‘We zien nu het failliet van de grote farmaceuten’

Dinko Valerio

Volgens Dinko Valerio, ex-topman van Crucell en directeur van investeringsmaatschappij Aescap Ventures, bewijst het overnamegeweld van farmareuzen dat hun einde nabij is.

venture capitalist Dinko valerio | interview

venture capitalist Dinko valerio | interview

Je zou zeggen: wat wil je nog meer als durfinvesteerder in de biotechnologie. Momenteel barsten farmaceuten van het geld, maar hun patenten op medicijnen lopen af. Om de concurrentieslag te winnen, zijn ze bereid zo’n beetje elk bedrijf dat maar het label biotech draagt over te nemen. Makkelijk verdienen toch?


Investeerder Dinko Valerio van Aescap Venture ziet het anders. Volgens de oprichter en ex-topman van het beursgenoteerde biotechbedrijf Crucell, dat in januari kortstondig rook aan een overname door de Amerikaanse farmareus Wyeth, zijn de traditionele farmareuzen een uitstervend ras aan het worden. De overname van Crucell ging overigens niet door, omdat Wyeth zelf werd opgeslokt door Pfizer, ’s werelds grootste farmaceut. Valerio’s zienswijze op dit alles: waarom zou een biotechonderneming zich uitverkopen aan een Wyeth, Pfizer of Merck, allemaal bedrijven die qua innovatief vermogen eigenlijk al tot het stenen tijdperk behoren?

Aan een gedurfde visie ontbrak het Valerio ook niet in zijn Crucell-tijd. Begin jaren negentig zette hij als een van de eerste genwetenschappers in Nederland de stap naar het ondernemerschap. Hij richtte het Leidse bedrijf IntroGene op, dat zeven jaar later het Utrechtse U-Bisys van wetenschapper en ondernemer Ton Logtenberg overnam. Het daaruit gevormde Crucell moest de Microsoft van de farmacie worden. In 2004 trad Valerio na elf jaar af als topman.

Nu, zo zegt Valerio, wil hij andere biotechbedrijven naar de top te brengen. Samen met Michiel de Haan, ooit Crucells eerste geldschieter, investeert hij in Europese biotechondernemers. Hun eerste fonds, Aescap Venture Fund I, sloot medio 2007 (omvang: 103 miljoen euro). Negen bedrijven hebben een financiële impuls gekregen, waaronder drie van Nederlandse bodem. Zo zit Aescap in het Leidse to-BBB, dat een methode heeft waardoor bestaande medicijnen sneller in de hersenen worden opgenomen. Ook participeert het in de Delftse start-up I-optics, dat camera’s maakt die op een minder belastende en kostenefficiënte manier foto’s kunnen maken van het netvlies achter de ogen. Ook is Aescap in Avantium gestapt, een spin-off van Shell, dat met één productietechnologie zowel biobrandstoffen, als bioplastics als geneesmiddelen maakt. 


Blij dat de overname van Crucell door Wyeth van de baan is?


“Ik had gemengde gevoelens bij die deal. Het was wel het ultieme bewijs van het succes van Crucell. Maar toen we hoorden dat het niet doorging, dacht ik: fijn, dan kunnen we alsnog doorgroeien tot een Fortune 500-bedrijf.”


U spreekt over ‘we’.


“Formeel ben ik een buitenstaander geworden, maar informeel blijf ik natuurlijk altijd de oprichter. En ik word nog weleens uitgenodigd voor feesten en partijen. Ik wil ook wel verklappen dat ik nog wat aandelen heb, maar niet hoeveel.”



Verwacht u binnenkort een nieuw bod?


“Dat weet ik niet.”


Zijn er andere beursgenoteerde Nederlandse biotechbedrijven die klaar zijn voor een overname?


“Dat vind ik moeilijk te beoordelen. Mijn visie is dat er in brede zin steeds meer jonge biotech-bedrijven zijn die qua professionaliteit sterker zijn dan tien jaar geleden gebruikelijk was. Meer bedrijven hebben het in zich om een onafhankelijke, grote onderneming te worden. Destijds hadden kleine biotechbedrijven alleen uitvindingskracht. Voor de ontwikkeling en de marketing van geneesmiddelen waren ze per definitie afhankelijk van de grote farmahuizen. Inmiddels zie je dat biotechbedrijven ook een product kunnen ontwikkelen. Het enige wat kleine bedrijven vaak nog niet zelf kunnen is de marketing. Maar aan die kant zien we nu precies het failliet van de grote farmahuizen.”


De ene na de andere overnamedeal volgt elkaar op.


“Die deals zijn allemaal meer van hetzelfde. Daarmee komen farmareuzen niet uit de positie waarin ze zijn terechtgekomen. De bedrijven zijn zo verschrikkelijk groot en log geworden. Jarenlang hebben ze heel veel geld verdiend met het verkopen van hun sterproducten, de balans is momenteel doorgeslagen. Het zijn eigenlijk alleen nog maar grote marketingmachines.”


U bent niet zo te spreken over overnames van biotechbedrijven door farmareuzen?
”Dat hangt er vanaf. Meestal zie je toch dat ze een klein biotechbedrijf overnemen voor de pijplijn en vervolgens zelf de producten verder ontwikkelen. De innovatieve kracht, die zo’n klein biotechbedrijf had, gaat verloren. Voorheen probeerden ze de innovatieve cultuur nog over te nemen, maar nu hebben farmaceuten vrede met het overnamemodel: om te blijven voortbestaan, moeten ze blijven overnemen.”

Kleine biotechbedrijven zijn toch niet opgewassen tegen de overmacht van farmaceuten?


“De tijd van alleen maar blockbusterproducten is echt voorbij. Dat heeft alles te maken met de structuur van de industrie die aan het veranderen is. Als je nu eenmaal een groot farmahuis bent met een zwaartepunt op de verkoop, dan moet dat apparaat constant worden gevoed met producten die miljarden moeten opbrengen. Er is echter een trend, die voortkomt uit biotechnologische vernieuwingen, naar producten die veel meer op kleinere patiëntgroepen zijn gericht. Dat is strijdig met het bestaande model, want het vergt een andere manier van marketing. Er zal een soort vacuüm ontstaan waarbij die grote jongens uiteindelijk niet meer in staat zijn de nieuwe middelen naar de markt te brengen en dan komt de tijd voor biotechbedrijven, zoals een Crucell, om de markt te veroveren.” 


Uw financiers zitten toch niet te wachten op vergezichten?


“Onze financiers willen net als wij een hoog rendement. Je ziet overigens dat biotechondernemingen nu meer rekening houden met hun investeerders. Ik denk dat één van de aspecten die in dit tijdsgewricht een biomedisch bedrijf succesvol maken, te maken heeft met dat het op een snelle manier iets kan ontwikkelen. Het product moet iets zijn waaraan een patiënt nu iets heeft en waarmee de kosten van de gezondheidszorg worden gereduceerd. Er moeten geen decennia overheen gaan voordat ze op de markt zijn.”


Aescap Venture richt zich alleen op Europa.


“Jonge Europese biotechbedrijven zijn hét jachtgebied geworden voor investeerders. Dat komt omdat het hier lang minder goed ging dan in de Verenigde Staten, maar er is nu sprake van een inhaalslag.“


Op welke gebieden gaat het beter?


“Toen ik de stap maakte van wetenschapper naar ondernemer, was ik roepende in de woestijn. Het klimaat waarin een biotechbedrijf opereert is sindsdien verbeterd. Als ceo van Crucell kwam het nogal eens voor dat een professor me belde met de vraag of ik niet een baantje had voor een van zijn studenten, omdat die niet goed genoeg was om te promoveren. Ook zijn formele zaken zoals technologietransfers bij universiteiten nu beter geregeld.”


Life Science Partners is uw grote concurrent. Zitten jullie elkaar niet in de weg?


“Het vliegen afvangen is door de crisis verleden tijd geworden. Je ziet nu juist dat venture capitalists dichter bij elkaar kruipen en samen in de bedrijven stappen die echt gezond zijn en een succes kunnen worden. Dat doen wij dus ook. Je ziet nu een ontwikkeling naar het investeringsmodel dat gangbaar is aan de Amerikaanse westkust, waar twee of meerdere vc’s in een biotechbedrijf stappen om het samen tot een succes te maken.”


Alleen al rond Leiden zijn er zo’n 60 biotechbedrijfjes. Zorgt de crisis voor een schoonmaak?


“De schaarste van kapitaal zal in elk geval leiden tot meer realiteitszin bij de ondernemers over wat een biotechbedrijf is, namelijk iets maken wat je ook echt kunt verkopen. We zien steeds meer dat kleine bedrijven beseffen dat er geld in het laatje moet komen. Ze hebben bijvoorbeeld, los van hun onderzoek naar vernieuwende producten, ook een servicetak of ze maken een stukje diagnostiek dat snel op de markt kan komen. Bedrijven zullen veel meer met hun beide benen op de grond gaan staan en zeggen: ik kan wel steeds mijn hand ophouden, maar ik kan ook iets gaan bedenken wat ik morgen kan verkopen.”


U moet uw eerste exit nog doen. In het klimaat van nu kunt u toch niet om farmareuzen heen?


“Ik denk dat de beste manier om rendement te maken is om een pad uit te stippelen samen met de ondernemer waarmee je een groot en succesvol bedrijf creëert. De exit moet het gevolg zijn en niet het doel, of het nu een overname is door een farmaceut of een beursgang. Dat komt wel. Waar ik voor wil waken is een sfeer waarin we alleen maar constant bezig zijn met hoe we het snelste een exit kunnen realiseren.” 


[ Eric.vandenoutenaar @reedbusiness.nl ]

Dinko Valerio(52)



Opleiding


biologie, Master of Science, Universiteit van Amsterdam 


Loopbaan
1982: promovendus moleculaire biologie, Universiteit Leiden


1985: visiterend wetenschapper bij Genentech, San Fransisco 1986: postdoc. Salk Institute, San Diego 1987: onderzoeker TNO (sectie gentherapie), Rijswijk 1992-nu: hoogleraar gentherapie, Universiteit Leiden 1993: oprichter IntroGene 2000: medeoprichter en ceo Crucell 2005-nu: medeoprichter en partner Aescap Venture

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief