Silvio Berlusconi

De poen van papi

Silvio Berlusconi, naar eigen zeggen ‘de beste politieke leider ter wereld’, was afgelopen woensdag gastheer voor de G8. De excentrieke Italiaan heeft lak aan alle kritiek op hem. Portret van een gewiekst zakenman.

silvio berlusconi | portret

Silvio Berlusconi heeft heel wat te verduren gehad in de afgelopen maanden. Het begon met een vermeende verhouding met een achttienjarige en een open brief waarin zijn vrouw Veronica met hem breekt en zijn vrouwelijke entourage voor ‘rotzooi’ uitmaakt. Het groeide uit tot een schandaal met callgirls en woeste feesten met ‘papi’ Berlusconi temidden van tientallen door een corrupte ondernemer geronselde jonge vrouwen, van wie sommige maanden later het tv-scherm sierden dan wel klaargestoomd werden voor het Europees Parlement. Uit de met interviews, foto’s en filmpjes gelardeerde ontboezemingen komt het beeld naar voren van een hofhouding die in decadentie weinig onderdoet voor die van keizer Tiberius.


In de meeste westerse landen zou een fractie van de onthullingen voldoende zijn geweest om de hoofdpersoon tot aftreden te dwingen. Voor Italië niet. Dankzij de onvoorwaardelijke steun van zijn politieke vrienden, een effectieve controle op de voornaamste informatiebronnen en zijn gigantische fortuin zal Berlusconi ook deze crisis weten te overwinnen. Hij kan zich inderdaad de grillen veroorloven die elders in de wereld alleen aan absolute heersers zijn voorbehouden. In zekere zin is het jongste schandaal de apotheose van een man die al 50 jaar geniale ingevingen weet te combineren met de juiste connecties, een absoluut gebrek aan scrupules en een unieke synergie van zakelijke, politieke en persoonlijke elementen.

Maffiagelden


Zijn eerste blijk van zakelijk inzicht geeft de jonge jurist Berluconi aan het begin van de jaren zestig, ten tijde van het Italiaanse Wirtschaftswunder . In zijn woonplaats Milaan explodeert de nieuwbouw, vergunningen worden snel verstrekt aan wie de juiste wegen kent. Als goede verkoper en vol van ideeën wist de kersverse projectontwikkelaar een reeks onroerendgoedprojecten aan de man te brengen, met als hoogtepunt de aanleg in de jaren zeventig van Milano 2, een luxe satellietstad met veel groen, die nu zo’n 10.000 inwoners telt en in het chaotische Italië nog altijd een planologisch unicum is. Maar het vergt ook een miljoeneninvestering en het is nooit duidelijk geworden waar dat geld vandaan is gekomen. Een deel wordt geleverd door Banca Rasini, een kleine kredietinstelling waarvan Berlusconi’s vader Luigi directeur is en die de faam geniet van bank van kwade zaken. Maar het leeuwendeel is afkomstig uit een reeks in Zwitserland gevestigde brievenbusmaatschappijen, 22 in totaal, met namen als Holding Prima en Holding Seconda.


Berlusconi heeft nooit willen zeggen wie daar achter zat, maar volgens twee maffiaverklikkers was het Stefano Bontade, destijds topman van de Palermitaanse maffia, die zo zijn heroïnegelden witwaste. Als traît d’union zou Berlusconi’s uit Palermo afkomstige secretaris en studiegenoot Marcello Dell’Utri hebben gefungeerd. De inmiddels tot senator gekozen Dell’Utri is in 2004 tot negen jaar cel veroordeeld wegens ‘externe steun’ aan de maffia. Ondanks die straf en nog wat veroordelingen wegens afpersing, belastingfraude en valsheid in geschrifte, is Dell’Utri nooit de gevangenis ingegaan, dankzij een leger advocaten dat de processen tot in het oneindige kan laten voortduren. In Italië ga je de cel pas in als je echt uitgeprocedeerd bent.

Ook is vastgesteld dat in de jaren zeventig de met Dell’Utri bevriende maffioso Vittorio Mangano een paar jaar op Berlusconi’s landgoed in Arcore heeft gewoond, officieel als ‘stalmeester’. Of de maffia Berlusconi inderdaad aan zijn beginkapitaal heeft geholpen zal wel nooit duidelijk worden, omdat in de jaren tachtig niet alleen Bontade zelf is vermoord, maar ook de onderzoeksrechter, de politiecommissaris en een journalist die naspeuringen deden naar zijn Zwitserse tegoeden. Inmiddels zijn deze feiten zo ver in de vergetelheid geraakt, dat Berlusconi zelf eerder dit jaar de wegens twee moorden en drugshandel veroordeelde Mangano tot ‘held’ heeft kunnen verklaren, omdat hij nooit tegen hem heeft willen getuigen. Onder luide bijval van zijn partijgenoten.

Bij zijn vastgoedtransacties doet Berlusconi veel contacten op met plaatselijke bestuurders. Onder hen zijn veel socialisten en zo komt de ambitieuze jonge ondernemer Berlusconi in aanraking met de ambitieuze jonge politicus Bettino Craxi, die in 1976 partijleider wordt en van 1983-’87 premier. Die connectie blijkt essentieel bij Berlusconi’s volgende stap als ondernemer, in de dan opkomende commerciële tv.

In 1978 koopt Berlusconi de kleine Milanese zender Telemilano en sticht hij het concern Fininvest, dat aanvankelijk ook weer met geld (meer dan 300 miljoen euro van nu) uit Zwitserland wordt gevoed. Telemilano wordt uitgebouwd tot Canale 5, dat in het hele land steunzenders krijgt, en gezelschap krijgt van twee andere zenders, Italia 1 en Retequattro, die Berlusconi overneemt van ondernemers met minder commercieel inzicht dan hijzelf. Want Berlusconi besluit om ook de reclameacquisitie in eigen hand te houden en sticht daarvoor een eigen reclamebedrijf, als onderdeel van Fininvest. Publitalia, dat aanvankelijk geleid wordt door Dell’Utri, is nu goed voor 62 procent van de Italiaanse tv-reclame en een omzet van 2,9 miljard euro.

In 1984 dreigt een strop voor Berlusconi wanneer een magistraat zijn zenders uit de ether haalt, omdat ze over het hele nationale grondgebied uitzenden, wat dan nog verboden is. Maar een ad-hocdecreet van de regering van zijn vriend Craxi maakt daaraan een einde. Het was een waardige tegenprestatie voor jaren van loftuitingen op de zenders van Berlusconi.

In diezelfde periode zet Fininvest een ingewikkeld netwerk op van offshore -maatschappijen en ‘zwarte fondsen’ om belasting te omzeilen, politici en ambtenaren discreet te belonen en de gages van voetballers belastingvrij te verhogen. In 1990 wordt een nieuwe mediawet aangenomen, genoemd naar de toenmalige minister Oscar Mammì. Formeel is die bedoeld om monopolieposities te verhinderen, in de praktijk bestendigt zij de status quo, met Berlusconi’s bijna-monopolie op commerciële tv.

Wanneer de raad van state vervolgens het bezit van drie landelijke zenders strijdig verklaart met de vrije mededinging en Berlusconi opdraagt één zender af te stoten, legt de eerste regering-Berlusconi dat naast zich neer. In zijn tweede ambtstermijn laat Berlusconi in 2004 een wet aannemen die voorgoed een einde maakt aan de zorgen van de premier. Wel moet hij op basis van de mediawet van 1990 zijn twaalf jaar eerder gekochte krant Il Giornale afstoten, maar dat is geen probleem: de nieuwe eigenaar is zijn jongere broer Paolo, die ook Silvio’s overgebleven onroerend goed beheert.

Met de pogingen ook buiten Italië voet aan de grond te krijgen, ging het minder. De Franse zender La Cinq en het Duitse Tele 5, gesticht in 1986 en 1988, gaan beide in 1992 over de kop. Alleen het Spaanse Telecinco doet het al twintig jaar goed, ook omdat een tegen Berlusconi aangespannen proces wegens valsheid in geschrifte, belastingfraude en witwassen in 2003 door zijn collega-premier José Maria Aznar wordt opgeschort en vervolgens verzandt. In 2007 mislukt een poging om het Duitse ProSiebenSat.1 op te kopen uit de failliete boedel van zijn collega Leo Kirch, maar Fininvest revancheert datzelfde jaar door de aankoop (van het Spaanse Telefónica) van een beslissend belang in Endemol, zodat het nu ook de productie in huis heeft. En vorig jaar volgde de terugkeer in Duitsland, met de aankoop van 3 procent van abonnee-tv Premiere.

Forza Italia!


In 1986 neemt Berlusconi voetbalclub AC Milan over van een failliete zakenman. Hij steekt tientallen miljoenen in de club, onder meer door de aankoop van het Hollandse trio Gullit, Rijkaard en Van Basten, en wordt daarmee de populairste ondernemer van Italië. Dat zal van wezenlijk belang blijken bij zijn intrede in de politiek, waar hij debatten uit de weg gaat met het argument dat zijn tegenstanders ‘eerst ook maar een paar Europacups moeten winnen’.


Zijn invloed in de media neemt verder toe wanneer hij in 1990 de grootste uitgeverij van Italië, Arnaldo Mondadori Editore, overneemt. Dat gebeurt na een maandenlang juridisch gevecht met zijn tegenstrever Carlo De Benedetti, de oude baas van Olivetti, aan wie de uitgever eveneens beloften heeft gedaan. De Benedetti’s papieren zijn sterker, maar toch stelt een Romeinse rechter Berlusconi in het gelijk. Voor De Benedetti rest het opinieblad L’Espresso , dat sindsdien samen met de al door De Benedetti uitgegeven krant La Repubblica de voornaamste anti-Berlusconiaanse stem in het Italiaanse medialandschap is.

De reden voor de voor Berlusconi zo gunstige uitspraak is definitief vastgesteld in 2006, toen het hof van appèl de bewuste rechter, Renato Squillante, tot zeven jaar cel veroordeelde wegens corruptie. Squillante had op een Zwitserse bankrekening een half miljard lire (ruim 400.000 euro nu) ontvangen van Fininvest. De overboeking was het werk van Berlusconi’s advocaat Cesare Previti, die vijf jaar kreeg. Later omgezet in een taakstraf, nadat een snelwetje van de regering-Berlusconi fikse strafkortingen invoerde voor 70-plus-verdachten, de leeftijd die Previti toen net had bereikt. Tegen deze achtergrond valt te begrijpen waarom Berlusconi in zijn eerste regering een plaats voor Previti had ingeruimd als minister van justitie, en evenzeer dat de toenmalige president Oscar Luigi Scalfaro zich daar met hand en tand tegen verzette. Previti kreeg uiteindelijk defensie, maar hield zich in het kabinet toch vooral bezig met justitie.

Aan het begin van de jaren negentig volgt Berlusconi’s derde spectaculaire transformatie. Het gaat dan slecht met Fininvest. Het concern zucht onder een enorme schuldenlast, het corruptieonderzoek Schone Handen heeft Berlusconi’s politieke beschermheren weggevaagd, fiscus en justitie zitten hem op de hielen en de sluiting van een van zijn zenders dreigt. Daarom verzint hij een list in de vorm van een op het eerste gezicht roekeloos, maar andermaal geniaal gebleken plan: om uit de nor te blijven gaat hij de politiek in. De stichting van zijn partij Forza Italia – de voetbalkreet bij uitstek – is een voorbeeld van weergaloze politiek-zakelijke synergie. De campagne en roerende videospeech waarmee hij ‘het veld opgaat’ worden door zijn eigen reclamedeskundigen en camerateams voorbereid. De vestigingen van Publitalia gaan als partijkantoren fungeren. Zijn naaste medewerkers worden partijleiders, volksvertegenwoordigers en ministers. Zijn tv-zenders, kranten en tijdschriften verbreiden de mythe van de ‘nieuwe man’, die uit ‘de loopgraaf van de arbeid’ is opgedoken om ‘een nieuw Italiaans wonder’ te garanderen. Zijn tv-sterren en voetballers aarzelen niet een stemadvies uit te brengen.

De vermetele opzet slaagt wonderwel. De Italianen hechten geloof aan de optimistische boodschap van de populaire ondernemer en sportmaecenas, die in de lente van 1994 de verkiezingen wint en kan regeren. Berlusconi’s eerste kabinet is weliswaar geen lang leven beschoren, en sindsdien heeft hij tweemaal de verkiezingen verloren van Romano Prodi en zich teweer moeten stellen in twintig verschillende rechtszaken, verdacht van onder meer omkoping, fraude, belastingontduiking, diefstal, witwassen en drugshandel. Maar de zaken gaan goed. Ondernemers staan te trappelen om te adverteren bij het bedrijf van de premier (of oppositieleider), waar zijn trouwe schoolvriend Fedele Confalonieri sinds 1994 de zaken waarneemt. Ook wanneer Berlusconi zijn mediadivisie Mediaset in 1996 naar de beurs brengt (natuurlijk zonder de controle over het bedrijf te verliezen), overstijgt de vraag het aanbod.

Tegelijk wordt bij een reorganisatie in 1997 supermarktketen Standa afgestoten. Berlusconi had die in 1988 aangekocht om te kunnen beschikken over contant geld uit de kassa. Het resultaat is dat de omzet van Fininvest sinds de aanvang van Berlusconi’s tweede regeerperiode in 2001 is verdrievoudigd tot 6,1 miljard euro vorig jaar, toen de familie 208 miljoen euro aan dividend mocht innen. Het kapitaal van de tycoon en zijn familie neemt evenredig toe: alleen al door de verkoop van 17 procent van Mediaset in 2005 incasseren de Berlusconi’s 2 miljard euro. Hun persoonlijk vermogen ligt nu rond de 8 miljard euro.

Jonge meisjes


Ook de afgelopen jaren heeft Berlusconi zijn persoonlijke, zakelijke en politieke belangen uitstekend weten te integreren. Als leider van een door een ruime parlementaire meerderheid gesteunde regering heeft hij een reeks wetten laten aannemen waardoor zijn problemen met justitie praktisch de wereld uit zijn. Vergrijpen als boekhoudfraude en illegale financiering van politieke partijen zijn uit het wetboek van strafrecht gehaald. Voor een aantal vermogensdelicten is de verjaringstermijn gehalveerd. En vorig jaar werd vervolging van een premier in functie bij wet verboden. Dat gebeurde met het oog op het proces tegen de Britse advocaat David Mills, die in de jaren tachtig de offshore galaxy van Fininvest schiep. In verhoren door de rechtbank van Milaan zweeg hij daarover, waarvoor Berlusconi hem beloonde met 600.000 dollar op een Zwitserse bankrekening. Afgelopen februari is Mills in Milaan tot vier jaar en zes maanden veroordeeld omdat hij zich heeft laten omkopen door Berlusconi, die dankzij zijn eigen wet niet kan worden vervolgd.


Tegelijk verliest de premier zijn zakelijke belangen niet uit het oog. Dat merkte zijn rivaal Rupert Murdoch, wiens abonnee-tv Sky zich in de afgelopen jaren heeft ontwikkeld tot een geduchte concurrent van Mediaset, de tv- en filmdochter van Fininvest. Om het gevaar enigszins te keren verhoogde de regering-Berlusconi eerder dit jaar de btw op Sky-abonnementen van 10 naar 20 procent. Dat leidde tot een breuk tussen de twee tycoons, zodat Sky als een van de weinige Italiaanse zendgemachtigden de afgelopen maanden bijzonder alert is geweest bij het volgen van Berlusconi’s veile meidenschandaal.

Tenslotte heeft Berlusconi ook zijn privéleven bewust op tafel gelegd. Zijn tv-zenders brengen exclusieve interviews met hem, zijn roddelbladen berichten over zijn gezin als over de koninklijke familie en wanneer er verkiezingen voor de deur staan verschijnen er specials waarin de res gestae van de keizer nog eens worden opgesomd. Zelfs de huwelijkse perikelen van het echtpaar Berlusconi worden uitgevochten in de pers. Die vermenging van publiek en privé strekt zich ook uit tot benoemingen bij de publieke omroep RAI die niet in het parlementsgebouw of op het kantoor van de minister-president worden besloten, maar in de beslotenheid van Berlusconi’s Romeinse woning, het Palazzo Grazioli waar hij de feesten met de meisjes placht te houden.

Buitenlandse regeringsleiders ontvangt Berlusconi bij voorkeur in zijn villa op Sardinië, om daar ongedwongen en in het gezelschap van prille nimfen de wereldpolitiek te bespreken. Hij heeft daartoe een geheel eigen ‘politiek van de schouderkloppen’ ontwikkeld die door diplomaten niet erg wordt gewaardeerd, maar tegenover de Italiaanse tv-kijkers het beeld schept van een olijk staatsman die ouwe-jongens-krentenbrood is met de groten der aarde.

Dankzij zijn zorgvuldig opgebouwde machtspositie zal Berlusconi waarschijnlijk niet veel hinder ondervinden van de schandalen, die in het buitenland veel meer ophef en verbijstering hebben gewekt dan in Italië. Tenslotte zijn de Italianen wel wat gewend van hun premier, die al jaren zorgvuldig zijn imago van naast en boven de wet staande übermensch laat uitdragen. Uit eigen kring durft niemand de leider openlijk af te vallen, omdat de door hem geleide coalitie zonder zijn persoon en zonder zijn tv-stations geheid zou uiteenvallen.

Berlusconi is er uitstekend in geslaagd de publieke opinie af te schermen. In de Italiaanse kranten wordt weliswaar uitgebreid bericht over het nimfenschandaal, maar dat zegt weinig in een land waar 80 procent van de bevolking zijn informatie uitsluitend van de tv haalt. Buitenlandse kranten worden niet gelezen en het internet is als informatiebron nog een werktuig van de elite. Critici worden van repliek gediend door Berlusconi’s eigen gedrukte pers, zoals het gezinsbladChi, waarin hijzelf in een lang interview uitlegt hoe hij het slachtoffer is van betaalde valse getuigen, die misbruik maken van zijn goedheid.

Het weekbladPanoramaenIl Giornale, de krant van broer Paolo, brengen daarnaast dagelijks reportages over het tegen de premier gesmede complot van rode politici, partijdige rechters en buitenlandse journalisten. En zelf riep Berlusconi onlangs als regeringsleider een groep enthousiaste jonge ondernemers op om niet langer te adverteren bij regeringsvijandige media.

Wie uit is op overheidsopdrachten, weet waar hij zich aan te houden heeft. Met name de tv laat het grandioos afweten. De journalisten van Berlusconi’s zenders, goed voor bijna de helft van de kijkers, laten het wel uit hun hoofd om kritische vragen te stellen bij het optreden van hun werkgever. Laat staan dat zij de vrouwen die hem omschrijven als ‘hoerenloper’ en ‘haremhouder’ aan het woord laten.

Ook het journaal van RAI 2, dat al jaren wordt geleid door een getrouwe van de premier, doet er grotendeels het zwijgen toe. Maar de kroon spant TG1, het nieuws van RAI 1, de meest bekeken zender. Op 20 mei van dit jaar, midden in het eerste schandaal, dat van Berlusconi en de achttienjarige Noemi, werd een journalist van Berlusconi’s eigen bladPanorama, Augusto Minzolini, binnengehaald als directeur van het TG1. Net op tijd om vervolgens weken lang te zwijgen over de scabreuze onthullingen, waar de kranten vol van stonden. Als antwoord op de kritiek van talrijke collegae verscheen Minzolini eind juni zelf op het scherm om te verklaren dat hij geen aandacht wenste te schenken aan ‘roddels over de premier, die niets met publieke dienstverlening van doen hebben’. Anders dan de meeste Europeanen weten de meeste Italianen dus nog steeds niet het fijne van de commotie rond hun premier, die zodoende nog steeds de gunst van de bevolking geniet en nauwelijks hoeft te vrezen voor zijn positie.



[ aart heering - Rome ]

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief