Inleiding: De beste bewaker van uw vermogen

De financiële crisis en het Madoff-schandaal hebben het vertrouwen van de consument in banken en vermogensbeheerders behoorlijk ondermijnd. Zijn degrote bankenmet hunvermogensbeheerders nog wel te vertrouwen? En als daar twijfels over zijn, zijnkleinevermogensbeheerdersdan beter in staat om uw geld te beheren? Eén ding staat vast: vermogensbeheerders, groot of klein, moeten flink in hun kosten snijden. En wie overleeft moet vechten voor het vertrouwen van de klant.

inleiding | VERMOGENSBEHEER

Ooit, toen er aan het financiële firmament nog geen wolkje te bespeuren viel, was het een mooie tijd om vermogensbeheerder te zijn. Aan het eind van 2006 zag de beroepsgroep toe op een wereldwijd belegd vermogen van 64 biljoen dollar, een verdubbeling ten opzichte van vijf jaar eerder.

Het basisinkomen van de vermogensbeheerders hield gelijke tred met deze groei; hun managementvergoeding bedraagt veelal een vast percentage van 1,5 à 2 procent van het beheerde vermogen. Dat het overgrote deel van deze jaarlijkse vermogensgroei van 15 procent werd veroorzaakt door ontwikkelingen waarop vermogensbeheerders geen invloed hadden (een gemiddelde marktgroei van 8 procent plus 5 procent door een instroom van nieuw kapitaal), daar deed geen klant echt moeilijk over. Als het hem goed ging, mocht zijn vermogensbeheerder meeprofiteren. Dat deden fondsmanagers dan ook: The Boston Consulting Group registreerde een gemiddelde winstmarge van 42 procent onder fondsmanagers. Diezelfde welwillende houding van klanten bood ook ruimte voor soms excessieve prestatievergoedingen: de top-25 van hedgefondsmanagers namen in 2006 gezamenlijk 14 miljard dollar mee naar huis.


“Het rare van het businessmodel van vermogensbeheerders en private banks is dat hun inkomsten zo sterk zijn gekoppeld aan de omvang van het beheerd vermogen”, zegt Martijn Huiskers, partner in de financial services-praktijk van KPMG. “Nu alles de afgelopen jaren crescendo ging, hebben ze zonder veel extra inspanningen meer kunnen verdienen.”


Maar die mooie tijden voor vermogensbeheerders en private banks zijn voorlopig voorbij. Van alle kanten staan hun resultaten onder druk. De vaste beheervergoedingen dalen even snel als de beheerde vermogens. Ook de vergoedingen die ze in rekening brengen voor het uitvoeren van effectentransacties blijven achter, omdat klanten nauwelijks nog handelen en hun vermogen liever in cash aanhouden. De rentes die banken daarover moeten betalen liggen vanwege de concurrentie op de spaarmarkt hoog, terwijl banken over de reserves die ze zelf bij de ECB aanhouden slechts 2 procent vergoed krijgen. Ten slotte zijn veel van hun fondsen zo sterk gedaald dat ze nooit meer een prestatievergoeding zullen opleveren.

Huiskers voorziet hierdoor een schifting in de markt: “Er zijn partijen die de afgelopen jaren netjes op hun kosten hebben gelet, en er zijn er die hun kosten vrolijk hebben laten oplopen met de inkomsten. Vooral onder de kleinere vermogensbeheerders, partijen met 10 tot 30 man personeel, zal er een shake-out optreden.

Zoals er ook in 2008 overnames plaatsvonden (UBS kocht VermogensGroep, Friesland Bank kocht Optimix) zal die shake-out de komende maanden tot verdere overnames van vermogensbeheerders leiden, voorspelt Age Lindenbergh, eveneens partner bij KPMG. “Er zijn nog steeds partijen die geld hebben om kralen te rijgen. Ook grotere deals zijn niet uitgesloten. Van partijen met de omvang van Insinger (vorig jaar overgenomen door BNP Paribas, red.) is er nog een beperkt aantal in Nederland. Maar als die te koop komen, verwacht ik dat kopers in de rij zullen staan.”


De huidige crisis en de smetten die de fraudezaken rond Bernard Madoff, Allen Stanford en Easy Life op de beroepsgroep achterlaten, maken dat transparantie hét toekomstige thema onder vermogensbeheerders wordt. 


“Transparantie in investeringen, in risicomanagement, in feestructuren en alles wat daarmee samenhangt, wordt cruciaal. Daar is iedereen zich van bewust”, bespeuren de KPMG’ers in gesprekken met hun klanten. “Deze week hadden we een vermogensbeheerder op bezoek die tot de conclusie was gekomen dat ze terug moesten naar wat het Dutch Securities Institute zegt: datgene doen wat het best is voor hun klanten, niet het genereren van fees voor de baas.”


[ jeroen.kerkhof @reedbusiness.nl ]

‘vooral onder kleinere vermogensbeheerders zal er een shake-out optreden’ 
 Martijn Huiskers, partner KPMG
  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief