De crisis komt hard aan bij vrachtwagenfabrikant DAF. President-directeur Aad Goudriaan wil noodgedwongen stevig ingrijpen, maar vindt tot zijn grote ergernis de vakbonden op zijn pad. “Ze missen het grote plaatje.”
Alle kleine beetjes hel pen, ook bij DAF. De spots die normaliter de drie felgele vrachtwagens in de hal van het hoofdkantoor verlichten zijn uitgeschakeld. “Zo besparen we elektriciteit”, zegt president-directeur Aad Goudriaan wanneer de foto’s, waarvoor de spots even aangaan, zijn gemaakt. Volgens hem is het een sprekend voorbeeld van hoe bij DAF “het kostenniveau in lijn wordt gebracht met het niveau van de bedrijfsactiviteiten”.
Met dat laatste is het op de dag van het interview slecht gesteld. Op het enorme DAF-terrein in Eindhoven is het angstwekkend stil. De parkeerterreinen zijn vrijwel leeg. Het is de eerste dag van een productiestop van een week. Alleen bij het onderdelendistributiecentrum rijden vrachtwagens af en aan. Het contrast met acht maanden geleden is “ongekend”, zegt Goudriaan. In september vorig jaar had DAF nog de grootste moeite om aan de vraag te voldoen. Per dag rolden er 245 trucks van de band. Het resultaat was een nettowinst van 502 miljoen euro bij een omzet van 4,8 miljard euro.
Maar vorig najaar stortte de vraag naar nieuwe trucks wereldwijd in. De productie is gezakt tot 75 vrachtwagens per dag, áls er al wordt geproduceerd. Goudriaan zucht diep wanneer de lege hallen in zijn fabriek ter sprake komen. “Of dat pijn doet? Ach, als wij als enige in de wereld zouden stilstaan, zou het meer pijn doen dan nu. We hebben het niet over onszelf afgeroepen.” Om er vervolgens een zinsnede aan toe te voegen die hij als een mantra tijdens het gesprek nog een aantal malen zal herhalen: “We zijn een buitengewoon gezonde onderneming.”
Had u verwacht dat het zo erg zou worden?
“Nee, we wisten dat er iets serieus zat aan te komen. Onze aandeelhouder (Paccar, red.) is immers Amerikaans en in Europa lopen we zo’n jaar achter op de Verenigde Staten. Vanaf het begin zijn we uitgegaan van een worstcasescenario, maar deze impact heeft niemand kunnen voorspellen. Omdat we snel hebben gehandeld, staan we er redelijk goed voor.”
Noodgedwongen heeft u razendsnel de bakens moetenverzetten. Bent u de laatste jaren niet veel te hard gegroeid?
“Wij zitten in een typisch cyclische industrie, met een harde koppeling met het bruto nationaal product. Daarom zijn we ingericht om economische cycli te kunnen doorstaan. Maar op een omzetderving van 70 procent zijn we niet ingericht. Dat hebben we nog nooit meegemaakt.”
Goudriaan heeft hard moeten ingrijpen. De 2.000 tijdelijke werknemers zijn naar huis gestuurd en ook voor 170 man met een vast contract is geen plaats meer. DAF maakt bovendien gebruik van werktijdverkorting. De bouw van een nieuwe cabinelakstraat in het Vlaamse Westerlo, een investering van 105 miljoen euro, is stilgezet. “De heipalen staan nu zó hoog (Goudriaan houdt zijn hand een meter boven de grond), en daarmee is het project voorlopig gestopt.” Blijft het bij deze personeelsafbouw? “Dat hangt ervan af of we deeltijd-WW kunnen bewerkstelligen vanaf eind juni. Dan loopt de regeling voor werktijdverkorting af. Op dagen dat medewerkers niet voor ons werken krijgen ze een werkloosheidsuitkering. Op die manier willen wij kennis en kunde behouden. Als het niet lukt er met de bonden uit te komen, zullen er honderden mensen weg moeten. We kunnen die loonkosten niet blijven dragen als er geen inkomsten tegenover staan.”
Waarom bent u er nog niet uit met de bonden? De tijd begint te dringen.
“De vakbonden zijn bezig met heel specifieke zaken en missen het grote plaatje. Er moet harder en dieper worden ingegrepen dan de bonden veronderstellen. Zo willen ze een aanvulling van de deeltijd-WW tot 100 procent en een heleboel andere eisen die helemaal niets met de aanvraag voor deeltijd-WW te maken hebben.”
Volgens de bonden valt er met u nauwelijks te onderhandelen. Ze verwijten u een enorme dosis arrogantie.
“Iedereen moet begrijpen dat er offers moeten worden gebracht. Als je meer dan 2.000 man op straat moet zetten, dan is het bijvoorbeeld niet gek een extra loonsverhoging niet door te laten gaan. Dat past dan gewoon niet. Daarom is het belangrijk dat we weerstand bieden aan de bonden. Er wordt gesuggereerd dat ik mijn zin wil doordrijven, maar ik wil zoveel mogelijk werkgelegenheid waarborgen.”
Verwacht u er dan wel uit te komen met de bonden?
“Natuurlijk! We komen er altijd uit, ook deze keer. Het verschil zit niet in de persoonlijke sfeer. Wij moeten alleen telkens met de vakorganisaties onderhandelen, terwijl die maar 15 procent van het totale personeel vertegenwoordigen. Dat is een beetje vreemd.”
Tja, zo werkt het Nederlandse poldermodel nu eenmaal.
Fel: “Het poldermodel is failliet onder deze omstandigheden. Dat model is prima als je alle tijd hebt om te discussiëren. Al die rituelen van de consensuscultuur zijn prima, maar niet in een crisistijd als deze. Het levert enorme vertraging op en dat is niet wenselijk. Ik ben er misschien wat uitgesprokener over dan anderen, maar ik denk dat veel bedrijven hier last van hebben.”
Maar u kunt mensen toch niet zomaar op straat gooien?
Vooroverbuigend: “Denkt u werkelijk dat dat mijn ambitie is? Ik wil op zo’n manier afscheid nemen van mensen dat ze later weer bij ons willen komen werken. Er komen betere tijden. En dan is het moeilijk genoeg om aan vakmensen te komen. Iemand die een motor kan ontwikkelen pluk je niet zomaar van straat.”
Wat wilt u dan, als alternatief voor dat poldermodel?
“Polderen is niet zo erg, maar maak afspraken op bedrijfstakniveau en verklaar die algemeen bindend voor een bedrijfstak. Zó gaan we het dan doen met elkaar. Nu moet zo’n centraal akkoord bij elk bedrijf nog eens worden uitonderhandeld. Ondernemingen worden in de handen geworpen van districtbestuurders van de vakbond met hun hobby horses die er alles uit proberen te halen wat erin zit. En zo’n centraal akkoord geeft veel ruimte voor interpretatie. Wilt u het eisenlijstje van de districtbestuurders zien? Je moet drie keer lezen voordat je gelooft wat er staat. Hun eisen staan in geen enkele relatie tot het centraal akkoord dat is bereikt.”
De Franse overheid steunt de vrachtwagendivisie van Renault met 250 miljoen euro. U moet enorm jaloers zijn.
“Ik heb er wel melding van gemaakt bij premier Balkenende. Het maakt concurreren in elk geval niet gemakkelijker. Zulke staatssteun zou voorkomen moeten worden door mevrouw Kroes (Eurocommissaris van concurrentie, red.). Ik heb er alle vertrouwen in dat zij er iets aan zal doen.”
Doet de Nederlandse overheid genoeg om bedrijven als DAF door de crisis te helpen?
“Ik vind dat bedrijven eerst zichzelf moeten helpen, maar de overheid biedt ons niet dezelfde middelen als in de landen om ons heen. In Groot-Brittannië werd een industriefonds opgericht omdat er geen geld meer was op de kapitaalmarkt. In Nederland was er alleen geld voor banken, maar dat geld werd niet doorgeleend. Daar hebben wij last van gehad. Zo’n industriefonds is inmiddels niet meer nodig omdat er weer beweging in de geldmarkt zit. Nu is deeltijd-WW een heel mooi middel om deze periode door te komen.”
Wat betekent dat voor de concurrentiepositie van uw bedrijf?
“Ik denk dat we er goed voor staan. In tegenstelling tot de meeste concurrenten heeft Paccar in het eerste kwartaal winst geboekt. De afgelopen zeven jaar hebben we als DAF onafgebroken ons marktaandeel vergroot. Er is geen enkele reden om te veronderstellen waarom we die groei niet zouden kunnen voortzetten.”
U grijpt hard in aan de kostenkant, maar wat doet u om meer vrachtwagens te verkopen?
“De mandaten van de verkopers zijn verhoogd. We zitten nog dichter op de klant dan we al zaten.”
Hoge kortingen geven dus?
“Natuurlijk is er sprake van prijserosie. Daaraan kan ook DAF zich niet onttrekken. Wij zorgen er wel voor dat we met onze premiumproducten en sterke organisatie boven in de prijsband blijven. Maar het draait niet alleen om prijs. Samen met de klant zoeken we naar mogelijkheden om zijn operationele kosten te verlagen, juist nu. Of we nog boven kostprijs verkopen? Dat nog wel.”
Ziet u al tekenen van herstel?
“Helemaal niet. Ik ben ervan overtuigd dat we de bodem nog niet hebben bereikt. De truckmarkt zal naar alle waarschijnlijkheid pas in de tweede helft van volgend jaar aantrekken. Eerst moeten alle vrachtwagens die nu stilstaan, zo’n 25 procent van het totaal, weer gaan rijden. En dan moeten de voorraden bij de dealers ook nog worden verkocht.”
Betekent dat rode cijfers over dit jaar?
“Daar kan ik niets over zeggen. Wij spreken geen winstverwachtingen uit. Volgend jaar maart deponeren we ons jaarverslag bij de Kamer van Koophandel. Dan weet u het.”
Bent u weleens bang voor een herhaling van het scenario van 1993, toen DAF failliet ging?
Met nadruk: “Zeker niet. In 1993 stortte de Engelse markt in en miste DAF de geografische spreiding dat op te vangen. Die spreiding is nu uitstekend, net als de kostenstructuur. DAF is zeker sterk genoeg om deze crisis te overleven.”
[ jacco.neleman@reedbusiness.nl]
Aad Goudriaan (50)
Opleiding
Zeevaartschool, business-opleidingen (Nyenrode en in de VS)
Loopbaan
1983-1989: Heerema 1989-1994: diverse productiefuncties bij DAF 1994-1997: director marketing en sales componentsdivisie DAF 1997-2001: vicepresidentPaccar UK en managingdirector Foden Trucks 2001-2002: managing director DAF UK 2002-2004: directoroperations DAF Trucks vanaf 2004: president Daf Trucks Gehuwd, twee zoons
Auteur(s): Jacco Neleman
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 21 , datum 23-5-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business