De teloorgang van het oliegeld

Olie maakte vier Texaanse oliebaronnen rijk. En vele politici verhandelbaar.

boeken | EXECUTIVE LIFE

Met twaalf in een kring opgestelde cowboys – zo wisten oliebaronnen Bunker en Herbert Hunt de zilvermarkt te hoeken. In een winternacht in 1974 laadden ze, met vuurklare buksen en al, 40 miljoen baar zilver (9 procent van de wereldvoorraad) op een vliegtuig naar Zürich, om het daar in zes bankkluizen op te slaan. Met enkele rijke sjeiks dreven ze de zilverprijs op, met een paar hedonistische jaren in huize Hunt tot gevolg: Bunker kocht 50 miljoen dollar aan Romeinse en Byzantijnse munten, meer dan 700 raspaarden en wat ranches, met al zijn zilver als onderpand. Toen de markt in de jaren tachtig instortte, was het snel gedaan met zijn vermogen. Texaans oliegeld is vluchtige handelswaar.


Het is een anekdote uit Bryan Burroughs nieuwste boek. Burrough is bekend van Barbarians at the Gate , de reconstructie van de leveraged buyout van tabaksgigant RJR Nabisco. Nu, negentien jaar later, brengt hij The Big Rich uit: een relaas van de opkomst en de ondergang van oliedynastieën in Texas. Zijn onderwerpkeuze is niet vreemd: zoals een handjevol koppige ruziemakers op Wall Street de weg vrijmaakte voor de uitverkoop van miljardenbedrijven, zo maakten vier Texanen met hun oliegeld de Amerikaanse politieke macht verhandelbaar.

Die olievermogens zijn een product van de Grote Depressie. In de jaren dertig, toen oliemajors krap bij kas zaten, stroomden duizenden zogenoemde wildcatters naar Texas om zelf lukraak te boren. Met hun branie en intuïtie voor oliebronnen – ze noemden zichzelf creekologists – waren ze de majors vaak genoeg te slim af om miljardenvermogens op te bouwen.

De geslachten die Burrough beschrijft, de Cullens, Richardsons, Murchisons en Hunts, waren als de dood die miljarden weer te verliezen en koesterden angst voor de kapitalisten van Wall Street maar een nog grotere afkeer van het communisme. Om dat gevaar in te dammen, investeerden de oliebaronnen in een commodity goedkoper dan zilver: politici.

Herbert Hoover, Joe McCarthy, Dwight Eisenhower, Lyndon Johnson, Richard Nixon, ze konden allen rekenen op financiële steun in hun campagnes, zolang ze de oliebelangen maar dienden. Wendell Willkie, in 1944 de Republikeinse tegenkandidaat van de aartsvijand van de Texaanse olieboeren, Franklin Roosevelt, zei ooit smalend: ‘ You know, the Good Lord put all this oil in the ground. Then someone comes along who hasn’t been a success at anything else, and takes it out. The minute he does that, he considers himself an expert on everything from politics to petti-coats. ’

Het einde kwam met de oliecrisis. Zo snel als de miljarden binnenstroomden, verdwenen ze weer. Het geld is op of elders geïnvesteerd. De dynastieën zijn niet meer. En de VS is lang zo Texaans niet meer.


[ Wilbert.Geijtenbeek @reedbusiness.nl ]

The Big Rich


auteur Bryan Burrough


uitgeverij Penguin Books Benelux


isbn 9781594201998


prijs €24,50

The Big Rich is een fraai relaas van vier excentrieke en tragisch menselijke olie-dynastieën met machtsaspiratie. Burroughs gedegen onderzoek levert een intelligent en zeer leesbaar inkijkje in de Amerikaanse economische geschiedenis op.

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief