Het energiebedrijf heeft geshopt in de failliete boedel van Econcern. Een aantal onderdelen van het ter ziele gegane duurzame energieconcern is hiermee gered. Maar Eneco is voorzichtig.
econcern | financieel
I mperial overstretch . Econcern, het imperium van de overambitieuze ondernemer Ad van Wijk die naar een duurzame energievoorziening voor de hele wereld streefde, is ten onder gegaan aan zijn ongecontroleerde groei. Econcern bleek in te veel verschillende landen met te veel verschillende technologieën in de weer.
Van Wijks groene imperium werd de laatste jaren in razend tempo opgebouwd. Econcern wilde de omzet opjagen tot 8 miljard euro en in 2012 een nettowinst boeken van 1 miljard. Het zou dan groter zijn dan Eneco, dat in 2008 bijna 5 miljard omzette.
Louis Deterink, een van de twee curatoren: “Bij veel bedrijven is de hoofdoorzaak van faillissement een explosieve groei, waardoor er hoge bedrijfskosten en hoge financieringslasten ontstaan. Dat is hier mijn eerste observatie, maar er komt een officieel onderzoek.”
Energiebedrijf Eneco kan Econcern goed gebruiken in zijn strategie. In tegenstelling tot concurrenten Nuon en Essent, die in schaalgrootte geloven en overname door een grote buitenlandse partij onvermijdelijk vonden, vaart Eneco zijn eigen koers. Grootschalige en centrale energieopwekking heeft haar beste tijd gehad, zei Eneco-topman Jeroen de Haas onlangs. Hij wil inzetten op duurzame, decentrale opwekking: windturbines en zonnepanelen in plaats van grote kolencentrales. Eneco heeft, in plaats van een omzetdoel in een bepaald jaar, de ambitie om 70 procent van de energie duurzaam op te wekken in 2020.
Eneco heeft duurzame technologieën nodig om dit doel te halen. Econcern heeft die in overvloed: van volledig marktrijpe technologie tot technologie die in de kinderschoenen staat. Van windturbines, die met subsidie economisch rendabel zijn tot getijturbines die nog jaren ontwikkeling vergen voor ze de markt op kunnen. In de Westerschelde, bijvoorbeeld, staat een prototype van een getijturbine van Econcern, Wave Rotor genoemd, waar nog jaren ontwikkeling en geld in moet. ‘We hebben een paar honderd miljoen in kas voor overnames’, zei De Haas begin deze maand tegen Het Financieele Dagblad . Of de bodem van de oorlogskas in zicht is? “We doen geen enkele uitspraak over de hoogte van de transacties”, zegt een Eneco-woordvoerder.
Eneco heeft alleen onderdelen gekocht die actief zijn in de landen waar het bedrijf zelf aanwezig is. Het kocht daarom alleen Evelop Nederland, Verenigd Koninkrijk en België, Ecofys Nederland, Verenigd Koninkrijk en Duitsland en Ecostream Nederland. Alles daarbuiten, bijvoorbeeld biogasproject El Espino in Peru, liet het liggen.
Het lijkt er ook op dat Eneco alleen de marktrijpe technologieën uit het conglomeraat heeft geplukt. Het koos wel voor windturbines, die het direct kan inzetten, maar niet voor getijturbines en andere innovaties, waar het nog jaren aan zou moeten sleutelen. Volgens de woordvoerder is gekozen voor de “bestaande productie van duurzame energie en kennis van energiebesparing”. In Evelop zitten veel windturbineprojecten, in Ecofys veel consultants met verstand van energiebesparing.
Duidelijk is ook aan welke bedrijfsonderdelen Eneco zijn vingers niet wil branden. Ecoventures, de tak waarin bedrijven in ontwikkeling zitten, is te avontuurlijk voor Eneco. Bedrijven die nog in ontwikkeling zijn, leveren immers risico op.
Het zou voor de hand liggen dat het Amalia-windpark voor de kust van IJmuiden bij de koop was inbegrepen. Het windpark, waarin Econcern en Eneco allebei een aandeel hebben, draait goed. De investering was 381 miljoen en het park levert jaarlijks zo’n 400 miljoen kilowattuur stroom op. Elk kilowattuur levert een dubbeltje subsidie op en een stuiver op de elektriciteitsmarkt. De 400 miljoen kilowattuur brengen daarmee jaarlijks 60 miljoen euro in het laatje. Hier moeten exploitatie- en onderhoudskosten van 15 miljoen vanaf, maar 45 miljoen op een investering van 381 miljoen is geen slecht rendement. Toch zit het Econcern-deel van het windpark nog in de failliete boedel. Of Eneco overweegt het Amalia-windpark alsnog te kopen, wil het bedrijf niet zeggen.
Belwind, een drie keer zo groot windpark voor de kust van Vlaanderen dat nog moet worden gebouwd, gaat ook niet naar Eneco. ‘Het was voor ons te complex om mee te nemen’, zei Eneco-bestuurslid Kees-Jan Rameau tegen NRC Handelsblad . Zelfs met marktrijpe technologieën is Eneco dus uiterst voorzichtig. OneCarbon leek op het eerste gezicht ook een logisch koopje. OneCarbon ontwikkelt projecten die de uitstoot van broeikasgassen verminderen en genereert daarmee CO2-emissiecertificaten. Als grootschalig uitstoter en daarmee handelaar in CO2heeft Eneco die certificaten nodig. Toch nam het OneCarbon niet over.
Pas als de boodschappenlijst en kassabon van de aankopen die Eneco heeft gedaan beide op tafel liggen, kan het energiebedrijf de balans definitief opmaken. Maar vaststaat dat de aandeelhouders van Eneco niet bang hoeven te zijn dat hun bedrijf zich aan dezelfde steen stoot als Ad van Wijk. Eneco is als de dood voor imperial overstretch.
[ mark van baal ]
Auteur(s): Mark van Baal
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 26 , datum 27-6-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business