Econoom en publicist Arnold Heertje: ‘Wat nou, bouwen bouwen bouwen?’

Arnold heertje

Als je mensen compleet vrijlaat, krijg je chaos en crises. Maar crisis leidt tot verandering. Mede dankzij Barack Obama en de innovatiedrang in de VS komen we de crisis te boven. Als we maar investeren in duurzaamheid.

econoom en publicist Arnold Heertje | interview

Arnold Heertjeklinkt gehaast wanneer FEM hem benadert voor een interview. Druk is het, meldt hij vanuit de auto. Drie lezingen heeft hij die dag, en dan ook nog verspreid over het land. Morgen nog een lezing. Is dat niet wat veel voor een 75-jarige? “Ja, drie is wel een beetje veel”, zegt hij. 


De man die wereldberoemd werd in Nederland met zijn schoolboek De Kern van de Economie én naam maakte met diverse (vertaalde) boeken en wetenschappelijke artikelen, zegt niet gauw nee tegen een verzoek om een lezing of een interview. Hij laat zich graag horen en mengt zich, al dan niet via opiniestukken in kranten, vaak in maatschappelijke discussies. Of die gaan over de Betuwelijn, de Amsterdamse Noord-Zuidlijn of de kinderopvang – als Heertje vindt dat zaken slecht geregeld zijn, laat hij dat weten.

Lesgeven doet hij ook nog, zo af en toe. Niet meer op de universiteit, wel op het Vossius Gymnasium in Amsterdam en soms op verzoek ook elders in het land. En dan is er de nieuwe editie van De Kern van de Economie , die waarschijnlijk dit najaar verschijnt.

Ooit was Heertje op het gebied van economieschoolboeken bijna een monopolist. Tegenwoordig is-ie dat niet meer. Grote uitgeverijen zijn met alternatieven gekomen voor ‘De Kern’, dat door een kleine uitgeverij wordt uitgegeven. De eerste druk verscheen in 1962 en ontstond eigenlijk op verzoek van leerlingen. Zij vroegen Heertje vaak of hij voor hen de kern wilde weergeven van de hoofdstukken uit het destijds gangbare, lijvige lesboek van Van Zwijndrecht. “Ik heb het in drie weken in de avonduren geschreven”, herinnert Heertje zich. “Ik dacht dat het zo’n 120 pagina’s waren, veel dunner dan Van Zwijndrecht.”

Ook over de nieuwe ‘Kern’ is discussie. De commissie-Teulings, die bepaalt wat eindexamenkandidaten in de toekomst van economie moeten weten, benadert economie vooral vanuit de praktijk en het marktmechanisme. Heertje is het daar niet mee eens. Hij besteedt in de nieuwe ‘Kern‘ wel aandacht aan bijvoorbeeld de overheid en aan economische theorieën, waaronder die van Keynes. Hij wacht af wat het effect zal zijn van de bemoeienis van de Tweede Kamer, die zich in de kwestie heeft gemengd.


Als kinderen u naar de oorzaak van de crisis vragen, wat zegt u dan?


“In één zin? Dan zeg ik: wanneer je mensen, instellingen, dorpen, provincies, banken, noem maar op, volledig vrijlaat zonder enige vorm van coördinatie, dan ontstaan er calamiteiten.”

Dat klinkt nogal abstract.


“Dat is het ook. Zo ben ik. Niets is zo praktisch als een goede theorie.”

En als kinderen u vragen wat concreter te worden?


“Dan zeg ik: in Amerika vond de overheid het belangrijk dat arme mensen een huis konden kopen. Dus zei de overheid tegen de banken: ga maar hypotheken verstrekken aan arme mensen. Dat gingen de banken dus doen. De overheid ging ervan uit dat de banken zouden opletten. Maar dat deden ze niet. Ze bleven maar hypotheken verstrekken en gaven bonussen aan de mensen die de hypotheken afsloten. Dus deden die hun best nog meer hypotheken te verstrekken. De banken dachten alleen aan zichzelf. Niemand keek meer naar het gezamenlijke effect. Niemand keek meer naar de risico’s, niemand coördineerde. En toen de huizenprijzen daalden, ging het fout. Er moet coördinatie zijn.”

Meer coördinatie, meer regels, minder vrijheid.


“Vlak bij mijn huis staat een school. Daarlangs loopt een weg. Mensen reden er vaak te hard. Dus kwamen er een verkeersbord en een agent. Reed iemand te hard, dan kreeg-ie een bon. Terwijl de agent de bon uitschreef, reden andere automobilisten te hard. Dat gaf irritatie. Nu ligt er een drempel op de weg. Die beperkt de vrijheid. Maar die beperking geldt voor iedereen. Omdat dat zo is, accepteren mensen die beperking en realiseren ze zich dat het goed is om bij een school langzamer te rijden. De individuele vrijheid is beknot, maar per saldo is iedereen beter af. Coördinatie is de juiste drempels opwerpen.”

Werpt u eens een paar drempels op voor de financiële wereld.


“Daarvoor ontbreekt me de specifieke kennis. Ik kan wel aangeven welke richting het zal uitgaan. Je moet er niet op vertrouwen dat het vanzelf goedkomt of dat de financiële sector het zelf regelt. Vertrouwen is waardevol, maar je moet niet vertrouwen op vertrouwen als er dingen moeten worden geregeld. Je moet drempels opwerpen.”


“Het toezicht op de financiële wereld zal scherper worden. DNB-president Nout Wellink heeft al gezegd dat er iets van Europees toezicht op de banken moet komen. Dat is een goede zaak. Ik denk niet dat er veel banken worden genationaliseerd. Ook dat lijkt me goed, want de overheid heeft de kennis niet om een bank te leiden. Bovendien moet je het nemen van risico’s aan de markt overlaten.”

“Het valt me op dat ING kleiner wil worden. Ook dat lijkt me goed, want bij die enorme bedrijven is de menselijke maat ver te zoeken. Er komt meer aandacht voor de essentie van bankieren: sparen, lenen en beleggen. De meer risicovolle zaken worden daarvan afgesplitst.”

“Hans Hoogervorst van de AFM pleitte laatst voor strengere voorwaarden bij het verstrekken van tophypotheken. Iedereen zei meteen: Hans, daar ga jij niet over. Dat laatste klopt, maar het punt dat hij maakt moet wel worden bekeken.”


Waarom moeten kinderen iets weten over de crisis?


“Ik zeg tegen hen: ‘We leven in een bijzondere tijd, die je waarschijnlijk niet nog een keer zult meemaken. Bovendien zal de crisis grote gevolgen hebben.’ Dat vinden ze interessant. Helaas vindt de commissie-Teulings dat de crisis en Keynes niet behandeld hoeven te worden. De commissie gaat ervan uit dat het marktmechanisme de kern van de economie is en dat kinderen vooral praktische kennis moeten hebben. Praktische kennis is belangrijk. Maar ik zeg ook dat leerlingen, zeker op het vwo, behoefte hebben aan abstractie, aan theorie, aan inzicht. Ze willen gebeurtenissen in een groter kader kunnen plaatsen. Als de crisis iets leert, is het dat er meer is dan de markt: overheden bijvoorbeeld. En het is goed om iets van Keynes te weten.”

Keynes leek dood en diep begraven. Maar hij is springlevend.


“Ik heb hem nooit begraven. Ik heb Marx ook nooit begraven. Nu rent iedereen opeens achter Keynes aan. Als het om theorieën gaat, zeg ik: je moet niet in het huwelijk treden, je moet aan partnerruil doen. Theorieën hebben betrekking op bepaalde gevallen in een bepaalde tijd. Keynes legde de nadruk op de vraagkant van de economie. Toen hij zijn theorie formuleerde – de crisis van de jaren dertig – was dat logisch. Er was toen een enorme vraaguitval. Maar er zijn situaties waarin zijn model niet werkt. Bijvoorbeeld als er werkloosheid ontstaat door technologische vernieuwing. Die los je niet op door de vraag te stimuleren, dan moet je mensen bijscholen. Keynes predikte het investeren in crisistijd, waarin was minder belangrijk. In de huidige situatie is dat wel belangrijk. We zijn veel rijker dan in de jaren dertig. Deze crisis grijpt minder diep in het dagelijks leven. Het is niet nodig de consumptieve vraag te stimuleren. Maar het is, met het oog op ons aller toekomst, wel belangrijk om duurzaamheid te stimuleren.”

Tegen kinderen zegt u: een crisis als deze maak je waarschijnlijk maar een keer in je leven mee. Dan moet u optimistisch zijn?


“Dat ben ik. Financiële instellingen als Lehmann zijn omgevallen, andere belandden op de rand van de afgrond. Overheden zijn massaal en massief te hulp geschoten. Crises leiden tot een mondiaal leerproces. Ja, men leert hier wel van.”

Zoals Duitsland heeft geleerd van de hyper-inflatie na de Eerste Wereldoorlog?
“Ja. Die periode was ingrijpend en een factor in het ontstaan van de Tweede Wereldoorlog. Na die oorlog heeft Duitsland altijd monetaire discipline betracht. De wereld is succesvol met de aanpak van inflatie. Israël en Latijns-Amerikaanse landen hebben periodes van hoge inflatie gekend, maar dat is alweer een tijd geleden. Ook van de oliecrisis in de jaren zeventig heeft men geleerd. Dus ja, ik ben positief. De politiek coördineert weer. Het reddingsplan van Obama heeft effect, al moeten we oppassen voor inflatie. Obama streeft naar meer openheid en samenwerking. En zie: opeens kijkt iedereen weer naar Amerika en heeft dat land zijn machtspositie terug. Met Bush z’n beleid was het misschien naar de knoppen gegaan. Maar als de nood aan de man is, komt er opeens een nieuwe man, die de problemen aanpakt. Dan is er nieuwe constellatie.”

Na het faillissement van banken dreigt het

faillissement van staten. Zie IJsland.


“Landen die failliet gaan? Dat zie ik niet gebeuren. We leren van de crisis. En we hebben het IMF nog. Technisch is de VS al 30 jaar failliet. Het heeft grote tekorten op zijn betalingsbalans en leeft op de pof, maar het is nooit kapot gegaan. Er is altijd vertrouwen geweest in de veerkracht van de VS. Het land is innovatief. Ook nu weer. Dat Obama wil investeren in duurzaamheid spreekt me erg aan. Die kant moeten we op. Helaas holt Nederland op dat gebied achteraan. Elco Brinkman (voorzitter Bouwend Nederland, red.) roept dat we moeten bouwen-bouwen-bouwen. Wat nou bouwen? Er staan al zoveel kantoren leeg. Het is beter woningen en gebouwen te renoveren, om ze energiezuiniger te maken. Het is beter verpauperde industrieterreinen op te knappen. Uit oogpunt van de omgeving is dat positief. De waarde daarvan is niet in geld uit te drukken, maar het verhoogt de welvaart. Ik vrees dat het kabinet te veel naar VNO-NCW luistert. Het zou beter naar het mkb moeten luisteren. Daar zijn veel initiatieven voor een nieuwe aanpak. Het klimaatprobleem, de schaarste aan water, de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, duurzame innovatie is broodnodig. Obama heeft dat begrepen. VNO-NCW niet. Weet u, VNO-voorzitter Bernard Wientjes is een ex-leerling van me, ik dacht dat hij in 1963 tentamen bij me aflegde. Hij heeft het niet begrepen.”

[ Koos.schwartz @reedbusiness.nl ]

Arnold Heertje (75)




Opleiding


Economie, Universiteit van Amsterdam 


Loopbaan


1958-’68: leraar aan het Maimonides Lyceum en het Baarnsch Lyceum 1964-’99: hoogleraar Staatshuishoudkunde (UvA) 


boeken (o.m)


De Kern van de Economie 
 Economie en Technische Ontwikkeling 
 Echte Economie

Heertje over...

gratis schoolboeken


“Het probleem is dat schoolboeken voor sommige mensen te duur zijn. Gratis schoolboeken zijn de oplossing niet. Boeken zijn niet gratis. Het is de belastingbetaler die zal betalen. Ten tweede: ouders die geld hebben, krijgen die boeken ook voor niks. De regeling is daarnaast moeilijk uitvoerbaar. Er moet Europees aanbesteed worden. Scholen hebben speciale ambtenaren nodig, die er vroeger niet waren, om de zaak voor te bereiden en contracten te maken. Veel scholen hadden al langetermijncontracten met boekhuizen. Als de scholen voor een andere boekleverancier kiezen, gaan de boekhuizen claims indienen. In het nieuwe systeem wordt de keuze van boeken vooral bepaald door de prijs, niet door de kwaliteit. Leraren hebben er geen zeggenschap meer over. De hoofdzaak – goed onderwijs – is volledig buiten beeld geraakt. En dat terwijl de oplossing van het probleem simpel is: geef financiële steun aan mensen die geen schoolboeken kunnen betalen en zet uitgeverijen onder druk om de boeken te versoberen.”

Heertje over...
kinderopvang


”Ik heb een kleinkind en daar pas ik graag op. Het kind vindt het leuk, de ouders vinden het leuk, ik vind het leuk. Belt er laatst een man op van een of ander bureau die zegt dat ik subsidie kan krijgen omdat ik op mijn kleinkind pas. Voor een provisie kan hij het regelen. Dat is toch krankzinnig. Dat is dehumanisering, dat is monetarisering van zorg. Daar moeten we van af. Waarom moet ik geld krijgen voor iets wat ik uit mezelf doe en leuk vind? Toen Sharon Dijksma, de verantwoordelijke staatssecrataris, was benoemd, heb ik haar gefeliciteerd. Zij vroeg me of ik langs wilde komen. Toen heb ik haar gezegd dat de regeling rond de kinderopvang fout en fraudegevoelig was. ‘Daar ga je nat mee’, zei ik. Nou, dat is gebleken.”

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief