De verwachtingen zijn hoog bij de Nederlandse bouwers van elektrische auto’s. Maar ofze uitkomen is nog maar de vraag. “We moeten investeerders vinden die ons flink groter kunnen maken, anders blijven we een Mickey Mouse-bedrijfje.”
elektrische auto’s | ondernemen
De cijfers ogen op het eerste gezicht indrukwekkend. Volgend jaar al wil het Nederlands getinte Detroit Electric 30.000 personenauto’s van de band laten rollen, waarvan 40 procent in Europa een eigenaar moet vinden. De productie moet snel worden opgevoerd tot zo’n 250.000 per jaar. Een ander bedrijf, Duracar, wil vanaf 2010 25 elektrische bestelwagens per dag, Quiccs! geheten, maken. “Dat aantal willen we verdrievoudigen”, zegt Wim Steenbakkers, directeur van de Limburgse onderneming, optimistisch.
De ambities zijn groot bij de Nederlandse bouwers van elektrische auto’s. En ze lijken het tij mee te hebben. De zwaar aangeslagen auto-industrie heeft haar hoop gevestigd op de elektrische auto (zie kader). In eigen land wil minister van Verkeer en Waterstaat Camiel Eurlings 10 miljoen euro uittrekken om elektrisch vervoer te stimuleren. Gemeenten als Rotterdam, Amsterdam en Den Bosch omarmen deze vorm van transport, onder meer met een netwerk aan oplaadpunten. Energieconcern Eneco wil binnen vier jaar 500 elektrische bedrijfsauto’s op de weg hebben, concurrent Essent beperkt zich tot 50 rondzoemende Volkswagen Golf-stationwagens.
Maar of de Nederlandse bouwers van elektrische auto’s ook werkelijk van de grond komen, is nog maar zeer de vraag. Gebrek aan kapitaal en concurrentie van grote autofabrikanten dreigen de Nederlandse initiatieven voortijdig te smoren. Dat blijk uit een inventarisatie, driekwart jaar na de groots opgezette introductie van elektrisch rijden op het TT-circuit in Assen.
Electric Cars Europe (ECE), één van de organisatoren van het evenement in Assen, is vooralsnog niet verder gekomen dan het verbouwen van acht Lotus Elises (voor onder andere groene ondernemer Ruud Koornstra) en de eerste vijf Golf Variants voor Essent. Het importeurschap van Detroit Electric moet de grote stap voorwaarts worden voor dit bedrijf van Hjalmar Engel en Lotus-importeur Willem van der Kooi.
Detroit Electric begon als een Amerikaans-Chinese onderneming, maar wordt inmiddels hoofdzakelijk gedragen door Nederlandse partijen. Behalve ECE is ook Frits van Breemen-Schneider, Nederlandse ondernemer (bouwer van modelvliegtuigen) en uitvinder nauw bij de start-up betrokken. De chief technology officer (cto) van Detroit Electric heeft een elektromotor gebouwd die naar eigen zeggen lichter, kleiner én krachtiger is dan bestaande krachtbronnen. “Bovendien is die erg simpel. Mijn elektrische Suzuki Swift is sneller dan de Lotus Elise van ECE”, aldus een trotse Van Breemen-Schneider, die een aanbod om voor Ford een elektrische auto te ontwikkelen zegt te hebben afgeslagen. “Ik had geen zin om in Detroit te werken.”
De Nederlandse elektromotor moet worden geïnstalleerd in een model van de Maleisische autofabrikant Proton, om vervolgens onder de naam Detroit Electric te worden verkocht. Eind dit jaar is de auto volgens Van Breemen-Schneider klaar, volgend jaar reeds moeten de eerste Detroit Electrics, met een opmerkelijk grote actieradius van 300 kilometer, vanuit Maleisië naar Europa komen.
Alleen, dan moet er wel geld zijn om deze auto’s te gaan produceren. En dat ontbreekt vooralsnog. Detroit Electric is volgens Engel nog op zoek naar 75 miljoen dollar, ECE zelf moet aan 2 tot 5 miljoen euro zien te komen. “Dat geld hebben we nodig om de logistiek voor Detroit Electric op te zetten en een voorraad aan te kunnen houden.” Maar in het huidige economische klimaat is het vinden van investeerders een vrijwel onmogelijke opgave, erkent Engel. De zoektocht naar kapitaal verloopt dan ook stroef. Alleen voor Detroit Electric heeft een aantal ‘heel grote partijen’ interesse getoond, maar tot een daadwerkelijke investering heeft dat – minder dan een jaar voor de geplande start van de massaproductie – nog niet geleid. Essent steunt ECE wel van harte, “maar als klant, niet als investeerder. We moeten investeerders vinden die ons flink groter kunnen maken, anders blijven we een Mickey Mouse-bedrijfje.” Van Breemen-Schneider windt er geen doekjes om: “Of we die 30.000 in 2010 halen, is een vraag. Met 10.000 ben ik ook blij. Maar als er geen geld is, dan gaat het hele verhaal niet door.”
Duracar lijkt er iets beter voor te staan. De Limburgers praten met vier potentiële investeerders: twee uit Nederland, één uit Portugal en één uit Duitsland. “Maar het gaat moeizamer dan we hadden gedacht”, zegt directeur Steenbakkers. Een geldschieter moet 15 miljoen euro meenemen naar Limburg. Minderheidsaandeelhouder Econcern behoort niet tot die potentiële groep investeerders, maar dat heeft volgens Steenbakkers niets te maken met de financiële problemen van dit bedrijf. De Quicc! is voor Econcern van belang omdat de accu’s overtollige windenergie kunnen opslaan. De eerste autootjes worden inmiddels getest. Daarna volgt een eerste reeks van 300 exemplaren. “Ze rijden met 128 kilometer per uur iets harder dan we dachten.”
Steenbakkers praat met Nederlandse en Belgische fabrikanten die de Quicc! in productie willen nemen. Dat hoeft overigens niet per se een autofabrikant te zijn, legt hij uit. In een beperkt aantal werkstations kan de bestelauto in elkaar worden gezet. Duracar was in gesprek met het Duitse Karmann, maar dat bedrijf stopt met de bouw van auto’s. “Met zoveel overcapaciteit moet een fabriek vinden geen probleem zijn”, denkt Steenbakkers. Namen van potentiële afnemers wil hij niet noemen, maar volgens hem hebben diverse postbedrijven al serieuze interesse getoond in de Quicc!.
De Nederlandse bouwers kampen niet alleen met een groot gebrek aan geld, ze voelen ook de hete adem van de grote autofabrikanten in de nek. Vrijwel alle gevestigde namen hebben elektrische auto’s op stapel staan (zie kader). Dit jaar komen al 500 Noorse Th!nks (stadsautootjes) naar Nederland. Van Breemen-Schneider is niet bang voor de concurrentie – “wij kunnen veel goedkoper produceren” – maar Engel erkent wel het gevaar: “Wil je als nieuwkomer scoren, dan is het gemakkelijker als je de eerste bent.”
[ jacc0.neleman @reedbusiness.nl ]
Praktisch alle grote autofabrikanten werken hard aan de ontwikkeling van elektrische auto’s. Op de onlangs gehouden Motor Show van Genève wemelde het van dergelijke modellen, van de Opel Ampera tot de elektrische Ford Tourneo en de Mitsubishi MiEV. Sommige fabrikanten testen de auto’s al in de praktijk. Zo laat Daimler samen met Essent-eigenaar RWE elektrische Smarts in Berlijn rondrijden. BMW doet hetzelfde met de e-Mini in Berlijn met Vattenfall , de Zweedse koper van Nuon.
Auteur(s): Jacco Neleman
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 13 , datum 28-3-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business