Zijn buitenlandse correspondenten in Italië allemaal luie uitvreters die op kosten van de Italiaanse belastingbetaler persreisjes maken?
Het zijn moeilijke tijden voor buitenlandse journalisten in Rome. Onze verslaggeving over de amoureuze perikelen van de premier wordt in regeringskringen niet gewaardeerd. In de hem wel gezinde pers worden wij daarom beschreven als incompetente uitvreters die aan de leiband lopen van subversieve Italiaanse collegae, af en toe lui een stukje overschrijven uit een rode krant en voor de rest hun dagen slijten in zonovergoten ijdelheid. Het zwaarst krijgt de Gruppo del Gusto (‘smaakgroep’) het te verduren, een onderafdeling van de buitenlandse persvereniging, gespecialiseerd in voeding en landbouw. Volgens Berlusconi-krant Il Giornale houden de leden zich vooral onledig met mateloze schrans- en slemppartijen op kosten van de Italiaanse belastingbetaler. Als actief lid van de Gruppo ben ik natuurlijk verontwaardigd over deze gratuite aantijgingen, al geef ik toe dat op onze persreizen goed wordt gegeten en gedronken. In een land waar de politiek onbegrijpelijk is en de gastronomie een dragende pijler van de economie, is dat ook een journalistieke noodzaak. Zodoende weet ik inmiddels heel wat van Apulische wijn, de ware buffelmozzarella, de bloedsinaasappels van Catania, de Piëmontese bagna cauda, de pistachenoten van Bronte en de zeppole van Benevento, en ooit heb ik een Italiaanse journalistieke prijs gewonnen met een verhandeling over de terugkeer van de kweepeer op Sicilië. Ik geloof ook dat zulke gastronomische verslagen vaak wezenlijker zijn dan de zoveelste beschouwing over politieke intriges. Ik schrijf dit stukje in de trein op de terugweg vanModena, waar we net een interessant tweedaags programma achter de rug hebben. Met onder meer een proeverij bij een producent van echte, niet zoete lambrusco, en een diner bij tweesterrenrestaurant Osteria Francescana. Klapstuk was de familie Pedroni, ambachtelijke makers van de èchte balsamico-azijn van Modena, die niets van doen heeft met het gecarameliseerde surrogaat dat onder die naam wordt verkocht. Wanneer je de 100-jarige vaatjes ziet, waarin de most 12, 25 of 60 jaar lang rijpt en geleidelijk indikt tot een lobbige nectar, begrijp je waarom een flesje van 100 centiliter minstens 40 euro kost. Bij de lunch blijken luttele droppen genoeg om tortelli, gesmoorde kip en roomijs tot een ervaring te maken waar geen ster tegenop kan. En als wij die betovering weten over te brengen op onze lezers leveren wij ook nog eens een positieve bijdrage aan de economie. Waarmee de kritiek op de Gruppo del Gusto bewezen onzin is.
Auteur(s): Aart Heering
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 27 , datum 4-7-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business