Het lijkt een gelopen race, de geplande overname van Nuon door het Zweedse energiebedrijf Vattenfall. Ook grootaandeelhouder Friesland is akkoord met verkoop. Maar de laatste loodjes wegen voor de Zweden het zwaarst. Het verzet tegen het staatsbedrijf is fel.
nuon | actueel
Het waren andere hoofdrolspelers, maar de teksten waren dezelfde. Op 12 januari schudden RWE-baas Jürgen Grossmann en Essent-topman Michiel Boersma elkaar uitvoerig de hand. Op 23 februari gavenchief executive officerLars Josefsson van Vattenfall en Nuon-ceo Øystein Løseth elkaar breed lachend de vijf. In beide gevallen klonken woorden als ‘schaalgrootte’, ‘ideale partner’ en ‘betrouwbare, betaalbare en schone energievoorziening’. De reactie van de buitenwereld was in februari opvallend anders dan in januari: werd RWE weggezet als vervuilende Duitse kolenstoker, Vattenfall werd geprezen om zijn groene ambities.
Net zoals de overname van Essent door het Duitse RWE, werd de overname van Nuon geplugd als een noodzakelijke stap. “Samen hebben Vattenfall en Nuon voldoende schaalgrootte,” zei Løseth plechtig. Vattenfall betaalt 8,5 miljard euro voor Nuon, maar de Zweden willen wel minimaal 80 procent van de aandelen van de Nederlandse energieleverancier in handen krijgen, anders gaat de deal niet door. Dat percentage is nog niet bereikt. Inmiddels staat de teller op ongeveer 70 procent. Grootaandeelhouders Gelderland (44,68 procent), Friesland (12,67 procent) en de gemeente Amsterdam (9,16 procent) hebben ingestemd met de verkoop van hun aandelen. Dat legt de bestuurders in de regio geen windeieren. Gelderland houdt 4,4 miljard euro over aan de verkoop, de Friezen 1,3 miljard.
Als de koop doorgaat, tenminste. Want de laatste loodjes lijken voor de Zweden het zwaarst te gaan wegen. Grootaandeelhouder Noord-Holland (9,2 procent) weigert vooralsnog zijn aandelen te verkopen aan de Zweden, die daardoor afhankelijk zijn van de vele kleine gemeentelijke aandeelhouders om de grens van 80 procent te bereiken. Het gaat om tientallen gemeenten in het westen en oosten van het land, die zelden meer dan enkele tienden van procenten in hun bezit hebben. Wassenaar heeft inmiddels ja gezegd (0,47 procent, opbrengst voor de gemeentekas: 50 miljoen), net als Lelystad (0,64 procent, goed voor zo’n 60 miljoen). De gemeente Haarlem (0,1 procent) wil niet verkopen. Naarmate Vattenfall de grens van 80 procent dichter nadert, lijken de discussies en het verzet heftiger te worden. Principes en de kans op een flinke smak Zweedse cash strijden om de voorrang. De discussie woedt op veel fronten tegelijk. Is overname van Nuon echt de enige optie? Is Vattenfall dan de ideale kandidaat? En: hoe groen zijn de Zweden eigenlijk?
Een belangrijk criterium van provincies en gemeenten om hun aandelen aan een buitenlandse partij te verkopen, was goed klimaatbeleid. Ondanks zijn groene naam – ‘vattenfall’ is Zweeds voor waterval – behoort Vattenfall tot de vieze mannen van de Europese elektriciteitsvoorziening, gemeten in CO2-uitstoot. Over de hele linie scoort Vattenfall goed, dankzij waterkracht en kernenergie in Zweden. Door zijn bruinkoolcentrales in de voormalige DDR is het de meest vervuilende elektriciteitsproducent in Duitsland. Vier Vattenfall-centrales staan in de Dirty Thirty, de top-30 van elektriciteitscentrales die de meeste CO2per geproduceerde kilowattuur elektriciteit uitstoten, samengesteld door het Wereld Natuurfonds.
Een Deense milieuorganisaties gaf Vattenfall vorige maand de Climate Greenwash Award, een prijs voor het bedrijf waar het gat tussen woorden en daden op het gebied van het aanpakken van klimaatverandering het grootst is. “Wij feliciteren Vattenfall met hun succesvolle groene communicatie om hun vervuilende businessmodel te ondersteunen”, zegt Kenneth Haar van Climate Greenwash Awards.
Nederlandse aandeelhouders reageerden enthousiast op beloften van Vattenfall over investeringen in duurzame energie. “We hebben voor acht jaar garanties”, zegt Carolien Gehrels, wethouder in Amsterdam en verantwoordelijk voor de deelneming in Nuon, tevreden. Als Vattenfall zich niet aan de afspraken houdt, moeten de Zweden de aandelen in het uiterste geval teruggeven aan Amsterdam. De Nederlandse aandeelhouders kunnen Vattenfall tot 2017 aan hun groene beloften houden. De grootste belofte die Vattenfall doet, en waar een groot deel van zijn groene imago op is gebaseerd, is dat het CO2-netraal is in 2050. Na 2017 kunnen de Nederlandse overheden die nu aandeelhouder zijn van Nuon Vattenfall hier niet meer aan houden.
De Socialistische Partij (SP) heeft zich als een van de weinige partijen van het begin af aan verzet tegen de overname van Nuon, maar staat daarin niet meer alleen sinds de kredietcrisis zwakke plekken in het economisch systeem heeft blootgelegd. “Wij vinden dat bepaalde basisvoorzieningen zoals drinkwater, riolering, stroom en gas in publieke handen moeten blijven”, zegt Eric van Kaathoven, fractievoorzitter van de SP in de Provinciale Staten van Gelderland. “Zelfs de werkgevers vinden dat nu. Strategische belangen moeten we in overheidshanden houden.” Bestuurders in Stockholm beslissen straks over het sluiten van Vattenfall-centrales in Europa.
Vattenfall is niet alleen een buitenlands bedrijf, het is een buitenlands staatsbedrijf. “Er zit weliswaar geen minister aan de knoppen, maar het is geen commercieel bedrijf”, zegt Van Kaathoven. “Zweden breidt zijn belangen in Europa uit en Nederland is zo naïef om mee te werken.”
De beslissing om de elektriciteitsbedrijven te privatiseren is genomen in de jaren negentig door de Paarse kabinetten. Het argument was dat commerciële bedrijven in een concurrerende markt betere dienstverlening en goedkopere energie zouden gaan leveren dan overheidsbedrijven. Als Nuon straks in handen komt van een buitenlands staatsbedrijf, is de hamvraag of een Zweeds staatsbedrijf beter presteert dan een Nederlands staatsbedrijf.
De consolidatieslag op de Europese energiemarkt leidt ertoe dat een paar grote partijen de markt gaan beheersen. In april kondigde de Duitse kartelautoriteit al een onderzoek aan naar de energieprijzen in Duitsland. De Duitse mededingingsautoriteit wil erachter komen waarom de prijzen voor elektriciteit en gas aan consumenten zo hoog blijven en soms zelfs stijgen, terwijl de olie- en gasprijzen zijn gedaald. Men verdenkt de grote elektriciteitsproducenten ervan dat ze de prijzen kunstmatig hoog houden. Vier grote producenten, waaronder RWE en Vattenfall, genereren meer dan 80 procent van de elektriciteit in de Bondsrepubliek.
Een dergelijk oligopolie, een markt met een klein aantal aanbieders, pakt vaak ongunstig uit voor klanten. Hoe minder partijen, hoe makkelijker prijsafspraken kunnen worden gemaakt. Zelfs als bedrijven nooit met elkaar over prijzen spreken, weet elke partij binnen het oligopolie dat concurreren op prijs vaak onverstandig is. Als de Europese energiemarkt straks wordt gedomineerd door een klein aantal grote partijen, zou de Europese consument weleens de dupe kunnen zijn.
Er speelt nog een intrigerende vraag: zijn deenergiereuzen wel de ideale spelers op de nieuwe, duurzame Europese energiemarkt? Nuon en Vattenfall brengen de noodzaak van hun fusie bijna als een natuurwet. Net zoals elektriciteit van plus naar min stroomt, zou een klein elektriciteitsbedrijf onvermijdelijk kapot worden geconcurreerd op de grote Europese stroommarkt. Maar er zijn genoeg bedrijven waarvoor deze natuurwet niet geldt: een klein, duurzaam bedrijf als Greenchoice, bijvoorbeeld, groeit als kool. Opgericht in 2001, voorziet het inmiddels 225.000 huishoudens van stroom.
Misschien heeft een compact bedrijf als Nuon wel meer toekomst dan giganten als Vattenfall en RWE. Op een handvol verstokte ontkenners van het broeikaseffect na is iedereen het erover eens dat de wereld moet omschakelen van fossiel naar duurzaam. Om dat te kunnen, heeft de elektriciteitsmarkt behoefte aan kleine bedrijven. Duurzame energie is voor een groot deel decentraal en kleinschalig. De overgang van fossiel naar duurzaam is ook een transitie van grote centrale opwekking naar kleine decentrale opwekking. Van enkele grote kolen- en gascentrales naar vele kleine opwekkingseenheden, bijvoorbeeld zonnepanelen op huizen, windmolens naast bedrijven en biogascentrales naast boerderijen. De vraag is of bruinkoolgigant Vattenfall op die schaal kan opereren.
[ Mark van Baal ]
Klassiek bedrijf
Het Zweedse Vattenfall maakte in februari bekend Nuon te willen overnemen. Dat was precies twee jaar na de presentatie van plannen van Nuon om met Essent , een andere grote Nederlandse elektriciteitsmaatschappij, te fuseren. Die ‘nationale energiekampioen’ kwam niet van de grond. Korte tijd later werd duidelijk dat Nuon en Essent het niet eens konden worden. Uiteindelijk werden beide bedrijven geschaakt door een buitenlandse partner. Vattenfall is met een omzet van 15 miljard euro in 2008 en 32.801 werknemers ongeveer drie keer zo groot als Nuon, dat een omzet heeft van 6,1 miljard euro en 10.697 werknemers. Maar het Zweedse energiebedrijf, dat ook actief is in Duitsland en Polen, is een stuk kleiner dan de Duitse moloch RWE , dat een omzet heeft van 49 miljard euro en 65.900 mensen in dienst heeft. RWE, de afkorting staat voor Rheinisch-Westfälisches Elektrizitätswerk, is de nieuwe partner van Essent. Vattenfall is een klassiek elektriciteitsbedrijf dat bijna de helft van zijn elektriciteit opwekt met het verbranden van fossiele brandstoffen, waaronder veel kolen en bruinkool. Ongeveer eenderde komt uit kerncentrales en ruim 20 procent uit waterkrachtcentrales. De elektriciteitsproductie van Vattenfall (163 miljard kilowattuur) is ruim tien keer zo groot als die van Nuon (16 miljard kilowattuur).
Auteur(s): Mark van Baal
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 25 , datum 20-6-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business