Innovatiebeleid: Het innovatiebeleid is een ‘Belgisch bouwsel’

De Nederlandse regering blijft maar aanmodderen met haar innovatiebeleid. Dat vindt Dany Jacobs. Vorige week hield hij zijn inaugurele rede als bijzonder hoogleraar Industriële Ontwikkeling en Innovatiebeleid aan de Universiteit van Amsterdam.

innovatiebeleid | ondernemen

Het geroezemoes in de aula van de Universiteit van Amsterdam hield afgelopen donderdag nog lang aan nadat hoogleraar Dany Jacobs zijn entree had gemaakt. Als de orator naar de kansel loopt, is het protocol om op te staan, maar het kwartje viel niet bij de aanwezigen in de zaal. Collega’s, familie, vrienden en bestuursleden van de Stichting voor Industriebeleid, de lobbyclub die zijn leerstoel financiert, allemaal waren ze druk in gesprek.


De pedel stampte enkele keren met zijn staf en uiteindelijk kreeg Jacobs de aandacht van zijn toehoorders. De uit België afkomstige wetenschapper heeft de afgelopen jaren het Nederlandse innovatiebeleid onderzocht. Zijn boodschap: de regering mijdt sinds de jaren tachtig het maken van duidelijke keuzes waardoor een versnipperd beleid is ontstaan. In plaats van een aanjager van vernieuwingen is zij een speelbal van deelbelangen. De regering moet de regie weer in handen nemen. Jacobs: “Het innovatiebeleid komt hier tot stand zoals in er in België wordt gebouwd. Eerst heb je een keuken, dan bouwt men een buitenkeuken, dan volgen er nog een duivenkot of twee. Het probleem is dat er nooit iets wordt afgebroken.”

De bestuurlijke impotentie zou begin jaren tachtig zijn ontstaan. Tot die tijd maakte de overheid wel keuzes in het stimuleren van sectoren, alleen de verkeerde. “Na de oorlog heeft de overheid heel lang de losers in de industrie gesteund en zo vele miljarden euro’s verspild”, aldus Jacobs. De regering probeerde de mondiaal niet meer concurrerende industrieën in leven te houden. In 1983 mondde dat beleid uit in het zogeheten RSV-debacle. Scheepsbouwconcern Rijn-Schelde-Verolme, dat meer dan tien jaar op overheidssteun had geleund, ging toen failliet. “Dat zorgde voor zo’n kater dat er sindsdien geen duidelijke beleidskeuzes meer worden gemaakt.“ Twintig jaar lang zou de overheid niet veel verder komen dan algemene subsidiepotjes en ‘vage’ doelstellingen.

Pas vanaf het kabinet Balkenende II heeft de regering weer de stoute schoenen aangetrokken. Balkenende keek met veel ontzag naar het voorbeeld van Finland, waar de overheid een sterk centraal beleid voert. In 2004 riep de premier het Innovatieplatform in het leven. Het panel van topmannen, hoogleraren en politici, waarvan Balkenende zelf voorzitter is, formuleert sindsdien het zogeheten sleutelgebiedenbeleid: de overheid steunt sectoren die sterk zijn en die internationaal het kansrijkst zijn. Er zijn er nu zes aangemerkt: flowers & food, hightechsystemen en -materialen, water, chemie, creatieve industrie, en pensioenen & sociale verzekeringen.

Ook dit beleid is volgens de hoogleraar slappe hap. Jacobs zegt dat de regering nu op het eerste gezicht wel keuzes maakt, maar door het uitbesteden van het beleid aan het Innovatieplatform is er nog steeds geen sprake van centrale sturing. “Met het platform heeft de overheid voor een bottom-up-benadering gekozen. De regering heeft gezegd: kom maar op met jullie voorstellen. Honderden zijn er de revue gepasseerd. Die zijn allemaal bij elkaar geharkt in die sleutelgebieden.” Binnen de zes sleutelgebieden zouden meer dan 30 sectoren zitten. Het wordt vervolgens aan die sectoren overgelaten het beleid te maken.

Doordat de regering niet de leiding neemt, komt er ook niet veel terecht van investeren in die sleutelgebieden. Jacobs wijst in dat verband naar de subsidie-stromen. Het geld stroomt rijkelijk, maar irrigeert alles behalve de door Balkenende benoemde groeiparels. “Het is vrij schokkend te constateren hoe ineffectief het sleutelgebiedenbeleid is. Er is berekend dat, van alle kennisinvesteringen in de afgelopen vijf jaar, het gezondheidscluster het meeste geld heeft gekregen, terwijl dat niet eens als sleutelgebied is aangemerkt. Ook life sciences , dat geen sleutelgebied is, krijgt meer dan de groeigebieden.”


Bezopen

Het allerergste vindt Jacobs dat de regering niet kritisch is naar zichzelf. Begin dit jaar maakte het Innovatieplatform de balans op van het overheidsbeleid. De conclusie: sommige sleutelgebieden maken er een potje van en moeten vanaf 2010 hun status inleveren. Volgens Jacobs maakt de regering er zich zo veel te gemakkelijk vanaf. “Die evaluatie is bezopen. Ik zie het als een vorm van je eigen zwaktes op anderen afschuiven. Eerst besteed je als regering het beleid uit en laat je het de sectoren in principe zelf uitzoeken. Vervolgens doe je als overheid niets in je concrete beleidsvorming en als het fout gaat, neem je daarvoor geen verantwoordelijkheid.” 


Het Innovatieplatform dringt er in verband met de recessie bij de regering op aan de subsidiekraan verder open te draaien. Het baseert zich op recente cijfers van het Centraal Planbureau: een terugval van kennisinvesteringen van 22 procent tot 2010 (13 miljard euro). Jacobs ziet die roep om meer geld als een verkeerde reflex: “Nederland is te rijk geworden om een echt innovatiebeleid te voeren. Hoeveel crisis er ook is, men prefereert hier de chaos. Zorg eerst eens voor effectief centraal beleid.”


[ Eric.vandenoutenaar @reedbusiness.nl ]

Dany Jacobs (54)



Opleiding


sociologie, KU Leuven


Loopbaan
1982-1988:universitair docent, KU Nijmegen 


1988: promotie KU Nijmegen 1988-1997: onderzoeker TNO 1998-2007: hoogleraar strategisch management, RUG 1998-2004: associate dean TSM Business School Enschede 2003-nu: deeltijd lector Amsterdam Fashion Institute 2005-nu: lid van de Commissie van Wijzen Ices-KIS (Interdepartementale Commissie Economische Structuurversterking - Kennisinfrastructuur) 2007-nu: hoogleraar Industrïele Ontwikkeling en Innovatiebeleid, UvA; lector Kunst, Cultuur en Economie aan de ArtEZ en HAN, Arnhem

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief