Romeinen aan de poort

Opeens rammelde daar de Italiaanse veldheer Sergio Marchionne aan de poorten van Detroit en Rüsselsheim. Voor wie de recente ontwikkelingen in Turijn minder scherp op het netvlies heeft staan, kwam dat als een verrassing. Fiat, was dat niet die permanent op de rand van surseance verkerende automobielfabriek uit Turijn waarvan de modellen, volgens critici, al roesten in de catalogus? Nee, dat was het al enige tijd niet meer. De nog door Umberto Agnelli aangetrokken Marchionne verloste Fiat van het oude management, nam afscheid van vreemde eenden in de organisatorische bijt en verlegde de focus van auto’s naar autootjes. De aanpak van de in Canada opgegroeide en opgeleide Italiaan lijkt te werken getuige het steeds groter wordende aantal kwartalen dat met zwarte cijfers wordt afgesloten.
Romans at the gate, het is weer eens iets anders danBarbarians at the gate. Onze correspondent in de Italiaanse hoofdstad, Aart Heering, doet deze week verslag van de veldtocht van decondottiereuit Turijn. Of het Marchionne gaat lukken, en of zo’n autogigant meer zal zijn dan een reus op lemen voeten, zal de tijd moeten leren. De casus-Fiat is ook in een ander opzicht interessant. Het is een mooi voorbeeld van de bewegingen op de fusie- en overnamemarkt. Dat die markt allesbehalve stil is komen te liggen, wordt duidelijk in ons omslagartikel van deze week. De waarde van de deals was in het eerste kwartaal van 2009 weliswaar een stuk lager dan in 2008, maar nog altijd hoger dan in 2003. De crisis, zo blijkt, is een goed moment om op koopjesjacht te gaan. Dat moet Marchionne ook hebben gedacht.


  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief