Frankrijk: De BV Frankrijk heeft maar één baas

De Franse president Nicolas Sarkozy heeft zich de afgelopen maanden als geen andergemanifesteerd als dirigent van de Franse economie. Maar niet tot ieders tevredenheid.

frankrijk | economie

‘De overheid mag niet op de stoel van het management gaan zitten’ Christian Streiff, topman Peugeot en Citroën

Het werd bijna een ritueel. De afgelopen maanden moesten Franse topbankiers met de regelmaat van de klok opdraven in het Élysée, het presidentieel paleis in Parijs. Daar sjokten ze de trappen op: mensen als Baudouin Prot (BNP Paribas), Frédéric Oudéa (Société Générale) en Georges Pauget (Crédit Agricole). Na een paar uur overleg met president Nicolas Sarkozy daalden ze de trappen weer af, vaak met bedrukte gezichten. Waanden ze zich op hun hoofdkantoren nog heer en meester, tijdens audiënties als deze werd duidelijk dat er feitelijk maar één de baas is: de president.


Om zeven uur ’s avonds op 20 januari kwamen BNP-topman Prot en zijn collega’s opnieuw de treden van het paleis af. Een korte verklaring kon er nog net vanaf. ‘De bankmanagers hebben unaniem besloten af te zien van hun bonussen over 2008’, luidde het zuinige commentaar, zonder enige verwijzing naar de presidentiële initiatiefnemer. Sarkozy’s bemoeizucht valt in ondernemend Frankrijk lang niet overal goed. ‘De overheid mag niet op de stoel van het management gaan zitten of op die van de aandeelhouders’, probeerde Christian Streiff, topman van Peugeot en Citroën, een tijdje geleden nog. Maar het was al te laat.

Op 15 december riep Sarkozy de top van de Franse autofabrikanten bijeen. Ze kreeg een eerste waarschuwing tegen ontslagen. De president zette een commissie van 30 man op, ondersteund door een staatssecretaris en een McKinsey-specialist, die met aanbevelingen voor de sector kwam. En ja hoor, de topmannen van Renault, Peugeot en Citroën kregen ook het dringende verzoek hun bonussen ‘te matigen’. Renault-topman Carlos Ghosn had toen al eieren voor zijn geld gekozen en zag vrijwillig af van zijn variabele beloningen.

Het lijdt geen enkele twijfel meer: president Sarkozy is ook ‘president van de BV Frankrijk’, zoals een economisch vakblad het onlangs noemde. Als geen ander houdt hij zich bezig met banken, autofabrikanten en andere sectoren. Met een leger aan adviseurs en informateurs zet hij topmannen en zelfs zijn eigen minister van economische zaken op een zijspoor om zelf de richting aan te geven. De maatregelen en plannen, bekokstoofd op het Élysée, buitelen dan ook over elkaar heen. 


protectionisme


Begin februari maakte de regering bekend hoe ze de 26 miljard euro zou verdelen om de Franse economie weer vlot te trekken. Kort daarna presenteerde Sarkozy het plan om nog eens 6,5 miljard aan de auto-industrie te lenen. Medio februari volgde de 2,6 miljard euro die bestemd is voor belastingbetalers, consumenten en werkzoekenden.


Vooral het autoplan deed in Brussel nogal wat stof opwaaien. Sarkozy stelde twee voorwaarden aan de miljardensteun: Renault, Peugeot en Citroën mogen geen mensen ontslaan in Frankrijk en ook geen fabrieken verhuizen naar het buitenland.

Eurocommissaris voor mededinging Neelie Kroes noemde het plan ‘het mooiste voorbeeld van protectionistische retoriek’ waarvan ze ooit had gehoord. Maar volgens Parijs profiteert de hele EU ervan. ‘De Franse autobouwers produceren auto’s in Tsjechië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Portugal en Groot-Brittannië. Dan kun je ons moeilijk van protectionisme beschuldigen’, aldus premier François Fillon.

Een oud debat laaide weer op. Brussel en Parijs stonden opnieuw lijnrecht tegenover elkaar. “De overheid wil een vinger in de pap houden in de economie. Dat is een typisch Franse eigenschap”, zegt econoom en historicus Nicolas Baverez. “Het is een traditie die teruggaat tot het mercantilisme onder Lodewijk XIV. Het uit zich sindsdien op verschillende manieren. Protectionisme is er één van. Maar daarmee staat Frankrijk in deze crisis niet alleen. Kijk naar het buy American -idee in Washington en naar Rusland dat import van auto’s belemmert. In crisistijden is de druk overal groot om de eigen economie te beschermen.”

Het interventionisme wordt mede veroorzaakt door angst voor de boze buitenwereld, zegt Agnès Bénassy-Quéré, directeur van CEPII, het onderzoeksinstituut voor internationale economie. “De Fransen staan wantrouwend tegenover de mondialisering, daarom willen ze dat de staat zich met de economie bemoeit. Tegelijk zijn ze erg slecht geïnformeerd over wat die mondialisering hen oplevert: lagere prijzen en afzetmarkten voor hun eigen bedrijven.”

De discussie rond olieconcern Total is wat haar betreft illustratief. Het Franse bedrijf maakte afgelopen maand een recordwinst van 13,9 miljard euro bekend, waarna van links tot rechts werd gedebatteerd over nog maar één vraag: hoe gaan we de winst verdelen? Bénassy-Quéré: “De Fransen zijn blijkbaar al vergeten dat de olieprijs nogal fluctueert. Het echte probleem in Frankrijk nu zijn de mensen die hun werk verliezen en van wie de koopkracht alleen op peil kan blijven dankzij de belastingen die Total betaalt!”

Volgens Baverez bewijst de Total-discussie dat Fransen een verkeerd beeld hebben van hun economie. “De publieke sector is in Frankrijk groter in omvang dan de particuliere. De openbare uitgaven bedragen 54 procent van het bruto nationaal product (bnp). En binnen de particuliere sector zitten een paar echt grote ondernemingen die ook internationaal opereren, zoals Total, maar vooral heel veel kleine bedrijven, meer dan 2 miljoen. De fixatie op multinationals en CAC40-fondsen is misplaatst. De economische realiteit is heel anders: de particuliere sector draait vooral om al die mkb’ers die het vandaag de dag met heel zwakke marges moeten doen.” 


belastingverlaging


Inmiddels is Sarkozy bezig met de uitvoering van zijn laatste plannen: het steunpakket voor werknemers, werkzoekenden, belastingbetalers en consumenten. Want na de miljarden die naar de banken en autofabrikanten gingen, trokken de vakbonden met honderdduizenden de straat op. Het ongenoegen over Sarkozy’s aanbodgestuurde beleid nam toe.


De president trok, ondanks de wankele status van de financiën (zie tabel), de portemonnee. Hij beloofde onder meer aan 6 miljoen huishoudens met een laag inkomen een forse belastingverlaging. Kosten: 1,1 miljard euro. “Het is de eerste maatregel van Sarkozy om nu ook de consumptie te stimuleren”, zegt Karine Berger, hoofd economisch onderzoek bij Euler Hermes in Parijs. Maar van een omslag in het beleid is geen sprake. De Franse consumptie beslaat met 1.500 miljard zo’n 75 procent van het bnp, waardoor een steunpakket van 2,6 miljard slechts een druppel op een gloeiende plaat is, aldus analisten.

Sarkozy’s bedoelingen zijn psychologisch, denkt Berger. Hij wil als baas van de BV Frankrijk laten zien dat hij er voor alle werknemers is. Dat hij zich als president niet alleen inzet voor de vaak gehate CAC40-managers, maar ook voor gewone Fransen. “Met een btw-verlaging was veel meer effect bereikt, maar dat is minder zichtbaar voor de mensen.”


[ Frank Renout – Parijs ]

tekorten
  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief