CO2: Zoektocht naar de heilige graal

Elektriciteitsbedrijven moeten vanaf 1 januari 2013 CO2-emissierechten gaan kopen. Wie een technologie ontwikkelt om het broeikasgas af te vangen, heeft goud in handen. Nederlanders zoeken hard mee.

Wie naar een grote elektriciteitscentrale kijkt, ziet witte wolken de schoorsteen verlaten. Met die wolken gaat elke seconde 150 kilo CO₂de atmosfeer in. 


Vanaf 1 januari 2013 moeten elektriciteitsbedrijven hiervoor emissierechten kopen, 20 procent van de benodigde emissierechten in 2013, 100 procent in 2025, besloot het Europees Parlement. Afhankelijk van de marktprijs, gaat dit 45 tot meer dan 200 miljoen euro per centrale per jaar kosten, tenzij de centrale CO₂afvangt en opslaat, CCS ( carbon capture & storage ) in jargon. Nederlandse onderzoeksinstellingen als TNO, ECN en Kema zoeken dan ook naarstig naar goede CCS-technologie, die veel geld in het laatje kan brengen. Maar het ei van Columbus is nog niet gevonden.

“We zitten in bijna alle Europese CCS-projecten”, zegt Henk Pagnier van TNO, projectleider van het Nederlandse onderzoeksproject Cato (CO₂Afvang Transport en Opslag). Cato 2, het vervolg dat in juni het groene licht moet krijgen, gaat 94 miljoen euro kosten, waarvan de Nederlandse overheid de helft betaalt. Het project heeft 40 partners, waaronder elektriciteitsbedrijven en olieconcerns als Shell, Wintershall en Taqa. Als de ultieme oplossing, de silver bullet voor CO₂-opvang uit het project komt, hebben de deelnemers voorrang om het toe te passen.

Kema, een test-, certificatie- en energieadviesbureau, zit in een ander, internationaal project: NanoGlowa (NanoMembranes against Global Warming). Er doen 26 partijen mee, waaronder universiteiten, elektriciteitsbedrijven en membraanproducenten, aldus projectcoördinator Paul Raats. De EU betaalt ongeveer de helft van de kosten van 13 miljoen euro.

Er is veel behoefte aan praktische informatie, merkt Raats op. Op conferenties krijgt hij regelmatig de vraag: hoeveel euro per ton gaat deze technologie kosten? “Als je net een lezing van een half uur over techniek hebt gegeven en dat is dan de eerste reactie uit de zaal, dan irriteert zo’n vraag weleens”, zegt hij. De eerste en op dit moment belangrijkste vraag is volgens hem: “Hoe krijgen we de technologie aan het werk?”

Ook voor Raats geldt: first things first . Eerst de haalbaarheid aantonen en daarna de kosten omlaag brengen. “De eerste mobiele telefoon, een flinke koffer, kostte indertijd 7.000 gulden, maar het ging er om dat hij het deed.”


[ Mark van Baal ]

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief