‘Iemand die ik zo omver blaas, dat is niet leuk

Karine Kodde
 advocaat en partner bij Allen & Overy

Vorig jaar werd Karine Kodde (41) uitgeroepen tot M&A-advocaat van het jaar. In alles wat ze doet, lijkt ze even gedreven. “Het Amerikaanse idee van the sky is the limit, dat haalt veel goeds in mensen naar boven.”

wat verder ter tafel komt

Op haar bakfiets arriveert Karine Kodde bij restaurant As, aan de rand van het Beatrixpark in Amsterdam-Zuid. Ze komt er vaak, privé en zakelijk. Het huis waar ze sinds kort met haar vriend en hun twee jaar oude dochtertje woont, is dichtbij, en ook het kantoor van Allen & Overy bevindt zich op fietsafstand. Deze middag trekt ze ruim tweeënhalf uur uit voor een lunch op het zonnige terras, maar dat betekent niet dat ze het niet nog steeds “behoorlijk druk” heeft.


Haar specialisme, adviseren bij private-equitydeals, is even naar de achtergrond verschoven. Tegenwoordig houdt Kodde zich vooral bezig met het herstructureren van eerder afgesloten deals en de onderhandelingen tussen banken, bedrijven en hun private-equityeigenaren die daarbij horen. “Dat is nog meer een kwestie van hollen of stilstaan dan het sluiten van nieuwe deals. Voor de buitenwereld minder glamoureus werk, maar wel net zo spannend.”

Vorig jaar was er wel sprake van enige glamour. Toen adviseerde ze onder meer bij de deal waarin het Britse private-equityhuis Doughty Hanson een belang nam in trustkantoor TMF, en bij verschillende deals van de Nederlandse NPM. Ook bij transacties tussen STMicroelectronics en NXP en bij de aankoop van private bank Insinger de Beaufort door BNP Paribas was Kodde betrokken. “Een best wel succesvol jaar”, oordeelt ze zelf. Haar vakbroeders uit de wereld van de fusie- en overnameadviseurs beloonden haar ervoor met de titel ‘M&A-advocaat van het jaar’, de prijs die daarmee voor het eerst sinds jaren niet naar kantoorgenoot Jan Louis Burggraaf ging.


serieuzer


Kodde zelf is de eerste om de waarde ervan te relativeren. De private bankers die na een week opbelden om haar ermee te feliciteren en in één moeite door voorstelden om eens over haar vermogen te komen praten, werden lachend afgewimpeld.


Op de vraag waaraan Kodde haar prijs te danken heeft, antwoordt ze eerst dat ze “bijzonder gecommitteerd” is aan de zaken waaraan ze werkt, om direct toe te geven dat alle adviseurs dat zeggen. Na enig nadenken voegt ze eraan toe dat ze vooral erg praktisch en oplossingsgericht is. “Er lopen nogal wat mannen met behoorlijke ego’s rond in onze wereld. Je hebt advocaten die van elk juridisch punt een enorm issue maken. Zelf schep ik er geen genoegen in op de voorgrond te treden, ik ben er helemaal niet op gericht mijn juridische kennis te etaleren. Daarmee wil ik mijn cliënten niet vermoeien.”

Kodde, opgegroeid op een boerderij in het Zeeuwse Biggekerke, is bescheiden maar zelfbewust en paart haar nuchterheid aan een enorme gedrevenheid. “Als ik iets doe, wil ik het goed doen, dat heb ik altijd gehad. We zijn thuis redelijk calvinistisch opgevoed, je moet wel iets maken van je leven. Ik ben blij dat ik dat heb meegekregen, het bepaalt de instelling waarmee je in het leven staat.”

Die instelling lijkt echter meer aangeboren dan opgelegd. “We zijn thuis nooit gepusht, we mochten onze eigen weg gaan. Zo is mijn zusje naar de toneelschool gegaan, dat was geen enkel probleem. Ik was meer het meisje dat veel boeken las, ik was altijd al serieuzer.” Het idee om “iets met mode te gaan doen” kreeg zo geen kans, en ook plannen om te gaan tekenen en schilderen vonden geen vervolg. “Ik ben best creatief, maar kwam er snel achter dat je wel erg goed moet zijn om daar je werk van te kunnen maken. Zo goed was ik nu ook weer niet.”


Moeder Theresa


Een rechtenstudie in Rotterdam hield wel alle opties open, zeker in combinatie met een programma dat ook economie bevatte en dat een jaar studeren in Gent en Oxford met zich meebracht. Een stage bij het toenmalige Loeff Claeys Verbeke, dat later gedeeltelijk zou opgaan in Allen & Overy, resulteerde in een aanbod om daar te komen werken. Maar daarvoor was het nog te vroeg. “Ik was nog jong, wilde reizen en wat van de wereld zien, maar tegelijkertijd ook iets doen van betekenis.”


Dat bleek in de praktijk niet eenvoudig voor een net afgestudeerde juriste. “Ik kreeg nergens een aanbod om iets in de ontwikkelingshulp te doen. Maar ik dacht: ik kan altijd naar Calcutta gaan om voor Moeder Theresa te werken.” Eenmaal aanbeland in Calcutta schrokken de sfeer en religieuze verhalen van al die katholieke meisjes haar toch af. Kodde besloot door te reizen naar Nepal, waar ze drie maanden les gaf op een lagere school die net door een Engels stel was opgericht.

Het reizen door Nepal en India was eindig, Kodde had inmiddels een beurs voor een jaar studie in de Verenigde Staten binnen. Zo volgde nog een jaar law school in Chicago. Daar leerde Kodde, die tijdens haar studie in Nederland nou niet bepaald werd uitgedaagd, wat echt hard werken is. De Amerikaanse mentaliteit sprak haar bovendien direct aan. “Als je hard werkt en goed je best doet, kun je daar echt iets bereiken. Het idee van the sky is the limit , dat haalt veel goeds in mensen naar boven.” In 1998, na een aantal jaren bij Loeff, volgde opnieuw een jaar in de Verenigde Staten, bij Simpson, Thacher & Bartlett in New York. Bij dat kantoor ontstond de specialisatie in private equity. Vanaf dag één draaide Kodde er mee in een team dat onder meer deals begeleidde voor KKR.


Was dat als een stap in een heel andere wereld?


“Absoluut, de dynamiek in die wereld is ongekend. Maar ik was vooral onder de indruk van hoe snel Amerikanen je accepteren. Dat ik een buitenlandse advocaat was, was geen enkel issue. Wat moeten we d’r mee?, is in Nederland al snel de houding, er is altijd een zeker wantrouwen jegens advocaten die niet perfect Nederlands spreken. In Amerika word je op je merites beoordeeld, niet op je achtergrond.”

Allen & Overy kondigde begin dit jaar aan dat er in Amsterdam 30 banen moeten verdwijnen. Wat merkt u op uw kantoor van de huidige crisis? 


“Dat banenverlies valt zowel onder advocaten als ondersteunend personeel en we realiseren zo veel mogelijk via natuurlijk verloop. Advocaten van wie duidelijk is dat ze bij ons geen partner gaan worden, konden normaal gesproken nog steeds een heel goede functie bij ons vervullen. Nu is de lijn anders, nu wordt hun echt gevraagd eens verder te gaan kijken. Ook is er een bevriezing van salarissen en hebben we binnen Allen & Overy, net als bij andere kantoren, een kapitaalronde gehad. Alle partners hebben moeten bijstorten om de reserves aan te vullen. In onze eigen praktijk is het toch iets minder druk dan vorig jaar, we moeten wat meer moeite doen om nieuw werk binnen te halen.”


Hoe stelt u zich als vrouw op in die M&A-wereld vol haantjes die allemaal moeten winnen? 


“Ik ben net zo gedreven, en ik vind de focus en commitment die je nodig hebt wel echt vrouwelijke eigenschappen.”

Je moet af en toe ook hard kunnen zijn.


“Inderdaad, als adviseur wordt van je verwacht dat je een standpunt stevig kunt verdedigen. Het is ook het leukst om een discussie te hebben met iemand die goed begrijpt wat de issues zijn. Als er iemand tegenover me zit die ik zo omver blaas, dat is helemaal niet leuk. Maar als je als vrouw heel hard bent, ben je natuurlijk al snel een bitch, dus het is wel belangrijk hoe je een boodschap overbrengt. Ik realiseer me tegenwoordig nauwelijks meer dat ik vaak de enige vrouw ben tussen al die kerels.”

Daar laat u zich niet door imponeren?


Lachend: “Nee, dat nooit!”

Heeft u het idee dat u nu zinvol werk doet?


“Af en toe bekruipt me het gevoel dat ik iets zinvollers zou kunnen doen dan geld verdienen voor een advocatenkantoor. Maar die gedachtes komen en gaan, ze zijn niet zo groot en belangrijk dat ik me daaraan overgeef.”

Blijft u dan nog twintig jaar M&A-advocaat?


“Zo ver kijk ik niet vooruit, maar dat zou best kunnen. Tot nu toe vind ik dit werk nog spannend en afwisselend genoeg. Ik weet ook niet zo goed wat ik aan zinvol ander werk zou kunnen doen. Ik kom beter tot mijn recht als dienstverlener dan in een ontwikkelingsproject. Het moet niet iets zijn waar je alleen jezelf goed bij voelt en waar verder geen mens wat aan heeft.”


[ jeroen.kerkhof @Reedbusiness.nl ]

Waar?


Restaurant As, Amsterdam


wat?


Voorgerecht: gefrituurde, gevulde courgettebloem, gepofte aubergine en brandnetel pesto Hoofdgerecht: rode mul met venkel, asperges, tuinbonen, tomaat en opperdoezer ronde 


kassa


wat verder ter tafel komt

‘IK DACHT: IK KANaltijd voormoedertheresagaan werken’
  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief