‘Wij zijn geen fietsfreaks ,hoor!’

Bart Vos
 directeur Holland Bikes

In 2005 opende Bart Vos zijn eerste ‘Hollandse’ fietsenwinkel in Parijs. Nu heeft hij er tien in Frankrijk. Volgend jaar moeten Barcelona en New York volgen. “Mijn baas zei: je bent gek.”

wat verder ter tafel komt

Het is tegen half acht ’s avonds wanneer fietsondernemer Bart Vos (39) aan komt lopen bij restaurant La Scuderia in Parijs. Zijn auto staat een paar straten verderop. De auto ja, geen fiets. “Ik woon nu 40 kilometer buiten de stad,” zegt hij lachend, “dus ik kom met de auto. Vroeger fietste ik hier veel, toen ik hier woonde. Als ik een vergadering had of uit ging, deed ik er twintig minuten over van hier naar Place de la Bastille. Een vriend deed er een uur over met de auto. En dan moest hij nog een parkeerplaats zoeken.”


Vos heeft iets met het Italiaanse restaurant. “Hier is het allemaal begonnen”, zegt hij na de hand van de eigenaar te hebben geschud. “Ik woonde in de straat hierachter toen we besloten het bedrijf Holland Bikes op te zetten. Dat was in 2002, in een garagebox. We kenden die verhalen van grote bedrijven, Apple, Hewlett-Packard: allemaal begonnen in een garagebox. Wij, mijn zakenpartner Rob Lemmerlijn en ik, moesten en zouden dus ook beginnen in een garagebox! Voor het restaurant kwam elke week een grote vrachtwagen uit Nederland aan met zo’n 200 fietsen. De eigenaar van La Scuderia ging dan op straat staan en hield voor ons al het verkeer tegen zodat we er met al die fietsen door konden.”

Vos en Lemmerlijn hebben de afgelopen jaren in Parijs een bedrijf van de grond getild waar geen Franse fietsliefhebber meer omheen kan. Ze importeren typisch Nederlandse fietsen, zoals Batavus en Gazelle, en verkopen die in Frankrijk. In 2002 begonnen ze met de import en distributie onder Franse handelaren. In 2005 werd de eerste eigen winkel in Parijs geopend. Nu hebben ze in het hele land 10 eigen zaken en nog eens 300 verkooppunten bij andere verkopers. Vorig jaar verkocht Holland Bikes 4.000 fietsen, goed voor een totale omzet van zo’n 1,6 miljoen euro.

“Ik verdiende in 2002 bij General Motors een topsalaris van 200.000 euro per jaar”, zegt Vos. “Toen ik tegen mijn baas zei wat we gingen doen, zei hij: ‘Je bent gek.’ Het was de internettijd. Fietsen? Zo saai! En nu vindt hij het een geniale zet. Fietsen is een van de weinige zaken in de wereld waar je nog zonder problemen in kunt investeren. Misschien wel mede dankzij Al Gore.” 


Verliefd


Vos is een ware ondernemer, maar zeker ook een francofiel. “Sinds mijn achtste ben ik helemaal verliefd op Frankrijk. Mijn ouders namen me toen mee naar de Ardèche en dat maakte zo’n indruk op me. Toen ik tien was, gingen we naar Parijs en toen wist ik: hier moet ik later wonen. Na het vwo zei ik tegen mijn ouders: ik heb maar één droom, naar Parijs gaan.” 


Vos studeerde business administration aan de Amerikaanse universiteit in Parijs, keerde voor een studie bedrijfskunde even terug naar Rotterdam, maar schreef zich toen in voor de HEC, een business-school in Parijs. “Als je in Frankrijk HEC hebt gedaan en in zaken gaat, dan ben je god. In Parijs ben ik voor GM gaan werken en daar heb ik Rob Lemmerlijn ontmoet. We maakten allebei analyses van nieuwe technologieën: hoe gaat het verkeer in de steden zich ontwikkelen? Al snel kwamen we vanaf halverwege de jaren negentig tot de conclusie dat het anders moest: het stedelijk vervoer moest op de helling. Let wel: in die tijd hadden autofabrikanten al prototypes van bijvoorbeeld elektrische auto’s. Maar ze hebben het niet doorgezet. Snel geld verdienen was belangrijker. Als je met SUV’s geld kunt verdienen, doe je dat. Maar strategisch gezien wisten die fabrikanten al lang dat het tij zou keren.”

Een kleine negen jaar geleden hakten Vos en Lemmerlijn de knoop door. De milieudiscussie begon te woeden, het klimaat werd een maatschappelijk onderwerp en Parijs begon met de aanleg van fietspaden. Toen wisten de twee Nederlanders dat dit het geschikte moment was. Ze maakten een reis door Frankrijk en bezochten 200 fietsenmakers. Wat bleek? In Frankrijk was er nog niet of nauwelijks aanbod van stadsfietsen. “Wij richten ons op de kwaliteitsfietsen”, zegt Vos met nadruk. “Décathlon (een enorme keten van sportzaken, red.) zit in een segment waar wij niet willen zitten: goedkopere beginnersmodellen. En de racefietsen interesseren ons niet. Daar zijn ze in Frankrijk veel beter in. Wij leveren stadsfietsen van kwaliteit, waar we in Nederland goed in zijn.” 


Parijs heeft een uiterst succesvol ‘witte-fietsen’-systeem, waarbij mensen een half uur gratis mogen rondfietsen op een stadsfiets. Dat is toch valse concurrentie voor een verkoper als u?


“Nee, dat systeem democratiseert het fietsen juist. De meeste Parijzenaars kunnen helemaal niet fietsen. Ze durven het niet. En als beginneling ga je niet 800 euro neertellen voor een fiets. Dan ga je het eerst proberen. Dus dat stadsfietsensysteem is een perfecte manier voor mensen om het fietsen te leren kennen. Pas daarna gaan ze kijken naar een beter model.” 


En dergelijke ervaren fietsers kopen dan gelijk een ‘Hollands kwaliteitsproduct’? 


“Ja. En het feit dat je met een Nederlands product in het buitenland bezig bent, dat is voor mij ook een droom. Het maakt je toch trots. Maar we zijn geen fietsfreaks, hoor! Dan was het ook niet gelukt. We hebben op zich niets met het product, maar die relatie met Nederland maakt het wel heel leuk. Het is toch een deel van de Nederlandse cultuur.”


Wat zijn uw toekomstplannen?


“We willen in Frankrijk naar 10.000 of 20.000 verkochte fietsen per jaar. De totale omzet moet naar 20 miljoen euro. Dat klinkt als een grote stap, maar we groeien elk jaar met 40 tot 50 procent. De winstgevendheid is nu zo’n 10 procent. Die gebruiken we voor extra uitgaven, bijvoorbeeld marketing. We steken het geld weer in het bedrijf om het te laten groeien. We willen ook naar het buitenland toe. We zijn op zoek naar investeerders om dat proces te versnellen.”


Aan welke landen denkt u?


“Er zijn mogelijkheden om naar Barcelona te gaan, naar Milaan, naar New York. De komende maanden willen we de plannen en financiering rondkrijgen om echt buiten Frankrijk uit te breiden. Dat wilden we ook al vanaf het begin, maar je hebt tijd nodig om het bedrijf goed neer te zetten, te leren van je fouten. We krijgen veel aanvragen uit Europa, van klanten uit Griekenland zelfs. We verkopen ook via internet, dus die mensen bestellen dan online. Dan zeg ik: dat is van de zotte. Daar moeten we onze eigen winkel hebben staan.” 


Welk land krijgt, na Frankrijk, als eerste een vestiging van Holland Bikes?


“Het concreetst nu is Barcelona. We hebben een kandidaat gevonden om daar de winkel te runnen: een Nederlander getrouwd met een Catalaanse. Dat is het belangrijkste: een goede kandidaat vinden. De financiering krijgen we altijd wel rond. Ik denk dat de winkel in Barcelona begin volgend jaar kan worden geopend. Ik wil in 2010 ook heel graag van start gaan in New York. Het bedrijf er voor hebben we al opgericht: Holland Bikes US. New York is echt fantastisch om te fietsen. Diep in mijn hart zijn Parijs, Barcelona en New York altijd al de drie steden geweest waar ik zou willen zitten.” 


Voelt u zich een Nederlandse fietsenambassadeur?


“Nou, we lijken wel de exportorganisatie geworden van Nederlandse kwaliteit. Nederlandse merken als Batavus en Gazelle kennen de Nederlandse markt goed, maar niet de export. De grootste fietsenmakers van Europa zijn hier nooit doorgedrongen. En dat terwijl Frankrijk de vierde fietsmarkt ter wereld is, na Nederland, de VS en Japan. Het taalprobleem is groot, maar het gaat ook om het aanvoelen van de cultuur.” 


En u was al op uw achtste verliefd op Frankrijk, en inmiddels getrouwd met een Française.


Lachend: “Een Nederlander is heel direct, heel bot. Ik kan iemand hier bij onderhandelingen op z’n plaats zetten met harde woorden en dan zeggen: tja, sorry, ik ben Nederlander. Fransen zijn erg gericht op relaties. Je moet hier met een relatie uitgebreid gaan eten, dat hoort erbij. Een Nederlands broodje kaas kan echt niet. Het is een cliché, maar wel heel belangrijk. Bedrijven zeggen tegen me: Bart, ik heb geen relatie met Holland Bikes, ik heb een relatie met jou. Dát is typisch Frans.” 



[ frank renout - Parijs ]

Waar?


La Scuderia, Parijs


Wat?


Hoofdgerecht spaghetti all’amatriciana, met een glas bier Nagerecht tarte maison, koffie zonder cafeïne


kassa


wat verder ter tafel komt

‘Batavus engazelle zijn hier nooit doorgedrongen’
  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief