de Franse cognacmaker Rémy Martin. “Dat was weliswaar een klein bedrijf, maar ik kon het wel leiden.”
Eveneens aantrekkelijk was de meer sexy uitstraling van de handelswaar. “Drank is natuurlijk een ontzettend mooi segment in de consumentenmarkt. Het heeft banden met lifestyle, uitgaan, het nachtleven. Het is nu eenmaal leuker om te verkopen dan zeep of tandpasta. Ik herinner me dat we bij Unilever-dochter Van den Bergh & Jurgens om half negen in de fabriek moesten zijn om Bona-margarine te proeven. Een proeverij van wijnen of cognacs is natuurlijk aantrekkelijker.”
Na drie jaar werd Van Bommel bij Rémy Martin (nu Rémy Cointreau) verantwoordelijk voor “een stuk van Europa”. In 1992 verhuisde hij naar Japan, om de divisie Asia-Pacific te leiden. Vervolgens werkte hij op het hoofdkantoor in Parijs, als hoogste baas voor Azië en Noord- en Zuid-Amerika. Vanaf 1998 zat hij in de raad van bestuur.
Het was een spannende tijd. “Rémy zat destijds in de problemen door een te hoge schuldenlast. Daarom moest het bedrijfsonderdelen verkopen.” Tweederde van het wereldwijde distributienetwerk werd overgenomen door het Amerikaanse Jim Beam en het Schotse Highland Distillers. De joint venture, waarbij wodkamaker V&S (Absolut) zich later aansloot, werd Maxxium Worldwide gedoopt. Van Bommel mocht het bedrijf gaan leiden. Met een omzet van 1,8 miljard euro (2007) behoorde Maxxium tot de internationale grootmachten in drankenland.
Tegenover de buitenwereld werd altijd volgehouden dat Maxxium gevormd was om een vuist te maken tegen almaar groter wordende drankengiganten als Diageo en Pernod Ricard. “Dat was zeker een achterliggende strategische reden. Maar de belangrijkste reden was dat Rémy gewoon geld nodig had”, onthult Van Bommel nu.
De Nederlander, die in 2004 als topman van Maxxium vertrok, zag eerder dit jaar hoe de joint venture uiteen viel. Verbaasd heeft het hem niet. “De houdbaarheidstermijn van joint ventures is meestal beperkt. Marktomstandigheden wijzigen, werknemers en aandeelhouders veranderen. Zoiets is verschrikkelijk moeilijk om bijeen te houden. Dat kan alleen als de partners het goed met elkaar kunnen vinden. En ik denk dat er in dit geval gewoon te veel problemen waren tussen de aandeelhouders.”
Van Bommel verwacht dat de consolidatie van de drankensector doorgaat. “Voor kleinere, zelfstandige spelers is het steeds moeilijker om hun route to market te behouden. Een distributienetwerk opzetten en onderhouden vergt grote investeringen. Zeker nu de markt is ingezakt, is dat een probleem.”
Daarbij komt dat kleinere drankenhuizen vaak nog in handen zijn van de oprichtersfamilies. “Daar vinden nu veel generatiewisselingen plaats. Het zijn bedrijven die ooit zijn opgericht door één man. De tweede generatie bestond uit vier of zeven mensen. Maar bij de derde generatie zijn het er ineens 30, die er allemaal een eigen mening op nahouden. Dat maakt het lastiger. Het is daarom reëel dat er de komende vijf tot tien jaar een volgende stap in de consolidatie plaatsvindt.”
Toch koos Van Bommel na zijn vertrek bij Maxxium niet voor een vervolgstap bij een machtige gigant als Diageo of Pernod Ricard. “Ik ben liever geen nummer in een heel grote organisatie. Het is leuker ondernemen bij een middelgroot bedrijf.” Daarom koos hij voor het Schotse familiebedrijf William Grant (zie kader hiernaast).
De afgelopen jaren versterkte Van Bommel de whiskystoker, onder meer door de afzetkanalen uit te breiden. “Hoogtepunten waren de openingen van eigen vestigingen in groeimarkten als China, Taiwan, Korea en Rusland. Ook zijn wij meer gaan samenwerken met Rémy Cointreau. Door afzetkanalen gezamenlijk te onderhouden, deel je de kosten. Dankzij een bredere merkenportefeuille vergroot je bovendien je kracht in de markt. Zo heb ik William Grant weten te transformeren van een sterk Europees gericht bedrijf tot een actievere wereldspeler.”
Ook trots is Van Bommel op de versterking van het managementteam en het binnenhalen van de distributie van het klassieke wodkamerk Stolichnaya op de Amerikaanse markt. “Dat betekende een verdubbeling van onze omzet in de VS. Voor een bedrijf van onze omvang een belangrijke stap.”
Inmiddels denkt Van Bommel dat William Grant sterk genoeg is om voorlopig overeind te blijven tegenover de echt grote jongens. “Door de kracht van onze merken, de versterking van ons distributienetwerk en de groei van de omzet kunnen wij nog jarenlang een goede boterham verdienen.” Maar hij is eerlijk over de toekomst. “Of dat zo blijft, durf ik niet te voorspellen.”
Daarbij speelt volgens Van Bommel een belangrijke rol of de groei van de markt de komende jaren weer terugkeert. “Als dat niet zo is, moet er in de kosten gesneden worden. Dan moeten kleine spelers misschien nog meer gaan samenwerken. Maar het kan niet zo zijn dat er slechts twee giganten overblijven.”
[ Mathijs.smit @reedbusiness.nl ]
Volgens de overlevering begon oprichter William Grant van de gelijknamige whiskystoker op zijn zevende te werken als veehoeder. Al snel verruilde de jonge Schot het weiland voor de distilleerderij van Mortlach, waar hij klerk werd. Daar leerde hij de kunst van het distilleren en klom hij op tot bedrijfsmanager. Na twintig jaar had Grant genoeg gespaard om met zijn zeven zoons en twee dochters zijn eigen distilleerderij te bouwen. William Grant & Sons, maker van Glenfiddich, produceerde in 1887 zijn eerste whisky. Ondanks de enorme consolidatie van de drankensector weet de familie Grant Gordon de onderneming tot op de dag van vandaag zelfstandig te houden. Het familiebedrijf boekte in 2008 een winst voor belasting van bijna 84 miljoen pond op een omzet van 496 miljoen. Het geheim van William Grant ? Ongetwijfeld de kracht van het merk Glenfiddich. Begin jaren zestig was het bedrijf de eerste die single malt internationaal op de markt bracht. Single malt whisky is gemaakt van gemoute gerst en afkomstig uit één distilleerderij. Voor de export werden destijds juist verschillende whisky’s gemengd, om tot een standaardsmaak te komen. Grant ontdekte dat er ook een internationale markt bestond voor single malts met hun specifieke karakter. Glenfiddich gaf de voorsprong nooit meer uit handen. Het bedrijf legde evenmin alle eieren in één mandje. Al in 1893 kocht het de aanpalende distilleerderij The Balvenie, waarmee de bovenkant van de single-maltmarkt wordt afgedekt. Maar ook in de lagere marktsegmenten is het bedrijf actief, met de blended whisky Grant’s en productie voor private labels. De afgelopen jaren diversificeerde de whiskystoker ook, door gin, wodka en rum op de markt te brengen.
Auteur(s): Mathijs Smit
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 32 , datum 8-8-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business