De Nederlandse scheepsbouw krijgt nauwelijks nog orders binnen. Het economische wonder van de afgelopen jaren wacht mogelijk vanaf 2010 een zware sanering.
Een lage olieprijs, overcapaciteit in de vrachtvaart door de ingestorte wereldhandel en baggerschepen die huiswaarts varen na afgezegde projecten in het Midden-Oosten, het zijn de aspecten van de mondiale recessie die ook haar impact op de Nederlandse scheepsbouw zal hebben.
Werven komen nu nog om in het werk, maar dat betekent niet dat zij de dans ontspringen. Schepen die in aanbouw liggen, stammen uit orders van voor de recessie. Vanaf 2010, als de werkvoorraad is opgedroogd, wacht een zwart gat. Die conclusie kan getrokken worden uit een recente peiling van brancheorganisatie Scheepsbouw Nederland onder werven en toeleveranciers. De afgelopen maanden blijken er nauwelijks nieuwe orders binnen te komen. Directeur Martin Bloem: “Het is zorgelijk, 2010 wordt het jaar van de waarheid.”
Naast acquisitie is ook het behoud van bestaande klanten een probleem. Toeleveranciers zeggen al te maken te hebben met annuleringen. De grote segmenten zeescheepsnieuwbouw, bouw van binnenvaartschepen en grote jachtbouw wacht eenzelfde lot. Voor de branchevereniging zijn de signalen aanleiding een werkgroep te organiseren over annuleringen. Bloem: “Het is zaak goed voorbereid te zijn.”
In Duitsland, sterk afhankelijk van de bouw van grote vrachtschepen, kan een glimp worden opgevangen van wat scheepsbouwers hier mogelijk te wachten staat. Het land neemt de leiding in Europa, gevolgd door Italië en Nederland. Het ministerie van economische zaken in Duitsland liet recent weten dat scheepsbouwers sinds vorig jaar al 40 annuleringen voor de kiezen hebben gekregen (omvang orderportefeuille begin 2008: 239 schepen). Dit jaar worden mogelijk nog eens 20 schepen, ter waarde van 1 miljard euro, geannuleerd. Voor Nederland gelden dergelijke cijfers niet. “We willen geen concrete verwachtingen uitspreken over het aantal orders dit jaar, maar kijkend naar de dramatische afname van de eerste maanden zou een halvering van het aantal orders of nog erger mogelijk kunnen zijn”, zegt Bloem.
Wat betekent dat? De sector is sinds 2004 60 procent gegroeid en realiseerde een omzet van 7,6 miljard euro in 2007. De Noorse classificatiemaatschappij DNV, die wettelijke controles uitvoert op 40 procent van de mondiale scheepsbouw, zegt dat overcapaciteit zal leiden tot een neergang van drie tot vijf jaar. Als dat zo is, wacht de scheepsbouw hier een sanering met mogelijk hetzelfde stormachtige percentage waarmee het recente jaren is gegroeid.
[ eric.vandenoutenaar @reedbusiness.nl ]
Nederland bevindt zich in relatief stabiele segmenten. De grootste scheepsbouwers, IHC Merwede (winst 2008: 76 miljoen euro) en Damen Shipyards (winst: 108 mijoen), zijn goed gepositioneerd in nichemarkten, zoals die voor offshore support vessels en baggerschepen. Maar ook in die markten is de boom van afgelopen jaren voorbij. De offshore kampt met lage olieprijzen en in Dubai wordt er geen palmeiland meer opgespoten. De sector hoopt op herstel op van de olieprijs en de overheid als opdrachtgever voor nieuwe baggerprojecten.
Auteur(s): Eric van den Outenaar
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 15 , datum 11-4-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business