Als de fusie van ING en ABN Amro was doorgegaan, dan had de kredietcrisis Nederland nog harder getroffen. DNB-president Nout Wellink, die alles op alles zette om de fusie te laten doorgaan, speelde met vuur.
banken | actueel
N ederland mag erg blij zijn dat ABN Amro en ING begin 2007, enkele maanden vóór het uitbreken van de kredietcrisis, niet zijn samengegaan. Dan hadden de Nederlandse Staat en de Nederlandse belastingbetalers niet alleen ING moeten redden, maar ook nog de miljardenrommel van ABN Amro moeten opruimen. De kredietcrisis zou Nederland midscheeps hebben getroffen. “ING’s hoofdpijndossier zou veranderd zijn in een ING-ABN Amro nachtmerrie, waarbij de probleemleningen van ABN Amro’s Amerikaanse en zakelijke activiteiten waren samengekomen met de giftige leningen van ING.” Dat meent Ivo Arnold, hoogleraar monetaire economie aan Nyenrode Business Universiteit. Hij schrijft onder meer voor RGE Monitor, de website van ‘Dr. Doom’ Nouriel Roubini.
De boodschap van Arnold is hard. Hij vindt dat de Nederlandse financiële sector te groot is geworden voor Nederland. Een dubieuze rol speelde daarbij volgens hem De Nederlandsche Bank (DNB), waarbij bankpresident Nout Wellink alles op alles zette om de fusie tussen ING en ABN Amro mogelijk te maken. “De Nederlandse belastingbetaler heeft veel geluk gehad dat grote delen van ABN Amro net op tijd zijn verkocht aan Bank of America en RBS en dat Wellinks visie is mislukt”, constateert Arnold.
In zijn bescheiden werkkamer van twee bij vier meter wijst hij op de tegengestelde belangen. “Je hebt het private belang. Een bedrijf wil groeien. Dat zorgt voor een hogere winst en bonus. Dan is er zoiets als het eigen, institutionele belang. Een toezichthouder als DNB verdedigt zijn bestaansrecht. Als de te controleren financiële instellingen zich ontwikkelen tot kampioenen, dan is dat goed voor het prestige van DNB. Dat zie je vooral in landen met een kleine thuismarkt. Dat is uitdagender dan een paar lokale spaarbanken te moeten controleren. Dan heb je het publieke belang. De samenleving wil eigenlijk geen financiële sector steunen die de draagkracht van de economie te boven gaat.”
IJsland
In de ogen van de hoogleraar wordt de Nederlandse samenleving momenteel te zwaar belast. Zo maakte ING in de afgelopen jaren een enorme groei door. De internetbank van ING, ING Direct, heeft zo’n 190 miljard euro aan spaargeld veroverd en is daarmee de op twee na grootste spaarbank van de wereld. De Spaanse, Britse, Franse en Italiaanse spaarders vallen onder het Nederlandse depositogarantiestelsel, omdat die landen juridisch onder de Nederlandse NV van ING Direct hangen.
Arnold: “ING Direct kent twee juridische constructies voor het buitenland. In de VS en Duitsland hebben ze een dochter die een beroep kan doen op de garantieregelingen van dát land. ING bezit ook zogenoemde bijkantoren in Spanje, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Italië. Die kantoren zijn een onderdeel van de Nederlandse NV. De spaarders in die landen kunnen als het mis gaat een beroep doen op het Nederlandse depositogarantiestelsel. Daarbij gaat het toch om zo’n 60 miljard euro. In 2000 waren dat nog slechts enkele miljarden. Het zijn ondertussen forse bedragen geworden. En in het uiterste geval zal Nederland daarvoor moeten opdraaien.”
Arnold vindt dat DNB meer oog moet hebben voor de gevaren van een ongelimiteerde groei in het buitenland. Weliswaar is Nederland geen IJsland, maar toch: “Ik ben me rot geschrokken van die 60 miljard euro bij ING. Bij een fusie tussen ING en ABN Amro zou er een nog grotere reus zijn ontstaan, met een balanstotaal van 2.300 miljard euro. Die bank zou onze nationale economie overtreffen met 500 procent. De centrale bank is te veel de cheerleader geweest van de financiële sector. Zij steunde van harte de fusieplannen van ING en ABN Amro. De Nederlandse banken moesten groeien, ook in het buitenland. Dat was ook goed voor het prestige van DNB. Daar botsen private en institutionele belangen met het maatschappelijk belang. Van een toezichthouder verwacht ik dat die het publieke belang beter in de gaten houdt. Waarom zou de Nederlandse belastingbetaler moeten opdraaien voor de mogelijke negatieve gevolgen van ING’s internationale expansie? DNB zou het businessmodel om te bankieren via bijkantoren onmogelijk moeten maken. Het depositogarantiestelsel zou alleen voor Nederlanders moeten gelden. Zeker nu Europa nog geen Europees toezicht kent. Je wilt toch een natuurlijke verhouding tussen de hoeveelheid spaargeld en de draagkracht van de belastingbetaler die in geval van nood de rekening zal betalen? Die verhouding was totaal zoek bij IJsland en is ook zoek bij Nederland.”
Dat ING onlangs pronkte met het feit dat ze per week 1 miljard euro aan spaargeld ophaalt, maakt Arnold nerveus. Nog meer risico’s. “Ik hoor Jan Hommen zeggen dat het goed gaat met zijn bedrijf. Ze halen meer spaargeld binnen. Dat moeten ze maar even niet doen. Liever niet.”
Grenzen aan de groei? Dat besef is in elk geval bij ING doorgedrongen, ondanks de laatste geluiden over de groei van het spaargeld. De bank-verzekeraar is volgens toekomstig bestuursvoorzitter Hommen een “erg, erg grote onderneming geworden”. Binnenkort presenteert hij een nieuwe blauwdruk. ING zal kleiner worden. “We moeten een simpelere onderneming creëren”, aldus Hommen die daarbij leunt op de ervaring van zijn vorige werkgever Philips. Daarmee zijn de ambities van zijn voorganger Michel Tilmant om een topvijfspeler te worden naar de achtergrond verdwenen. Ook groeimachine ING Direct moet waarschijnlijk een stap terug doen. ING Direct-baas Dick Harryvan verkondigde september vorig jaar nog dat het balanstotaal in vijf jaar moest worden verdubbeld, maar die tactiek lijkt in deze behoudende tijd onhaalbaar.
Patrick Beijersbergen, hoofdeconoom van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB), vindt dat ING nu vooral aan de versterking van haar eigen vermogen moet werken. Het eigen vermogen is al jaren te laag, zeker als het bescheiden cijfer van ruim 2 procent wordt vergeleken met de cijfers van de concurrentie. “Als je naar de laatste tien jaar kijkt, zie je dat het eigen vermogen per saldo is gedaald. In 1999 was dat 34,5 miljard euro. Nu is dat slechts 29 miljard. In dezelfde periode is het balanstotaal meer dan verdubbeld. Daaraan kun je zien dat ING te veel risico’s heeft genomen bij het financieren van de groei. Tilmant heeft veel geld gestoken in de uitbreiding van ING Direct. Het concern heeft fantastisch gedraaid in de afgelopen jaren. In 2007 was er een recordwinst van 9,2 miljard.”
Beijersbergen vervolgt: “Je ziet dan toch dat ze bij een echte crisis door de solvabiliteitsratio’s zakken. Ze draaien over het algemeen operationeel niet slecht, maar als je flink moet afwaarderen op je bezit, verdampt het eigen vermogen binnen een jaar behoorlijk. Het geld dat ze in de afgelopen jaren hebben verdiend, is niet geïnvesteerd in vermogen.”
Ook de hoofdeconoom van de VEB wijst op een scheve verhouding tussen de balansomvang van ING en Nederland. De Nederlandse staatsschuld heeft een omvang van ruim 200 miljard. ING kijkt tegen een balanstotaal van 1.330 miljard euro aan. Beijersbergen: “ING is dus zes keer zo groot. Mocht ING om wat voor reden dan ook omvallen, dan is het voor de Nederlandse Staat niet makkelijk om dat bedrijf over te nemen. Dat kan ervoor zorgen dat de rente op de Nederlandse staatsobligaties omhoog gaat. De Staat zal bijna zeker een hogere risicovergoeding moeten betalen.”
Beijersbergens conclusies over een te scherp zeilend ING worden gedeeld door een ‘waarnemer’ binnen de financiële wereld die vanwege de vele contacten anoniem wil blijven. In de laatste twee tot drie jaar liep de verhouding vreemd versus eigen vermogen uit het roer, verklaart hij. “Ze zaten, vergeleken met de concurrenten, eerst aan de goede kant van de lijn. Daarna zaten ze aan de verkeerde kant.” De deskundige is blij dat de fusie tussen ING en ABN Amro niet is doorgegaan. Daardoor zou de klap van de kredietcrisis nog zwaarder zijn aangekomen in Nederland.
“Het was het meest onzalige idee dat je je kon voorstellen. Je schiep een monopolist. Vanuit stabiliteitsoogpunt zou zo’n gigantische bank hét financiële systeem van Nederland zijn geworden. Het was een idee van een aantal chauvinisten en oud-bankiers die dachten dat ze het verleden konden herstellen. Ik heb nooit begrepen waarom een centrale bankier als Wellink dat idee steunde.” DNB was niet bereikbaar voor commentaar. ING vindt dat ze voldeed en voldoet aan alle vermogens- en kapitaaleisen.
ING Direct is niet de enige Nederlandse bank die met bijkantoren fanatiek naar buitenlands spaargeld zoekt. De beslissing van minister Bos (Financiën) om de maximale vergoeding van 100.000 euro per spaarder te verlengen tot eind 2010 zorgde voor een stroom aan complimenten uit buurland Duitsland. ‘Ze hebben een hart voor spaarders’, aldus een spaarder die het besluit van Bos toejuicht. ‘ Bravo Niederlande ’, reageerde een ander. Menig Nederlandse, of op papier in Nederland gevestigde bank, jaagt op het Duitse spaargeld met steun van het Nederlandse depositogarantiestelsel. Onlangs opende NIBC Direct een Duitse internetbank met hoge rentetarieven. De Duitse concurrentie wordt ruimschoots gepasseerd, laat een interactief grafiekje op de NIBC-website zien. ‘Eindelijk in Duitsland’, meldt de site. De klanten krijgen producten met ‘de beste condities’. Ook de Amsterdam Trade Bank, CreditEurope en Garanti Bank halen Duits spaargeld binnen. In de Duitse toptien van banken met de hoogste rente duiken de namen op van vijf Nederlandse banken. In België opereert de internetbank van de coöperatieve Rabobank. De bank claimt de grootste internetbank van België te zijn met een omvang van 3,5 miljard euro. De inleg is binnen een paar jaar geëxplodeerd. Eind 2003 bedroeg de inleg nog een paar honderd miljoen. De groei in het buitenland is zo sterk dat Den Haag het overzicht kwijt lijkt te zijn. De branchevereniging Nederlandse Vereniging van Banken is daarom in opdracht van Bos bezig met een onderzoek naar de hoogte van de bedragen. Een resultaat is er nog niet.
Hoe groot mag een bank of verzekeraar worden? Wanneer wordt een financiële instelling te groot voor een relatief klein land als Nederland? Deze vragen stelde minister Bos (Financiën) onlangs op een financieel congres. Opvallend detail: Bos vroeg zich ook af of een toezichthouder een bank ongelimiteerd mag laten groeien waardoor je in crisistijd bijna niet meer kunt ingrijpen. Daarmee lijkt Bos een kat uit te delen aan DNB. Bos: “We hebben het allemaal zien gebeuren: een flink aantal, ook Nederlandse, financiële instellingen is sinds de jaren negentig erg groot en complex geworden. Dat is mooi voor de internationale slagkracht, maar slecht als er problemen zijn. Dan moeten ze gered worden vanwege de financiële stabiliteit . Sommige financiële instellingen zijn zo groot geworden dat je ze eigenlijk niet meer kunt redden. Wat is de maximale grootte van een bank die nog kan worden genationaliseerd? Kunnen banken te groot worden? Too big to save ? Oftewel: mag je als toezichthouder een bank zó groot laten worden dat je de mogelijkheden die je hebt om in crisistijd in te grijpen niet op een geloofwaardige manier kunt gebruiken?”
Auteur(s): Walter Devenijns
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 12 , datum 21-3-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business