S oms moet je bij het lezen van rapporten en kranten je ogen uitwrijven. Het bureau Marketmerger schatte de waarde van de mondiale fusie- en overnamedeals in het eerste kwart van dit jaar op ruim 400 miljard dollar. De Financial Times kwam op een nog hoger bedrag uit. Voor degenen die dachten dat de overnamemarkt op zijn gat lag, moeten het opmerkelijke cijfers zijn. De bedragen die met fusies en overnames zijn gemoeid, liggen een stuk lager dan twee jaar geleden, maar ze zijn wel hoger dan de cijfers uit de lente van 2003.
Het is vooral de farmacie waar de overnamekoorts heerst. Pfizer, Roche en Marck sloegen gezamenlijk voor 155 miljard aan farmabedrijven in. De energiesector is een goede tweede. De deals waar Nederlandse bedrijven bij betrokken zijn – Essent en Nuon – behoren volgens Marketmerger tot de tien grootste overnames.
Dat farma- en energiebedrijven aan het kopen slaan, is logisch. Ze hebben relatief weinig last van de crisis, ze hebben de middelen en ze kunnen een goede schatting maken van de toekomstige kasstromen van hun prooien. In andere sectoren ontbreekt het bedrijven aan geld of de mogelijkheid om aan geld te komen. Laat staan dat ze zicht hebben op de toekomstige kasstroom van overnamekandidaten. Het voorspellen van de eigen kasstroom is al moeilijk genoeg. Zolang dat zo blijft, is het rustig op het overnamepad.
Maar als de economie aantrekt (lees: de omzet- en winstontwikkelingen voorspelbaar worden), zal dat veranderen. Aanbod is er immers genoeg. Veel bedrijven kampen met problemen en willen van bedrijfsonderdelen af. Bovendien zijn veel bedrijven momenteel goedkoop. Voor wie geld heeft, wordt het lekker shoppen.
Op zich is er niks tegen zo’n koopjacht. Maar kopers moeten hun ogen wel openhouden. Grote overnames monden geregeld uit in complete flaters. Vaak blijkt achteraf dat bedrijven veel te veel voor een aankoop hebben betaald. Beoogde synergievoordelen vallen tegen of blijken slechts in de hoofden van ambitieuze ceo’s te bestaan. Over het algemeen geldt dat aandeelhouders van de gekochte partij veel meer baat hebben bij een overname dan aandeelhouders van de kopende partij. En dat kan toch moeilijk de bedoeling van de kopers zijn.
De kans op een fiks overnamedebacle is in tijden van hoogconjunctuur groter dan in tijden van een aantrekkende economie, als bedrijven goedkoop zijn. Zo bezien zou het devies moeten zijn: shop nu! Maar Nederlandse bedrijven moeten zich realiseren dat er van de tien à vijftien grootste overnames in de laatste tien jaar geen enkele overname een succes is geworden. Flaters daarentegen, die zijn er wel.
[ jeroen.kerkhof @reedbusiness.nl ]
[ koos.schwartz @reedbusiness.nl ]
Overnames
Farma- en energiebedrijven kopen volop.
kansen
Veel bedrijven zijn goedkoop of moeten onderdelen verkopen. risico’s De kans op een flater is bij een grote overname groter dan de kans op succes.
Auteur(s): Koos Schwartz, Jeroen Kerkhof
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 19 , datum 9-5-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business