Nederlandse bedrijven worden in hoog tempo aan buitenlanders verkocht. Is dat erg?
Is Nederland bezig langzaam op te lossen? Een niet onbelangrijk deel van onze soevereiniteit is overgedragen aan anonieme bureaucraten in Brussel, op onze universiteiten moet Nederlands plaats maken voor Engels – of een verzameling taalfouten die daarvoor door moet gaan – en steeds meer Nederlandse ondernemingen zijn door fusies en overnames in buitenlandse handen gekomen. Dat laatste betekent dat uiterst relevante beslissingen voor de Nederlandse economie steeds vaker niet in steden als Amsterdam of Rotterdam worden genomen, maar in New York, Parijs of Mumbai.
Die ontwikkeling leidt tot groeiend onbehagen in de polder. ‘De hele politieke elite van ons land is medeplichtig aan een economische politiek van landverraad in vredestijd’, zei hoogleraar politicologie en mokkend PvdA-lid Jos de Beus daarover in het discussieprogramma Buitenhof op 17 mei. De Beus kwam tot die beschuldiging na lezing van het boek De uitverkoop van Nederland van NRC -journalist Menno Tamminga, met als veelzeggende ondertitel Hoe een ondernemend land geveild werd .
Nederlandse politici keken volgens Tamminga de laatste tien jaar met de armen over elkaar toe hoe het ene na het andere bedrijf in buitenlandse handen kwam. Door de macht van aandeelhouders te vergroten en beschermingsconstructies af te breken werden Nederlandse bedrijven een makkelijke prooi. Den Haag omarmde uit volle overtuiging de Angelsaksische economische Welt-anschauung , en ging daarin zelfs nog een paar stapjes verder dan de Angelsaksen zelf.
De hamvraag is natuurlijk: hoe rampzalig is die uitverkoop? ‘De uitverkoop schept geen bijbelse sprinkhanenplagen of een watersnoodramp’, moet Tamminga toegeven. Ga maar na: Nederland is de afgelopen tien jaar niet armer geworden, de gezondheidszorg staat op een hoog niveau en de straten zijn niet gevuld met bedelende kinderen. Tamminga: ‘Maar u zult het voelen.’ Carrièrekansen voor eigen talent zullen afnemen als hoofdkantoren in het buitenland staan. En waar zou een Franse ceo eerder banen schrappen: in Rouen of in Rotterdam?
Tamminga heeft de wind in de zeilen. Sinds de kredietcrisis is uitgebroken klinkt de roep om overheidsbemoeienis luider dan ooit. De auteur is voor een strengere toetsing van buitenlandse overnames. Dat klinkt aantrekkelijk. Maar hij suggereert daarmee dat politici ‘de uitverkoop’ kunnen stoppen. Dat is een illusie. Een overheid kan die ontwikkeling niet tegenhouden, hooguit een beetje afremmen. Buitenlandse overnames zijn in de eerste plaats een gevolg van de voortschrijdende internationalisering, die niet alleen de economie maar de hele ontwikkelde wereld in haar greep heeft. Inderdaad, zo bezien is Nederland bezig langzaam op te lossen.
[ jean.dohmen @Reedbusiness.nl ]
auteur menno tamminga
uitgeverij prometheus
isbn 9789044612585
prijs €19,95
Het boek leest als een lange aanklacht tegen ‘de uitverkoop’ van het Nederlandse bedrijfsleven. Tamminga levert daarmee een belangrijke bijdrage aan een actuele discussie. Jammer dat hij geen echte oplossingen aandraagt.
uitgeverij Business Contact
isbn 9789047002093
prijs €8, 95
Nu kritiek op het Angelsaksische model aanzwelt, wint het Rijnlandse model aan belangstelling. Peters en Weggeman verklaren dit model.
uitgeverij lannoo
isbn 9789020983241
prijs €19,95
Reconstructie van twee Belgische financieel journalisten over de ondergang van het Belgische bankicoon Fortis, dat zich zo deerlijk verslikte in de overname van ABN Amro.
Auteur(s): Jean Dohmen
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 22 , datum 30-5-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business