Q&A: Tonny van Haperen, uitbater van café Victoria in Breda

Een klein jaar na de invoering van het rookverbod in de horeca wint Tonny van Haperen, Bredaas kastelein, ook in hoger beroep van het Openbaar Ministerie. In zijn café mag voortaan worden gerookt.



Q Wat gaat u nu doen?


A “Ik doe niets meer. Het ministerie heeft aangegeven in cassatie te gaan. Nou, dat wacht ik rustig af. Nee, ik ben er erg blij mee. Wacht even, ik steek er nog eentje op, als u het niet erg vindt.”


Q Kan ik in de tussentijd weer bij u roken?


A “Meneer, bij mij hebben de asbakken altijd op tafel gestaan. Roken hebben we hier nooit verboden.”


Q Heeft de rechtszaak u veel geld gekost?


A “Dat kun je wel stellen. Zo’n procedure kost altijd geld, hè?”



Q Nou, ik neem aan dat de verliezer betaalt?


A “Dat moet nog maar blijken. Ik heb nog geen cent gezien.”


Q U heeft maar een klein café. Kon u de proceskosten wel zelf voorschieten?


A “Nou... ik betaal de rekening samen met de stichting Red de Kleine Horeca.”

Q Deelt u de kosten met die stichting? Of bedoelt u dat de stichting betaalt?


A “Nee. De stichting betaalt de rechtszaak.”

Q En heeft u met de stichting afspraken gemaakt om zelf een deel te betalen?


A “Tja. Als zij het betalen, dan ga ik niets betalen, hè? Dat is duidelijk.”

[ Wilbert.Geijtenbeek @reedbusiness.nl ]

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief