Nedfield

Requiem voor Nedfield

Computerhandel Nedfield (voorheen Tulip) heeft uitstel van betaling aangevraagd. Aandeelhouders en schuldeisers hebben het nakijken.

nedfield | financieel

M et de surseance van computerhandel Nedfield, tot eind vorig jaar bekend als Tulip Computers, is bijna een einde gekomen aan vijf jaar lang gesjoemel bij een voormalig stuk Hollands glorie. Aandeelhouders en schuldeisers staan met lege handen. Vlak voordat algemeen directeur Mark Elbertse uitstel van betaling aanvroeg, werden de belangrijkste werkmaatschappijen nog even vakkundig uit de boedel gelicht, waardoor bewindvoerder Marcel Groenewegen nauwelijks activa meer over heeft om nog te gelde te maken.


Het begon allemaal zo mooi. In 1979 richten Franz Hetzenauer en Rob Romein Tulip Computers op, dat uitgroeit tot nationale trots. Jarenlang bewijst het bedrijf, dat in 1986 naar de beurs gaat, dat het mogelijk is computers te bouwen in Nederland, in plaats van in lagelonenlanden. Maar na een periode van mismanagement en te grote investeringen moet Tulip in 1998 uitstel van betaling aanvragen.

Tulip Computers maakt een doorstart, maar een succes wordt het nooit meer. Het bedrijf kan het hoofd slechts boven water houden door continu nieuwe aandelen uit te geven in ruil voor kapitaalinjecties. Financiers als Begemann, NMB-Heller en GEM pompen tientallen miljoenen in het kwakkelende bedrijf.

In de zomer van 2002 treedt Mark Elbertse aan als algemeen directeur. Samen met de controversiële Belgische zakenman André Deleye, die sinds 1999 president-commissaris van Tulip is, leidt Elbertse zijn aandeelhouders een schijnwereld binnen.

Dat gaat als volgt. Eind 2004 ‘versterkt’ Elbertse de balans door de merknaam Commodore voor 24 miljoen euro te ‘verkopen’ aan een voormalige manager, Ben van Wijhe. Hoewel de koper zegt de miljoenen later pas te zullen betalen, verwerkt Elbertse de opbrengst alvast grotendeels in de cijfers. Met deze nepinkomsten heeft Tulip de financiële ruimte om een vlucht naar voren te maken.

Sprookje


In 2006 neemt het bedrijf de grotere, maar kwakkelende Duitse computerhandel Devil over. Eind 2007 ontvouwt Elberste zeer ambitieuze plannen. In 2010 moet de omzet van Tulip zijn gestegen van 374 miljoen tot 1,2 miljard euro. Daarop verwacht Elbertse een ebitda-marge van 4 procent, ofwel een brutowinst van 48 miljoen. Het klinkt als een sprookje.


Het is dan inmiddels al zeer onwaarschijnlijk gebleken dat de koper van Commodore, waarvan Tulip nog 19,6 miljoen euro tegoed heeft, zijn schuld zal inlossen. Bovendien is de Commodore-claim al lang niet meer de enige dubieuze post op de balans. Zo stelt Tulip eind 2007 nog tientallen miljoenen tegoed te hebben van Bangladesh, enkele leveranciers, voormalig zakenpartner Bolife en ex-dochter Ego Lifestyle. Totaal aan claims: 46,5 miljoen euro (zie: Elbertse’s tegoedbonnen).

Met dergelijk kunst- en vliegwerk kan Elbertse over 2007 een nettowinst van 7,5 miljoen op een omzet van 374 miljoen euro presenteren. Er werken ruim 300 mensen voor het bedrijf. Op papier bedraagt de solvabiliteit (eigen vermogen als percentage van het balanstotaal) eind dat jaar een solide 49,4 procent. Elbertse strijkt in 2007 een salaris op van bijna een kwart miljoen. Omdat Tulip volgens het jaarverslag alle doelen heeft behaald, ontvangt hij daarbij een volledige bonus van 65.750 euro.

Extern accountant Paul Steman van Mazars Paardekooper Hoffman zet zonder mankeren zijn handtekening onder de cijfers. Tegenover aandeelhouders, die tijdens de aandeelhoudersvergadering op 25 juni 2008 in Slot Zeist bezorgd vragen naar de aannames van het bestuur, stelt Steman dat hij de onderbouwing daarvan “met heel veel kritisch gehalte” heeft bekeken. “Een goedkeurende verklaring komt er niet zomaar”, zegt hij gedecideerd.

De meeste beleggers laten zich echter géén rad voor de ogen draaien. De koers van Tulip zakt in 2007 van 9 naar 6 euro. Tijdens de vergadering in juni 2008 is daar nog 4 euro van over. Elbertse beweert bij die bijeenkomst dat de werkelijke waarde rond de 14 à 15 euro ligt. Tulip, inmiddels omgedoopt tot Nedfield, sluit het jaar echter af op 50 cent.

De gekelderde koers blijkt een voorbode van een lawine aan slecht nieuws. In februari presenteert Elbertse nog een omzet van 352 miljoen euro over het jaar 2008. Maar hij moet toch erkennen dat er verlies zal worden geboekt, als resultaat van reorganisatiekosten en een afwaardering van activa.

Dan gaat het hard. De grootste werkmaatschappij, het Duitse Devil, gaat in februari failliet. Zonder dat de aandeelhouders er iets aan kunnen doen verkoopt de curator het dochterbedrijf, goed voor 87 procent van de omzet, aan Platin 373. Vrijwel hetzelfde gebeurt in juni met dochter 2L, goed voor 11 procent van de omzet. Op 29 juni, een dag voordat Elbertse tijdens de aandeelhoudervergadering verantwoording moet afleggen aan zijn aandeelhouders, vraag Nedfield uitstel van betaling aan. Bewindvoerder Groenewegen van CMS Derks Star Busmann mag de scherven bijeen vegen.

Accountant Steman wast zijn handen in onschuld. “De solvabiliteit van 49 procent was natuurlijk het gevolg van enkele balansposten die met onzekerheid waren omgeven. Wij kijken echter niet met een vergrootglas naar alle posten. Wij spreken ons slechts uit over de jaarrekening als geheel. Gebaseerd op de stukken en de open communicatie met de directie en de commissarissen, zagen wij geen reden om een goedkeurende verklaring te onthouden. Maar iedereen die de jaarrekening goed las, had tot de conclusie kunnen komen dat Nedfield geen kerngezond bedrijf was.”

[ mathijs.smit @reedbusiness.nl ]

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief