Dekkingsgraden van de Nederlandse pensioenfondsenherstellen weer van rake klappen die ze hebben opgelopen. De huidige crisis heeft echter duidelijk gemaakt dat niets zeker is. Ook niet ons pensioen, ondanks een spaarpot van bijna 700 miljard euro, waar bijna alle andere landen stikjaloers op zijn.
pensioenen | omslagartikel
Ergernis.Dat is wat de duizenden Nederlanders, die jaarlijks met hun bak over de Route du Soleil richting Zuid-Frankrijk vertrekken, met elkaar verbindt. De péage , de tol om over de Franse autosnelwegen te mogen rijden, snoept ruim 100 euro weg van het vakantiebudget. Er is echter op z’n minst één reden te lachen als u de volgende keer uw creditcard afgeeft voor betaling: behalve de Franse staatskas draagt u ook bij aan de betaalbaarheid van het Nederlandse pensioenstelsel.
Olaf Sleijpen, directeur Concern Strategie en Beleid van de uitvoeringsorganisatie APG, die belegt voor pensioenfonds ABP, zegt dat APG een belang van enkele tientallen miljoenen euro’s heeft in de Franse snelwegen. Ook wie tijdens zijn verblijf in een Londense hotel de kraan opendraait, is goed bezig. APG investeert namelijk ook in het geprivatiseerde Londense waterbedrijf Thames Water.
Net als veel andere pensioenfondsen is het ABP zwaar getroffen door de kredietcrisis. Door het instorten van de aandelenmarkten en de daling van de rente, heeft het fonds een dekkingsgraad van 91 procent, ruim onder de minimale norm van 105 procent. Een van de manieren om minder kwetsbaar te zijn voor de ontwikkelingen op de aandelenmarkten, is het opschroeven van de investeringen in infrastructuur en minder in aandelen te beleggen. Met deze strategie wil de pensioenuitvoerder in de toekomst voldoende rendement behalen om het pensioenstelsel betaalbaar te houden. “Zoeken naar beleggingen in infrastructuur heeft alles te maken met de inflatie. Wij investeren in infrastructurele projecten omdat het rendement daarop goed correleert met de inflatie. Ik zie hoge inflatie als een van de grote problemen in de toekomst.”
“De pensioenspaarpot kan beter benut worden, onder meer door in de Nederlandse infrastructuur te beleggen in de vorm van privaat-publieke samenwerking. In Nederland zijn de kansen daarvoor klein”, zegt Sleijpen. Dit komt doordat in Nederland nauwelijks infrastructurele projecten worden ontwikkeld waarbij concessies verkocht worden aan private partijen. “Daarom hebben we zulke beleggingen vooral in het buitenland”, verklaart hij. “Vanwege de economische crisis hoor je vaak dat ons pensioenstelsel niet deugt. De neiging om dat te zeggen is, gezien de snelle daling van de dekkingsgraden, begrijpelijk, maar onjuist. De klap voor de Nederlandse pensioenfondsen is minder groot vergeleken met andere landen, want wij hebben honderden miljarden gespaard.”
Onze spaarpot is echter geen reden voor de Nederlanders om zich geen enkele zorgen te maken. De kredietcrisis heeft de dekkingsgraden in het rood gedrongen, een dreigende inflatie holt de waarde van de uitkeringen uit, om over de effecten van de aankomende vergrijzingsgolf nog maar te zwijgen.
Centrale banken en overheden hebben direct via deelnemingen en het opkopen van slechte leningen, en indirect via garantiesàduizenden miljarden euro’s en dollars, de wereldeconomie met geld overspoeld. Voorlopig blijven banken op dat geld zitten vanwege de hoge risico’s en de balansbeperking. Ook de consumenten die er een graantje van meepikken houden het uit onzekerheid over de toekomst onder hun matras. Maar als het economische herstel optreedt, zal dat geld de economie in vloeien en de prijzen opstuwen, waarschuwt een imposant aantal prominente economen onder wie Nobelprijswinnaars Martin Feldstein en Robert Mundell. De verwachting is dat de inflatie in de VS kan oplopen tot 6à7 procent. Voor de eurozone is 4 tot 5 procent niet ondenkbaar.
Europa moet ook vanuit een andere hoek vrezen voor extra inflatie op de middellange termijn. Sinds 1999 is Nederland lid van de eurozone. Aan de vooravond van de komst van de gezamenlijke Europese munt zijn een paar afspraken vastgelegd om ervoor te zorgen dat de euro een stabiele en sterke munt zou worden. Het waren vooral Nederland en Duitsland, die sinds jaar en dag sterke munten hadden, die erop stonden.
Volgens het Stabiliteits- en Groeipact mogen overheden van de landen in de eurozone in principe geen tekorten van meer dan 3 procent van hun bruto binnenlands product (bbp) hebben. De staatsschuld mag maximaal 60 procent van het bbp bedragen. Gebrek aan fiscale discipline heeft in het verleden tot hoge inflatie geleid.
Volgens veel monetaire economen is het pact echter dood. Eén blik op de cijfers bevestigt dit. Griekenland heeft zich in bijna geen enkel jaar aan de regels gehouden. Ook Italië ging in meer dan de helft van de gevallen zwaar in de fout, net als Portugal, Frankrijk en Duitsland. Herstel van de tekorten kwam er slechts zelden, zoals bij Nederland in 2003, Oostenrijk in 2004 en Duitsland in 2005. Andere landen trokken zich niets aan van de waarschuwingen, boetes bleven uit.
Het is te verwachten dat het met de fiscale discipline de komende jaren alleen maar slechter zal gaan, zeker nu de overheden die nu al tot over hun oren in de schulden zitten, tientallen miljarden euro’s extra hebben geleend. Die schulden moeten ooit worden terugbetaald. Een beproefde manier om dat te doen is via hogere inflatie. Die vreet de reële waarde van de schulden weg.
Wat betekent dit voor ons pensioen? Als de inflatie oploopt, worden de Nederlandse pensioenreserves snel minder waard. Bij één procent hogere inflatie vermindert de koopkracht van de Nederlandse pensioenspaarpot al snel met 10 miljard euro per jaar. Sleijpen: “Landen met hoge besparingen, zoals Nederland, zijn daarom als de dood voor inflatie. Maar in Europa zijn die landen in de minderheid.” Hij verwacht grote spanningen in de eurozone en extra druk van politici op het Stabiliteitspact en de Europese Centrale Bank (ECB). Voor de ECB zit er niets anders op dan de hogere inflatie toe te staan.
Hoewel Sleijpen zich zorgen maakt, voegt hij er meteen aan toe dat “het in het buitenland nog veel erger is. Nederland heeft veel geld gespaard.” Theo Kocken, oprichter van risk-managementorganisatie Cardano, is het daar niet helemaal mee eens. “Het is hetzelfde als dat je verhongert in de Sahara en zegt: die mensen daar die zijn al dood, dat is nog veel erger. Een enorme pot gespaard vermogen eist nu eenmaal een ander soort crisismanagement. De Nederlandse pensioenfondsen zullen voor een deel via de EU worden geraakt omdat de staatsschulden in een aantal andere landen, zoals Italië, enorm gaan oplopen.” De schulden gaan alleen al fors omhoog door de maatregelen om de recessie te bestrijden en het feit dat de economische groei na de crisis voor lange tijd stukken lager zal zijn dan vóór de crisis.
En dan hebben we het nog niet eens gehad over het effect van de aanstormende vergrijzing. Daardoor zullen bijna alle andere landen van de eurozone zulke geldbedragen moeten lenen om pensioenen uit te betalen, dat de reddingspakketten uit dit jaar daar kruimels bij zullen zijn.
Kredietbeoordelaar Standard & Poor’s waarschuwde in 2005 al voor de grote vergrijzingsgolf die boven Europa hangt. Volgens het rapport zullen in 2050 veel Europese landen meer mensen tellen die ouder zijn dan 50 dan jonger. Deze ontwikkeling zal enorme implicaties hebben voor de begroting van de landen. Daardoor kan de schuld in sommige landen oplopen tot enkele honderden procenten van het bbp (zie grafiek op pagina 27). De begrotingsrisico’s voor deze landen worden dan zo hoog dat het kredietoordeel van bijvoorbeeld Frankrijk terug kan zakken van de stabiele AAA tot een niveau onder BBB-. Dit leidt direct tot een hogere rente en een hogere inflatie binnen de eurozone. De hoge staatsschulden in de EU-lidstaten hebben onmiddellijk gevolgen voor onze pensioenen.
Iedere Nederlander gaat ervan uit dat hij vanaf zijn 65ste keurig het bedrag krijgt uitgekeerd dat hij met enige regelmaat op zijn pensioenoverzicht leest. Het is de vraag of dat realistisch is. Niet alleen de kredietcrisis en de oplopende inflatie maken een vaste uitkering in de toekomst twijfelachtig. Ook het feit dat we met z’n allen steeds ouder worden, zal tot problemen leiden. 700 Miljard euro is weliswaar ontzettend veel geld, maar het zal over pakweg 20 tot 30 jaar niet voldoende blijken te zijn om alle Nederlandse bejaarde monden te voeden.
Het probleem van de vergrijzing komt niet alleen doordat de babyboomers vanaf 2010 massaal met pensioen zullen gaan. Nederlanders worden gemiddeld óók steeds ouder. Dus de periode waarin mensen van hun pensioentje moeten leven, wordt ook langer. De toekomstige verplichtingen van de pensioenfondsen zullen de komende jaren alleen maar toenemen, terwijl de inkomsten daarbij achter zullen blijven.
Deze trend leidt tot de angstaanjagende conclusie dat er straks voor degenen die nu nog actief zijn op de arbeidsmarkt en hun kinderen weinig over is. Terwijl ze langer dan 30 jaar hun pensioenpremie hebben betaald. Kocken, die is gepromoveerd op de risico’s van vergrijzing bij pensioenfondsen, acht de kans tientallen procenten dat er straks veel te weinig in kas zit voor hen. Volgens hem is het binnen het huidige stelsel nauwelijks mogelijk dat probleem op te lossen. “Als er niets gebeurt, zullen de pensioenpremies enorm moeten stijgen om het systeem in leven te houden”, zegt hij. Voor de meeste werknemers én werkgevers is dat niet op te brengen.
Een andere mogelijkheid is om met z’n allen hard te hopen op hoge rendementen op beleggingen. De verwachtingen kunnen positief zijn, maar een rendement van 20 procent op aandelen gedurende vijf jaar is ook niet realistisch. De kans dat de pensioenfondsen hun dekkingsgraden niet op niveau krijgen is behoorlijk groot.
Het lijkt prachtig dat de dekkingsgraad van het ABP in de eerste vier maanden van dit jaar weer is gestegen vanwege het betere beursklimaat, maar het biedt geen enkele oplossing voor de langere termijn.
Het probleem van de vergrijzing speelt nog meer in grote EU-landen als Spanje en Italië, terwijl daar nog veel minder is gespaard voor de oude dag. “De enige oplossing is dat de overheid straks zal moeten bijspringen, anders zullen ze verhongeren.” Deze trend heeft dramatische gevolgen voor de begroting van de ons omringende eurolanden.
Econoom Yvonne Adema signaleert in haar proefschrift The international spillover effects of ageing and pensions de invloed van het pensioenbeleid in andere landen van de eurozone op de Nederlandse pensioenen. Door de komst van de euro hebben de acties op dat gebied van de regeringen in Duitsland, Frankrijk en Italië grote gevolgen voor Nederland. Als die landen te veel geld moeten lenen, stuwt dat de kapitaalmarktrente in de hele eurozone op. Het verstandigst wat die landen kunnen doen, is pensioenstelsels hervormen en meer sparen. Maar dat is politiek gezien lastig. Het is veel verleidelijker geld te lenen en de inflatie te laten oplopen.
Hoelang duurt het nog voordat de Nederlandse pensioenpot leeg is? “Dat hangt af van de leeftijdsamenstelling van het pensioenfonds”, zegt Kocken. “Bij sommige fondsen duurt het nog 20 jaar, bij andere 30 jaar of langer.” Het ABP heeft gemiddeld oudere leden dan bijvoorbeeld pensioenfonds Zorg & Welzijn.
De problemen waartegen de pensioenfondsen gaan aanlopen zijn zo groot dat een verhoging van de premies bij lange na niet voldoende is. Kortom, een grondige aanpassing van het pensioenstelsel is keiharde noodzaak. Verschillende pensioen-deskundigen hebben hier hun visie al op gegeven. Maar structurele oplossing stuiten in Den Haag en bij de vakbonden nog steeds op verzet. Het gaat om problemen die pas over 20 of 30 jaar ontstaan. Geen enkele politicus heeft er baat bij zich daar nu druk over te maken.
Volgens Lans Bovenberg, hoogleraar Economie aan de Universiteit van Tilburg, is er maar één oplossing voor het pensioenprobleem: de pensioenleeftijd zal omhoog moeten. Zo wordt de verhouding tussen het aantal mensen dat werkt en het aantal gepensioneerden weer iets gezonder. “Nederlanders worden steeds ouder en blijven langer gezond”, aldus Bovenberg. “Ze zijn dus prima in staat langer te werken. Toen Willem Drees na de Tweede Wereldoorlog de basis legde voor het huidige pensioenstelsel, was een pensioenleeftijd van 65 nog realistisch. Dat is nu niet meer zo.” Volgens Bovenberg is het veel logischer om de pensioenleeftijd te koppelen aan de gemiddelde levensverwachting. Zo blijft het aantal jaren tussen de pensioenleeftijd en de leeftijd waarop iemand gemiddeld zijn laatste adem uitblaast, gelijk.
Kocken is het eens met het verhogen van de pensioenleeftijd, maar denkt dat het niet voldoende is om het pensioenprobleem op te lossen. Er is in zijn ogen meer voor nodig om de financiële gezondheid van de pensioenfondsen te stabiliseren. Een oplossing zou zijn om voor verschillende leeftijdscategorieën verschillende beleggingsprofielen op te stellen. Zijn idee daarbij is dat jongeren veel meer beleggingsrisico’s zouden moeten nemen om een redelijke kans te maken op een fatsoenlijke pensioenuitkering. Bij een langere beleggingshorizon is de kans op een hoger rendement dan een stuk hoger. Een garantie kan uiteraard niemand geven. Het voordeel is dat jongeren door de langere beleggingstermijn van tientallen jaren, meer mogelijkheden hebben om tegenvallers bij te sturen.
Ouderen zijn daarentegen niet gebaat bij hoge risico’s. Eén kredietcrisis en ze zijn de helft van hun inleg kwijt. Mensen die dicht tegen de pensioenleeftijd aanzitten zullen daarom eerder willen beleggen in veilige producten zoals staatsobligaties. Hoewel in dat geval de inflatie hun inkomen stevig zal uithollen.
Kocken denkt wel dat er, weliswaar in een andere vorm, nog steeds een rol voor de pensioenfondsen is weggelegd. “Mensen zijn niet goed in staat om hun geld zelf te beleggen voor de toekomst. Bovendien kunnen pensioenfondsen dat veel efficiënter en goedkoper doen dan andere financiële instellingen.”
Het huidige stelsel staat aan de rand van zijn faillissement. Een oplossing is wel mogelijk, maar dan moet het huidige stelsel op de schop. Snel ingrijpen is noodzakelijk. Het zou dramatisch zijn als de pensioenfondsen straks ‘nee’ moeten verkopen.
[ corina.ruhe @reedbusiness.nl ]
[ edin.mujagic @reedbusiness.nl ]
Auteur(s): Edin Mujagic, Corina Ruhe
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 21 , datum 23-5-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business