In de marge van grote conferenties gebeuren soms aardige dingen. Minister Wouter Bos ondervond dat vorige week op de G20-top. Bos kreeg van de Amerikaanse regering het verzoek een vertaling te maken van het herenakkoord over beloningen in (krediet)crisistijd, dat hij een paar dagen eerder had gesloten met vertegenwoordigers van de Nederlandse financiële wereld.
In het akkoord beloven bestuurders van banken en verzekeraars en hun branche-organisaties onder meer afstand te nemen van beloningssystemen die aanzetten tot het nemen van onverantwoorde risico’s. Vertrekvergoedingen worden beperkt tot één jaarsalaris en er wordt geen variabele beloning uitgekeerd als een bank of verzekeraar een jaar verlies maakt. Tijdens de crisis moet ‘zeer terughoudend’ worden omgesprongen met variabele beloningen, en salarissen van bestuurders mogen niet sterker stijgen dan die van andere personeelsleden, zo luiden enkele beloftes.
Hoewel er geen sancties kleven aan het niet nakomen van het akkoord – de meeste afspraken hebben alleen betrekking op de crisistijd en bonussen zijn in slechte tijden sowieso meestal niet hoog – is het toch een opmerkelijk akkoord. Het is concreter en dwingender van toon dan de passages over beloningen uit de code-Tabaksblat en de door de commissie-Frijns bijgewerkte versie daarvan. ‘Het moet anders. Minder.’ Die toon spreekt uit het akkoord.
Dat die toon overheerst, is logisch. Lang keek de overheid machteloos naar de immer oplopende renumeratie van bedrijfsbestuurders. Maar als eigenaar (van ABN Amro/Fortis Bank Nederland) en als kapitaalverschaffer (aan ING, Aegon, SNS Reaal) kan de overheid eindelijk een vuistje maken. Bovendien heeft de financiële sector er zelf een zootje van gemaakt. In die situatie past de sector grote bek noch gegraai.
In de VS is dat net zo. Ook daar heeft een deel van de financiële sector zijn renumeratiemores tijdelijk aangepast. De topmannen van JP Morgan, Bank of America, Wells Fargo en Citigroup, die allen overheidssteun hebben gehad, krijgen dit jaar geen bonussen. Edward Liddy en Herbert Allison, de nieuwe ceo’s van respectievelijk verzekeraar AIG en hypotheekverstrekker Fannie Mae werken voor een dollar per jaar, al krijgt Liddy in 2010 waarschijnlijk een vette bonus. AIG en Fannie Mae zijn de facto in staatshanden.
Toch is ook de macht van de Amerikaanse overheid beperkt. Zoals Bos vrij machteloos stond tegen het uitbetalen van bonussen aan managers van ING en ABN Amro, zo stond Bos’ ambtgenoot Timothy Geithner dat tegen de 165 miljoen dollar aan bonussen die AIG verstrekte aan managers, nota bene van de vermaledijde afdelingen waar de financiële ellende begon. Het wa-ren verworven rechten van de managers.
Ook bij Fannie Mae is de bonuskraan niet dicht. 5.000 Mensen kregen een bonus van gemiddeld 21.000 dollar (verworven rechten) en voor vier topmanagers waren er ‘blijfbonussen’ van 1 miljoen. Topman Allison verdedigde die laatste met het argument dat het juist in crisistijden belangrijk is om goed personeel te behouden. De bonus is dood, leve de bonus.
Volgens een woordvoerder van Bos wordt het herenakkoord vertaald en naar Washington gestuurd. Zal Geithner er iets van opsteken? Een aantal maatregelen uit het akkoord is in de VS al toegepast en het lijkt niet waarschijnlijk dat er in de VS een polderakkoord komt tussen overheid, financiële instellingen en belangenclubs. Bovendien is de bonuscultuur in de VS dieper ingeworteld en veel extremer dan in de polder.
Misschien doet het ministerie er goed aan om Geithner het telefoonnummer van Gerrit Zalm mee te sturen. Waar Allison ‘blijfbonussen’ uitkeerde, kondigde de baas van ABN Amro aan managers te ontslaan als zij hun retentiebonus, waar ze wel recht op hadden, niet zouden terugstorten.
[ koos.schwartz @reedbusiness.nl ]
Auteur(s): Koos Schwartz
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 15 , datum 11-4-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business