De Nederlandse Bank: Wellink waarschuwt voor te veel optimisme

Het jaar 2009 is verloren, maar hoe wordt 2010? DNB-president Nout Wellink vindt dat we niet te positief moeten zijn. Zolang de financiële markten niet op orde zijn, is herstel niet vanzelfsprekend.

Post & correcties

In het artikel ‘Wellink waarschuwt voor te veel optimisme’ zijn in de grafiek op pagina 22 de teksten ‘Gemiddelde CDS-spread’ en ‘Aandelen-index Europese banken’ verwisseld. Daarnaast is De Nederlandsche Bank de juiste bron. Onze excuses, red.

de nederlandsche bank | economie

Nog even en de kredietcrisis kan haar tweejarig bestaan vieren. In zomer van 2007 barstte de ramp los. De centrale banken startten hun eerste steunoperaties. Het woord sub prime , dat in het Nederlands krachtig wordt vertaald met rommelhypotheek, lag in ieders mond. Is er nu licht aan het einde van de tunnel? Het lijkt erop. Veel voorspellers gaan uit van een voorzichtig herstel in 2010. Maar niet Nout Wellink, bankpresident van de bijna 200 jaar oude, en soms fel bekritiseerde De Nederlandsche Bank (DNB). Te midden van het gekrakeel over Fortis en Icesave waarschuwde hij deze week in zijn 200 pagina’s tellend jaarverslag voor te veel optimisme.


Eén keer per jaar presenteert de bankpresident zich aan pers en publiek voor een toelichting op het blauwgekafte jaarverslag. Een keer per jaar onthult Wellink zijn visie op de economie. Begin april 2008 zat er tijdens de toelichting nog een redelijk voorzichtige Wellink achter de bestuurstafel. Het IMF had net daarvoor onthuld dat de VS rekening moest houden met de ergste financiële crisis sinds de Grote Depressie uit de jaren dertig, maar die conclusie wilde Wellink toen nog niet publiekelijk delen: “Of het de ergste financiële crisis is? Laten we even wachten hoe het afloopt.” Tussen de regels door klonk hij somber.

Nederland zou in 2009 hard worden getroffen door de problemen uit de VS. “De consensus is toch dat de crisis nog even gaat duren. In augustus 2007 werd gezegd dat de crisis drie tot zes maanden zou duren. Daar is iedereen nu wel van afgestapt. Nieuwe factoren kunnen opduiken, waardoor er nog meer bankleningen worden besmet.” We zijn inmiddels een jaar verder en Wellink heeft gelijk gekregen. De Nederlandse banken schreven in 2008 39 miljard euro af, terwijl ze voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog in het rood doken. In 2007 stond de gezamenlijke afschrijvingsmin nog op 7,5 miljard. Ook verzekeraars en pensioenfondsen werden getroffen.

Twijfel


Trekken de massaal aangekondigde stimuleringsmaatregelen de wereld uit het moeras? Dat2009 een verloren jaar wordt, is wel duidelijk. Maar hoe ziet 2010 eruit? Sommige voorspellers houden rekening met een herstel. Wellink twijfelt aan het ‘realiteitsgehalte van de ramingen’. De voorspellers werken te veel met modellen waarbij rekening wordt gehouden met een goed werkende financiële sector. ‘Zolang de financiële markten en financiële bedrijven niet op orde zijn, is dat niet vanzelfsprekend’, schrijft hij in zijn verslag.


De banken zitten midden in een saneringsoperatie, waarbij alles op alles wordt gezet om de aangeslagen balans te versterken. Dat daarbij een rem wordt gezet op de kredietverlening, is welhaast onvermijdelijk, want andere manieren zijn er bijna niet. ‘Daarbij komt dat er voor opgeloste problemen in de financiële sector steeds weer nieuwe in de plaats lijken te komen’, constateert Wellink.

Dat laatste klopt zeker. Vorig jaar leverden overheden en centrale bankiers een bijna wanhopig gevecht om de banken overeind te houden. Dit keer moeten landen met kapitaalinjecties overeind worden gehouden. In IJsland is het licht bij wijze van spreken al uitgegaan en in sommige Oost-Europese landen dreigt dat te gebeuren, waardoor een nieuw sneeuwbaleffect kan ontstaan. Oostenrijkse banken die flinke leningen in Oost-Europa hebben uitstaan, krijgen klappen. In Oost-Europa opereren ook Nederlandse financiers als Achmea, Aegon, Fortis, ING en Rabobank.

‘Tegen deze achtergrond is het nagenoeg onmogelijk met enige nauwkeurigheid te voorspellen hoe diep de teruggang wordt en hoelang ze zal duren. Recessies in combinatie met financiële crisis plegen relatief lang te duren. Dat komt doordat de financiële sector onder zulke omstandigheden moeizaam zijn functie als intermediair tussen spaarders en investeerders vervult.’

Wellink bekijkt één markt heel goed: de huizenmarkt. ‘Pas wanneer wanbetalingen op hypotheken en gedwongen verkopen sterk afnemen, kan met enig vertrouwen geconcludeerd worden dat de bodem is bereikt.’ Wanneer dat herstel begint, is onduidelijk.



Bang


Toch houdt Wellink er rekening mee dat er uit onverwachte hoek ‘meevallers’ kunnen komen, waardoor economieën ‘sneller op een groeipad terechtkomen dan wordt voorzien’. De kennis van het financiële systeem is ‘onvolkomen’, en dat is volgens de DNB-president, kijkend naar de huidige ellende, nog een understatement.


Uit het jaarverslag blijkt ook dat Wellink bang is voor een kredietcrisis op z’n Nederlands. Nederlandse banken hebben volgens Wellink een duidelijk hogere leverage (verhouding vreemd vermogen versus eigen vermogen) dan de gemiddelde concurrent uit het eurogebied. Met andere woorden: ze hebben te veel geleend. Nu de banken massaal bezig zijn met het verkleinen van de balans (de-leveraging) om risico’s te beperken, zou het zo kunnen zijn dat de kredietkraan wordt dichtgedraaid.

‘Deze ongunstige uitgangspositie maakt een relatief grote neerwaartse aanpassing van de kredietverlening in Nederland ten opzichte van de omringende economieën niet ondenkbaar.’ Onlangs zei Nyenrode-hoogleraar Ivo Arnold in FEM dat de Nederlandse financiële sector, waaronder ING, te groot was geworden voor Nederland. DNB had zich te veel laten leiden door groeiambities van banken en verzekeraars.

Wellink vindt dat de overheid zich terughoudend moet opstellen bij haar staatsbedrijven en deelnemingen in ABN Amro, Fortis, Aegon, ING en SNS Reaal. Een goede ‘exitstrategie’ is nodig. Voorkomen moet worden dat concurrenten zonder staatssteun oneerlijk worden beconcurreerd. Managers van staatsinstellingen moeten puur commercieel opereren. Dat kan alleen als de overheid op afstand staat.

Wellink pleit voor de creatie van een ‘institutionele buffer’ tussen overheid en bedrijven. In het Verenigd Koninkrijk is inmiddels een UK Financial Investment opgericht die de vele overheidsbelangen in de banken beheert. Wellink: ‘Hoe meer het beheer van de tijdelijke deelnemingen op gepaste afstand staat, des te makkelijker kan de overheid zich uit die sector terugtrekken.’ Of die beheerder ook zeggenschap krijgt over het uitdelen van bonussen, vermeldt hij niet. Dat is toch een iets te gevoelig onderwerp.


[ walter.devenijns @reedbusiness.nl ]

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief