Noca-nola

De laatste Noca-Nola

Tachtig jaar geleden werd heel Nederland veroverd door Coca-Cola. Heel Nederland? Nee, een kleine nederzetting bleef moedig weerstand bieden aan de overweldigers.

noca-nola | ondernemen

Tienduizend harde vooroorlogse guldens moest Coca-Cola in 1937 betalen om het laatste stukje Nederland te kunnen inpalmen. Negen jaar eerder, bij de Olympische Spelen in 1928, werden de eerste kistjes Coca-Cola aan land gebracht. Maar al snel werd duidelijk dat de Amerikanen in Nederland een serieus probleem hadden.


Limonademaker Leo Moulen (1882-1966) uit het Zuid-Limburgse gehucht Kunrade, onder de rook van Heerlen, had in 1922 met vooruitziende blik bij het Bureau voor den Industrieelen Eigendom de naam Noca-Nola voor zijn vruchtenlimonades laten registreren. En hij was niet van plan daar zonder slag of stoot afstand van te doen.

Hoewel Moulen overduidelijk leentjebuur had gespeeld bij de Amerikanen, had hij wel de oudste rechten in het land, en niet de firma uit Atlanta. Een Amerikaanse vriend had Moulen begin jaren twintig verteld dat Coca-Cola aan de andere kant van de oceaan een doorslaand succes was. Noca-Nola klonk een stuk hipper dan de naam Glück Auf Perle, waaronder Moulen zijn dranken tot die tijd verkocht.


Elimineren

De kleine limonademaker sloot een voor hem lucratieve deal met Coca-Cola: het gebied in een straal van 50 kilometer rond Kunrade, waarbinnen niet geheel toevallig alle Nederlandse steenkolenmijnen lagen, werd het domein van Noca-Nola, ‘de parel van alle alcoholvrije Tafeldranken, door Heeren Doktoren aanbevolen’. De rest van het land was voor Coca-Cola.


Maar toen Moulen rond 1936 zijn limonade ook nog in een kloon van het getailleerde colaflesje begon te verkopen, vonden de Amerikanen het tijd voor actie. Moulen werd voor veel geld uitgekocht, onder de voorwaarde dat het merk Noca-Nola uiterlijk op 31 december 1939 geëlimineerd zou zijn. ‘De alsdan nog aanwezige flesschen van dit model zullen door Moulen onder toezicht der maatschappij worden vernietigd’, zo legden Moulen en Coca-Cola-directeur Norman Ranney op 29 april 1937 vast bij notaris Dolmans in Heerlen. Dat alles op straffe van een boete van 500 gulden per overtreding.


Wilhelmsnor

Strikt genomen is het bejaarde flesje dat José Vankan-Moulen op een zomerochtend in juni in Kunrade op tafel zet dus illegaal. Allemaal zijn ze, zoals afgesproken, vernietigd, maar deze ene is de dans ontsprongen. De keizer Wilhelmsnor van de ‘spierballenman’, het logo van Noca-Nola op de fles, is na 75 jaar nog puntgaaf. De eetkamer van het huis is versierd met reclames uit de jaren twintig en dertig. Moulen wist hoe hij indruk moest maken op de mijnwerkers en boerenzonen. Een dame met diep uitgesneden decolleté glimlacht vanuit haar lijst wulps de kamer in. ‘Leo Moulen. Telefoon 15. Eenig fabrikant van de beroemde limonade Noca-Nola’, staat onder haar ronde heupen.


Gemakkelijk zullen de onderhandelingen met hun opa niet zijn verlopen, vermoeden de kleindochters José en Bertha. Moulen was ‘inne helle miensj’, zoals ze dat in het dorp zeggen, een harde man. Met ijzeren discipline bouwde hij vanaf 1907 aan een eigen limonade-imperium. Die ijzeren discipline verlangde hij ook van zijn tien kinderen. Toen een van Moulens zonen trots thuiskwam met zijn hbs-diploma (‘Geslaagd!’), was de reactie: ‘Maak dat je in de fabriek komt.’ Daar stonden honderden beugelflessen op hem te wachten, die toen nog een voor een met de hand gesloten moesten worden.

Wat twee generaties later rest, is een mooie anekdote. Het avontuur met Noca-Nola bleek niet voldoende om Leo Moulen postuum aan de titel Kunradenaar van de Eeuw te helpen. Dat werd gewoon mijnheer pastoor.


[ jean dohmen @reedbusiness.nl ]

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief