Staan de Amerikanen en Europeanenlijnrecht tegenover elkaar wat betreft de aanpak van de crisis? Wordt de G20-top de eerste confrontatie in een nieuw economisch tijdperk? “Europa loopt een groot risico.”
aanpak crisis | economie
Aan het plafond van de zaal hangen veertien immense kroonluchters. Langs de muren staan metershoge zuilen. En op klapstoeltjes zitten enkele honderden ondernemers en zakenmensen. The Conference Board, een non-profitclub die bijeenkomsten voor bestuurders van bedrijven organiseert, hield in de prestigieuze kamer van koophandel in Parijs zijn jaarlijkse businessbriefing.
“Weet u nog dat we hier een jaar geleden zaten?”, vraagt Jean-Louis Scaringella, adjunct-directeur onderzoek van de kamer van koophandel. In de zaal wordt geknikt. “Sindsdien is alles veranderd. We hebben te maken met een economische, financiële, sociale en geopolitieke aardbeving!”
Maar The Conference Board wil niet terugkijken. Topman Jonathan Spector en tweede man Bart van Ark kijken vooruit en doen een poging trends te voorspellen. “Als we onze eigen indicatoren bekijken, zien we een héél klein beetje licht”, vertelt Van Ark de verzamelde ondernemers. “In de tweede helft van dit jaar is er in de VS misschien een langzaam begin van verbetering. Maar dat zeg ik heel voorzichtig. En heel 2009 zal nog steeds een rampjaar voor de Amerikanen blijven, hoor.”
De analyse van Van Ark (48) is helder. De steunmaatregelen die nu wereldwijd worden genomen, hebben maar een zeer beperkt effect. “Daarom is het van wezenlijk belang de herstelmaatregelen voor de korte termijn te combineren met een beleid van groei en innovatie voor de lange termijn. Juist nu.”
Van Ark, hoogleraar economie, werkt al sinds eind jaren negentig met The Conference Board samen. In 2007 werd hij er interim-directeur economisch onderzoek. Vorig jaar werd hij vicepresident en hoofd-econoom. “Mijn gezin is pas een paar maanden geleden overgekomen naar Amerika. Dat zijn grote veranderingen ja, maar ook wel heel interessante tijden om dit werk te doen.”
Aan de Rijksuniversiteit Groningen is Van Ark nog steeds deeltijdhoogleraar Economische Ontwikkeling, Technologische Verandering en Groei. Lachend: “Deeltijd ja, want de meeste tijd, toch wel meer dan 100 procent, besteed ik nu aan The Conference Board.” In een zijzaaltje van de Parijse kamer van koophandel licht hij zijn analyse toe. Terwijl de Amerikanen en Europeanen bekvechten over de aanpak van de crisis – geld pompen of hervormen – nadert de G20-top in Londen waar spijkers met koppen moeten worden geslagen.
De verschillen tussen Washington en Brussel worden weleens overdreven, vindt Van Ark. “Er is traditioneel een verschillende oriëntatie tussen die twee als het gaat om politiek bestuur. Europeanen hebben sneller de neiging om te denken aan regulering, omdat er meer interventie in de private sector bestaat en is toegestaan. Amerikanen hebben dat minder. Die richten zich meer op het in de rug steunen van de private sector zodat die terugkeert op het groeipad.”
De fixatie op die tweespalt beneemt volgens hem het zicht op een belangrijker probleem: de tekortschietende zeggenschap van opkomende economieën. “Die moeten meer dan nu partij worden bij de internationale coördinatie en daar ook een stem hebben. Waarom? Kijk naar de cijfers. Je zag al voor de crisis hoe zij de trekpaarden van de wereldeconomie zijn. En nu, tijdens de crisis, zijn landen als China, India, Brazilië en Rusland nog de enige die de globale economie boven water, boven de nullijn houden. Die landen leveren een toenemende bijdrage aan de globale groei. Met verschillen natuurlijk, maar landen als China en wellicht ook India blijven significant groeien en zijn alleen al daarom een cruciale factor.”
Coördinatie tussen alle spelers in het nieuwe krachtenveld is essentieel, volgens de econoom. Maar dat is nog geen pleidooi voor regulering, zoals sommige Europese politici bepleiten. “Internationale coördinatie moet vooral gericht zijn op het verbeteren van transparantie en openheid. We moeten de grenzen letterlijk open houden, voor handel, voor financiële stromen, voor immigratie. Daarvoor is helderheid nodig over hoe de systemen in de verschillende landen werken. Dáár heeft het juist aan geschort in de financiële sector. We hebben geen enkel inzicht meer in de financiële stromen in de wereldeconomie, tussen banken, binnen banken, binnen financiële instellingen enzovoort. We zitten echt verlegen om transparantie en coördinatie op dat gebied.”
“De politieke discussie gaat over de mate waarin je dat moet reguleren op globaal niveau. Ik zeg: wat je politieke voorkeur ook is, je moet je realiseren dat je altijd achter de feiten aanloopt. De reikwijdte van globale markten strekt veel verder dan de reikwijdte van globale reguleringssystemen. Het is daarom veel krachtiger de regulering en controle op nationaal niveau goed te regelen, en om op internationaal niveau voor goede coördinatie te zorgen. Inzichtelijkheid kan enorm bijdragen aan de beperking van de schade die we de afgelopen jaren hebben opgelopen door het gebrek aan transparantie.”
Van Ark is stellig, maar een glazen bol heeft ook hij niet. “Is transparantie voldoende? We moeten het zien. Maar ik zou daarmee wel beginnen voor je veel zwaardere middelen inzet die misschien averechts werken. Zoals ik zei: regulering loopt vaak achter de feiten aan.”
Van Ark en zijn team van ruim twintig economen bij The Conference Board hebben de afgelopen maanden niet stilgezeten. De organisatie levert aan de lopende band onderzoeken, rapporten, cijfermateriaal en analyses over economische ontwikkelingen die van belang zijn voor de duizenden aangesloten bedrijven in 55 landen.
Maar in crisistijd draait het onderzoeksteam ook bijna overuren. Met de laatste grafieken toont Van Ark in Parijs aan hoe bijna alle westerse economieën dit jaar wegzakken, terwijl alleen ‘nieuwe’ economieën boven de 0 procent groei komen. Met cijfers en analyses laat hij zien hoe de arbeidsproductiviteit in Europa achteruit holt, terwijl die van de Amerikanen en Japanners veel beter stand houden.
En uit zijn staafdiagrammen blijkt in één oogopslag hoeveel meer de Amerikanen nu in hun economie pompen dan de Europeanen. “De fiscale stimuleringsplannen die we nu zien, hebben twee doeleinden. Het eerste doel is om de situatie niet erger te laten worden dan ze al is. Er worden maatregelen genomen om de werkloosheid tegen te gaan, om het sluiten van bedrijven te vermijden. Dat zijn allemaal plannen om het verschil niet groter te laten worden tussen wat de economie aankan, de potentiële output, en wat we feitelijk kunnen doen, de feitelijke output. Dat is één pakket aan maatregelen.”
“Daarnaast wordt het fiscale stimuleringsprogramma in de VS ook gebruikt om de langetermijnprestaties van de economie te verbeteren, om die potentiële output zelf te bevorderen. Denk aan langetermijninvesteringen in infrastructuur, in ICT, in milieutechnologie. In Europa is de ruimte om dat te doen beperkter. Meer uitgeven leidt tot een toename van de tekorten, en tekorten zijn aan banden gelegd in het euro-raamwerk.”
“De euro heeft ook nog niet dezelfde status als wereldvaluta als de dollar. Dus de VS kan zich iets meer permitteren wat betreft zijn tekorten, wat niet betekent dat de problemen niet gigantisch zijn. In Europa zijn er alleen beperkingen aan hoe ver we die tekorten kunnen laten oplopen voordat het vertrouwen in de euro sterk zou afnemen.”
Washington heeft daarmee een voorsprong op Brussel, vindt Van Ark. En dat is reden voor zorg. “Omdat het Europese stimuleringsprogramma beperkter is, moet de oriëntatie op de langere termijn juist wèl worden voortgezet. De Lissabon-agenda, om de concurrentiekracht te verbeteren, verdwijnt nu een beetje op de achtergrond door de crisis. Dat lijkt me een groot risico voor Europa. Het is erg belangrijk in crises, en zeker in een systeemcrisis als die waarmee we nu te maken hebben, dat je die lange termijn niet uit het oog verliest.” Innovatie is Van Arks stokpaardje. “Innovatie én het gevolg ervan, het efficiënter gebruik van productiemiddelen, is de enige bron van economische groei die duurzaam is op de langere termijn. Als we niet innoveren, stagneert de economie en bestaat het risico dat onze levensstandaard wordt bedreigd.”
Voor Van Ark is de vraag dan ook niet alleen of en hoe landen de crisis doorkomen, maar vooral ook hoe ze er op termijn uit tevoorschijn komen. “In de VS gaat de focus nu erg liggen op het in balans brengen van consumptie en besparingen. China begint ook met een ander model. Er komt minder nadruk op de export als drijvende kracht van de economie. Er wordt daar nu groter belang gehecht aan de binnenlandse consumptie en diensten.”
Als Europa op wereldschaal wil blijven meespelen, als het hoogwaardige producten en diensten wil blijven leveren, dan is volgens Van Ark een flinke en structurele inspanning vereist. “Er is veel achterstallig werk te doen. We moeten blijven investeren in innovatie en concurrentiekracht. In de crisis spelen nu vooral de kortetermijnproblemen, dat begrijp ik. Maar als we sterker uit de crisis tevoorschijn willen komen, zoals regeringsleiders roepen, dan moeten we meer op de lange termijn gaan focussen.”
“En dan is het de vraag of maatregelen zoals het geven van steun aan falende bedrijven nou de beste manier zijn om de problemen op te lossen. Ik zeg niet dat je geen kortetermijnmaatregelen moet nemen, maar je moet de balans zoeken, en dat is een ingewikkeld spel. Er spelen natuurlijk ook politieke belangen, maar vanuit economisch oogpunt zeg ik: zeker in een systeemcrisis moet je de lange termijn heel goed in de gaten houden.”
[ Frank Renout – Parijs ]
The Conference Board werd in 1916 in de Verenigde Staten opgericht door ondernemers. Het doel was om in samenspraak oplossingen te vinden voor gemeenschappelijke problemen voor zowel het bedrijfsleven als voor de samenleving. In meer dan 90 jaar tijd is The Conference Board uitgegroeid tot een machtige en wereldwijde onderzoeksorganisatie ‘voor en door het bedrijfsleven’. Het voornaamste doel is kennis over markt en management te vergaren en onder de leden te verspreiden. Dat zijn bijna 2.000 ondernemingen in alle uithoeken van de wereld, die samen de koers en de agenda van The Conference Board bepalen. Bart van Ark was vorig jaar de eerste niet-Amerikaan die er hoofdeconoom werd.
Auteur(s): Frank Renout
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 13 , datum 28-3-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business