Regionale muntunie

Muntunies schieten uit de grond

Sinds 1999 is de euro een feit. Buiten Europa hebben regio’s soortgelijke plannen. De latino, de afro, de arabo en de aziato komen eraan.

‘Gisteren is de euro verzwakt ten opzichte van de aziato door verslechterde vooruitzichten voor economische groei in de eurozone. De euro verloor ook licht ten opzichte van de afro, de dollar en de arabo. Tegenover de latino veerde de Europese munt juist iets op.’ Dit kan zomaar een bericht zijn in de financiële pers van 2020. In verschillende delen van de wereld worden plannen gemaakt voor de invoering van een gemeenschappelijke munt, net zoals Europa dat in 1999 met de euro heeft gedaan.


Terwijl de stemming over de euro onder de Europeanen in het gunstigste geval gemengd is – de euro is niet bepaald de lieveling van zijn gebruikers – lijkt het buitenland de euro als een groot succes te zien. De munt is zelfs zo’n succes dat de Europese valuta er broertjes en zusjes bij gaat krijgen.

Een handvol Arabische Golfstaten is het verst gevorderd. De landen werken hard aan een interne markt en de gezamenlijke centrale bank is in oprichting. Het was de bedoeling dat de khaleeji (Arabisch voor ‘van de golf’) in 2010 het daglicht zou zien, maar dat bleek te ambitieus. 2015 Is een realistischer streefjaar.

Bovendien haakte enkele maanden geleden de Verenigde Arabische Emiraten af, omdat werd besloten dat de gezamenlijke centrale bank in Saoedi-Arabië zal komen. Dat was een zware klap voor het project. En niet de eerste. Twee jaar geleden trok Oman zich plotseling terug omdat het de voorwaarden waaraan het land moest voldoen te nadelig vond voor zijn economie. De overgebleven landen – naast Saoedi-Arabië zijn dat Bahrein, Qatar en Koeweit – laten zich echter niet uit het veld slaan en zetten de plannen door. Over een paar jaar moet de khaleeji de nationale munten vervangen. Jemen wil zich nog graag bij die groep aansluiten.

Enkele jaren na de ‘Arabische euro’ moet ook de Afrikaanse munt een feit zijn. In 1991 spraken de Afrikaanse landen af dat een gezamenlijke centrale bank en een gemeenschappelijke munt in 2028 op poten moeten zijn gezet. Op hun topontmoeting in 1999 besloten ze de deadline naar voren te halen. Het nieuwe streefjaar is 2020. De munt die dan in omloop komt, zal de afro heten. Onlangs schreef de Afrikaanse Unie een tender uit. Geïnteresseerde experts kunnen een voorstel doen voor een onderzoek naar de vraag hoe een Afrikaanse centrale bank moet worden opgericht en vormgegeven.

Ook in het Verre Oosten leven er plannen voor een regionale munt. Het is de hoogste tijd dat Azië begint, zei de Japanner Haruhiko Kuroda, president van de Aziatische Ontwikkelingsbank, eind mei. Met één munt zou Azië de wisselkoersschommelingen tussen Aziatische landen uitschakelen. Die schommelingen frustreren de onderlinge handel.

De Aziatische landen werken aan een muntunie sinds de Azië-crisis van 1997. De tien landen tellende Asean-unie (Asean staat voor Association of Southeast Asian Nations en bestaat uit de Filipijnen, Indonesië, Maleisië, Singapore, Thailand, Brunei, Birma, Cambodja, Laos en Vietnam) wil in 2015 een interne markt hebben zoals in Europa.

Onlangs hebben de Asean-landen samen met China, Japan en Zuid-Korea besloten om een regionaal fonds ter waarde van 120 miljard dollar op te richten om noodkredieten te kunnen verlenen aan Aziatische landen die in de problemen raken. Azië wil op deze manier de afhankelijkheid van het Internationaal Monetair Fonds verkleinen. Daarnaast hebben de landen een werkgroep gevormd die de mogelijkheden moet onderzoeken voor de oprichting van een regionale munt.


Latino, geen latina
In Zuid-Amerika dromen de leiders van een Zuid-Amerikaanse euro voor 2020. Eind mei vorig jaar ondertekenden de leiders van twaalf Zuid-Amerikaanse landen, inclusief Brazilië, Argentinië, Suriname en Venezuela, de oprichtingsakte van Unasur, de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties. De verwachting is dat Unasur voor 2020 een volwaardige unie zal worden, naar het voorbeeld van de Europese Unie. Met een gezamenlijke munt. Als naam wordt de latino gefluisterd. Die moet in 2019 de nationale munten vervangen, zo is het plan.
Pal erboven, in Midden-Amerika, bestaan sinds kort soortgelijke plannen. Op hun ontmoeting begin december 2008 spraken de leiders van Honduras, de Dominicaanse Republiek, El Salvador, Panama, Belize, Costa Rica, Guatemala en Nicaragua af om binnen afzienbare tijd een gezamenlijke munt in te voeren om die landen beter te beschermen tegen toekomstige economische crises. Een streefjaar is niet genoemd. Tot slot moet ook het Caraïbisch gebied, zo is de planning van de lokale leiders, ergens tussen 2010 en 2015 een eigen regionale munt krijgen.

Evolutie


Al die streefjaren betekenen niet dat de nieuwe munten daadwerkelijk volgens schema zullen worden ingevoerd. Met de euro, hét voorbeeld voor al die regio’s, lukte het ook niet in één keer. Tot twee keer toe strandden de pogingen, in de jaren zeventig en tachtig, wat telkens een diepe politieke crisis in Europa tot gevolg had. Na elke mislukking leek de euro slechts een illusie, maar uiteindelijk kwam hij er toch. Bij de derde poging, eind jaren negentig, was het raak. De voorstanders van de latino, afro en de andere regionale munten in de wereld beseffen dat. ‘Het kan decennia duren,’ aldus Kuroda van de Aziatische ontwikkelingsbank over een muntunie in Azië, ‘maar uiteindelijk zal Azië één munt hebben.’


Hoelang het uiteindelijk zal duren voordat valutahandelaren afro’s voor euro’s kunnen inruilen of khaleeji’s voor latino’s is nog onbekend. Vast staat wel dat het internationale monetaire systeem evolueert naar een stelsel waarin de regionale munten de boventoon zullen voeren. 


[ edin.mujagic @reedbusiness.nl ]

Van regionale munten naar één wereldmunt

Van de wereld van enkele belangrijke regionale munten is het een kleine stap naar een mondiaal stelsel van vaste wisselkoersen tussen die munten. De Amerikaanse hoogleraar economie Robert Mundell is daar een groot voorstander van. Mundell kreeg in 1999 de Nobelprijs in de economie voor zijn werk op het gebied van muntunies. Tijdens een bijeenkomst van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) eind 2000, getiteld ‘Eén wereld, één munt: eindbestemming of desillusie?’, zag hij vaste wisselkoersen tussen de euro, de dollar en de Japanse yen voor zich. Een gezamenlijke centrale bank zou het rentebeleid moeten bepalen, filosofeerde Mundell. Nog een stap verder is één munt voor de hele wereld . Daarover praat een select gezelschap al jaren. Mundell organiseert die bijeenkomsten van voorstanders in zijn kasteel in het stadje Siena, in Toscane. Paul Volcker, voormalig voorzitter van de Amerikaanse centrale bank, is er vaak bij. Volgens hem heeft de wereldeconomie behoefte aan één wereldmunt. Als de euro de Duitse mark, de Franse frank en de Italiaanse lira kon vervangen, waarom zou een wereldmunt niet hetzelfde kunnen doen met de euro, de dollar en de yen, vragen de voorstanders van een wereldmunt zich af. ‘Ik ijver al lange tijd voor een wereldmunt. Regionale munten zoals de euro vind ik de op één na beste oplossing’, aldus Mundell tijdens de IMF-bijeenkomst. Het idee voor een wereldmunt is niet een uitvinding van de 21ste eeuw. In de 16de eeuw stelde de Italiaan Scaruffi het al voor. De befaamde econoom John Maynard Keynes had een wereldmunt, die hij bancor wilde noemen, opgenomen in zijn voorstellen tijdens de conferentie van Bretton Woods in 1994. Die conferentie werd de basis voor het internationale financiële stelsel na de Tweede Wereldoorlog en leidde onder meer tot de oprichting van het IMF en de Wereldbank. Maar de Bancor-paragraaf sneuvelde; de Amerikanen moesten er niets van hebben.

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief