India

Dichte grenzen bedreigen India

In een wereld in recessie is reus-in-opkomst India nog altijd een van de weinige landen die doorgroeien. Maar net als elders leeft het protectionisme op.

india | economie

Indiase ondernemers klampen zich vast aan elke strohalm, reikhalzend uitziend naar signalen dat het tij zou kunnen keren. Het kleinste economische lichtpuntje haalt de voorpagina’s al. Rajan Kohli, tweede man binnen de FICCI, de koepel van de kamers van koophandel, grijpt in zijn kantoor in Delhi naar de krant van vandaag, Business Standard . Er staat dat in de diamantbewerking, een sector waarin India koploper is, 500 in januari stilgelegde koppels weer aan het werk zijn gegaan. Een ommekeer wellicht, eind vorig jaar kwamen nog 400.000 diamantwerkers op straat te staan. Ook de cementproductie zit in de lift. Expansieplannen die op een laag pitje waren gezet, worden afgestoft. En de huizenmarkt trekt weer aan. “Kijk,” zegt Kohli, wijzend op een krantenkop, “DFL, India’s grootste huizenbouwer, haalt nieuw geld binnen. Het verstrekken van bankleningen versoepelt wat. Het is alsof de crisis over haar dieptepunt heen is. Ook de aandelen herstellen.”


Kohli is realistisch genoeg om te erkennen dat de recessie ook in India hard toeslaat. De meeste Indiase banken, voor 70 procent in staatshanden, houden vooralsnog de hand stevig op de knip. “Ze lenen nog steeds niet erg makkelijk, geschrokken als ze zijn van berichten over de grote hoeveelheid slechte leningen die Indiase banken hebben uitstaan. Deze schroom helpt niet bepaald de economie vlot te trekken.” Het consumentenvertrouwen, ooit ’s werelds meest overtuigende na Indonesië en Denemarken, lijkt totaal in elkaar gezakt. Een onafhankelijk bureau peilde eind mei een vermindering met 15 punten. “Nee hoor”, zegt Kohli, die beroepshalve de zonnige kant blijft zien, “India’s middenklasser blijft beslist optimistisch. Want er gloort licht aan het eind van de tunnel.” Hij citeert de Press Trust of India, het Indiase ANP: “Volgens 56 procent van de ondervraagden zal India binnen twaalf maanden uit de economische problemen zijn.”

Buiten het FICCI-gebouw staan cameraploegen klaar voor Gopal Pillai, topman op het handelsministerie – naast het wel en wee van Bollywoodsterren is de economie het heetste item in de Indiase media. Pillai verdedigt het standpunt in de Doha-ronde, het internationaal overleg over de wereldhandel binnen wereldhandelsorganisatie WTO dat sinds herfst 2008 stagneert, mede door toedoen van India en China. Beide opkomende economieën claimen het recht op extra beschermende maatregelen voor sectoren die nog niet kunnen opboksen tegen zware concurrentie van buiten. Vooral de auto- en farma-industrie, landbouw en dienstensector (banken, verzekeringen en vervoerssector) moeten worden ontzien.

Sinds de blokkade van een internationaal akkoord heeft Pillais ministerie vijf nieuwe handelsbarrières opgeworpen om de textiel-, papier-, speelgoed- en staalindustrie te beschermen. Toenemend protectionisme, fnuikend in tijden van recessie. Het handelsvolume kromp wereldwijd vorig jaar met 9 procent. India’s uitvoer slonk in april met eenderde. Oorzaak is de afnemende vraag uit Europa en de VS, vertelt Pillai. Het aandeel van India’s export in de nationale productie is weliswaar bescheiden (nog geen 15 procent), maar toch, slecht nieuws.

Pillais vorige baas, handelsminister Kamal Nath, in het nieuwe kabinet minister van wegvervoer, was de ‘lieveling van de vrije pers’ in ’s werelds grootste democratie. Hij stond bekend als ijzervreter binnen de WTO, gaf geen duimbreed toe in de Doha-ronde. Dat maakt je populair bij de Indiase media.
Rajiv Kumar, directeur van de economische denktank Icrier: “India moet zich voor z’n kop slaan.” India dwarsboomde een akkoord onder het mom: India zal altijd de verliezende partij blijven van welke WTO-regeling ook. In eigen land wekt men ten onrechte de indruk dat liberalisering van de wereldhandel onbelangrijk is en dat India zichzelf moet beschermen tegen de buitenwacht. “Alsof een arm land als India het zich kan veroorloven de WTO dood te verklaren”, zegt Kumar spottend.India zou blij moeten zijn met elk beetje extra handel, vindt hij.

Het Indiase electoraat koos in mei voor de Congrespartij. Premier Manmohan Singh, die in 1991 als minister van financiën met drastische hervormingen de aanzet gaf tot India’s sterke opkomst, mag nu met een nieuwe coalitie verder regeren, ongehinderd door tegenstand van links. De bevolking hoopt op stabiele welvaartsgroei. Vraag is of ook het protectionisme afneemt.



Handelstekort


Welke economische sector leent zich als eerste voor opheffing van hoge tariefmuren? Met andere woorden: wat kan India, kampioen protectionisme van weleer, doen om de wereldhandel te redden, zo wil FEM van Pillai weten. Die vraag komt voor hem nogal ongelegen, zo kort na de verkiezingsoverwinning. Hij briest dat van neerhalen van handelsbarrières geen sprake kan zijn zolang hij kampt met een handelstekort. De invoer, 202 miljard dollar in 2008, overstijgt de uitvoer met 34 miljard dollar. Bovendien keren buitenlandse investeerders India de rug toe. Hun inbreng is nagenoeg opgedroogd, tot een summiere 2 miljard dollar in maart.


De groei van het bruto binnenlands product (bbp) is dankzij de IT-sector met 6 à 7 procent nog altijd indrukwekkend, maar het percentage verhult hoe moeilijk India het heeft: veel moeilijker dan buurland China, waar Indiase ondernemers graag een voorbeeld aan nemen.Economische denktanks, zoals het onafhankelijke Icrier, waarschuwen voor een oplopende schuldenlast. Hoe snel kan de regering een tekort van 5 procent van het bbp terugdringen? Het groeipercentage zal afnemen tot het lage niveau van de jaren zeventig als de nieuwe coalitieregering geen drastische maatregelen neemt, meent Kumar. Hervormingen in alle sectoren zijn nodig. Zo niet, dan komt de groei dit jaar niet uit boven 4 à 5 procent in plaats van de 9 procent waaraan men gewend was geraakt de laatste jaren.
Volgens een optimistische Pillai haalt India ondanks de recessie 6,5 procent groei in 2009. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) meent dat hij zich rijk rekent. Het IMF komt met een veel somberder vooruitzicht voor 2009: hooguit 4,5 procent. Dat is nog altijd formidabel in vergelijking met de overige Aziatische economieën, China uitgezonderd, of met westerse handelsnaties in recessie. Maar het belang van dit groeicijfer is relatief. India zit middenin een gigantische inhaalslag. Decennia van nulgroei sinds de onafhankelijkheid in 1947 hebben het land structureel op achterstand gezet.
De welvaart wordt als gevolg van het hardnekkige kastensysteem bovendien minder breed gedeeld dan in, bijvoorbeeld, China. Vooral de toplaag profiteert. Driekwart van de totale bevolking van 1,2 miljard moet nog altijd zien rond te komen van ongeveer 1,5 euro per dag. Ondervoeding van jonge kinderen is in India even schrikbarend als in sub-Sahara-Afrika. In uithoeken van deelstaten als Rajasthan, Bihar en Maharashtra wordt volop honger geleden. Het land heeft nog een lange weg te gaan. Kumar is niet de enige die dat vindt.

[ willem offenberg – New Delhi ]

Nederland-India


Tussen 2005 en 2008 groeide de handel met India aanzienlijk. De invoer sprong van 1,4 miljard euro naar 2,3 miljard en de uitvoer nam toe van 888 miljoen tot 1,6 miljard. Nederland was in de periode 2000-2008 deop vier na grootste investeerderin India, met in 2008 445 miljoen euro aan investeringen. Eilandstaat Mauritius, de VS, Singapore en het Verenigd Koninkrijk gingen ons land voor.

Hollandse Boemerang in india


In crisistijd een business uitbouwen in India, hoe doe je dat?Noreen van Holsteinintroduceerde in 2005 de Boomerangkaart in India, de gratis reclame die vooral onder jongeren met geld wordt verspreid in bars, restaurants en bioscopen. Ze merkt dat het economisch minder gaat aan de enorme betalingsachterstanden van veel van haar klanten. Vroeger betaalden die hun rekeningen binnen zes weken, nu duurt het vier maanden voor Van Holstein haar roepies krijgt. Crisis of niet, na een lange aanloopperiode durft de onderneemster eindelijk van een succes te spreken. “Je loopt hier tegen heel hoge bergen op. Ik heb zelf 20.000 euro in dit initiatief gestoken. Pas de afgelopen achttien maanden kan ik mezelf een salaris betalen.” Van Holstein heeft achttien medewerkers. In haar kantoortje staat op de knalrood geverfde muur in witte koeieletters de bedrijfsnaamCards4U. Ze begon met 40 kaartenrekjes, nu zijn het er 500 in zestien steden. In het veld werken tien bezorgers per locatie. Tot voor kort huurde ze opslagruimte in vier steden: Calcutta, Bangalore, New Delhi en Mumbai. Ze haalt een omzet van 11 miljoen roepies, omgerekend 150.000 euro. Over vijf jaar moet dat ten minste 30 tot 50 miljoen roepies zijn. Het proces is arbeidsintensief en de opbrengst, 3 roepies per kaart, matig. En de concurrentie? “Die is er niet, voor zover ik weet.”

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief